Chapter 4 - Going Green afsluitende presentatie

Chapter 4 - Going Green
Grammar 10 A - reflexive pronoun
Grammar 10 B - each other 
Grammar 11 - if vs. when 
Grammar 12 - conditionals 
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Chapter 4 - Going Green
Grammar 10 A - reflexive pronoun
Grammar 10 B - each other 
Grammar 11 - if vs. when 
Grammar 12 - conditionals 

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Reflexive pronouns & each other
We gebruiken each other als 2 of meer mensen hetzelfde doen tegen of naar elkaar. 

Ava & Patrick are mad at each other
They love each other

Slide 3 - Tekstslide

Each other ( Elkaar)
Two people talk to each other

Slide 4 - Tekstslide

each other
Je gebruikt each other als je het hebt over twee of meer personen of dingen die op elkaar gericht zijn. Each other betekent ‘elkaar’.
He likes her and she likes him. → They like each other.
Peter and Mary are looking at each other.
Rachael and Chris are talking to each other.

Slide 5 - Tekstslide

If vs When
If = something could possibly happen

When = someting is definitely going to happen!

Slide 6 - Tekstslide

conditionals
Conditionals zijn voorwaardelijke zinnen.
Die maak je altijd met het woordje 'if' en zijn dus onzeker, ze geven een voorwaarde aan.

Slide 7 - Tekstslide

Conditionals
zero, first en second
zero: if it rains, the streets become wet. (2x teg. tijd) feit
first: If I feed my cat, it will stop meowing.(1x teg. tijd en 1x will + hele ww) voorspelling van iets wat waarschijnlijk gaat gebeuren.
second: If I had a dog, I would be happy.( 1x verleden tijden 1x would + hele ww) deze situatie is (nog) niet echt. 

Slide 8 - Tekstslide

  • 0 conditional
  • 1st conditional
  • 2nd conditional
  • 3rd conditional

Slide 9 - Tekstslide

zero conditional gebruik je bij...
A
Feiten, algemene informatie en waarheden
B
Mogelijke en waarschijnlijke situaties
C
Onmogelijke situatiesin het nu en onwaarschijnlijk in de toekomst
D
Situaties vonden niet plaats, zijn hypothetisch

Slide 10 - Quizvraag

first conditional gebruik je bij...
A
Feiten, algemene informatie en waarheden
B
Mogelijke en waarschijnlijke situaties
C
Onmogelijke situatiesin het nu en onwaarschijnlijk in de toekomst
D
Situaties vonden niet plaats, zijn hypothetisch

Slide 11 - Quizvraag

second conditional gebruik je bij...
A
Zeer onwaarschijnlijke situaties in de toekomst
B
Mogelijke en waarschijnlijke situaties
C
Feiten en waarheden
D
Situaties vonden niet plaats, zijn hypothetisch

Slide 12 - Quizvraag


Je maakt de zero conditional met:
A
'if' + present simple + will/won't + hele werkwoord
B
'if' + past simple + would/wouldn't + hele werkwoord
C
'if' + present simple + present simple
D
'if' + past simple + present simple

Slide 13 - Quizvraag


Je maakt de first conditional met:
A
'if' + present simple + will/won't + hele werkwoord
B
'if' + past simple + would/wouldn't + hele werkwoord
C
'if' + present simple + past simple
D
'if' + past simple + present simple

Slide 14 - Quizvraag

De 'First Conditionals' zijn zinnen met:
A
If
B
When
C
Then
D
But

Slide 15 - Quizvraag


Je maakt de second conditional met:
A
'if' + present simple / will/won't + hele werkwoord
B
'if' + past simple / would/wouldn't + hele werkwoord
C
'if' + present simple / past simple
D
'if' + past simple / present simple

Slide 16 - Quizvraag

zero conditional gebruik je bij...
A
Feiten en waarheden
B
Mogelijke en waarschijnlijke situaties
C
Onwaarschijnlijke situaties in de toekomst
D
Situaties vonden niet plaats, zijn hypothetisch

Slide 17 - Quizvraag

If the girl ....... she’ll need a life-jacket.
A
sails
B
goes sailing
C
went sailing

Slide 18 - Quizvraag

I.........it, if I write this down .
A
remember
B
would remember
C
will remember

Slide 19 - Quizvraag

If I had the money, I ................these expensive jeans.
A
would buy
B
will buy
C
buy

Slide 20 - Quizvraag

I will let you know ....... I am ready.
A
when
B
if

Slide 21 - Quizvraag

Will your boss be angry if Sue ........... to work late again?
A
came
B
will come
C
comes

Slide 22 - Quizvraag

now some vocab

Slide 23 - Tekstslide

Sunlight, wind, rain, and waves are examples of .......... energy.
A
biodegradable
B
renewable

Slide 24 - Quizvraag

Farms are usually in .......... areas, far away from cities.
A
rural
B
regular

Slide 25 - Quizvraag

I’m having lots of ........ today; happy one moment and angry the next.
A
mood swings
B
imagination

Slide 26 - Quizvraag

They .... class today.

A
disappeared
B
disrupted

Slide 27 - Quizvraag

work online / unit 4
  • Study the vocabulary, stones and grammar using 'slim stampen'.
  • Do the 'test yourself' online. The computer will review your answers and tell you what to practice some more.

Slide 28 - Tekstslide