Wat is LessonUp
Zoeken
Kanalen
Inloggen
Registreren
‹
Terug naar zoeken
Chapitre 5, Saint et sauf, gramm D + H + voc in 2havo
Chapitre 5 :
Objectif santé
1 / 21
volgende
Slide 1:
Tekstslide
Frans
Middelbare school
havo
Leerjaar 2
In deze les zitten
21 slides
, met
tekstslides
en
2 videos
.
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Onderdelen in deze les
Chapitre 5 :
Objectif santé
Slide 1 - Tekstslide
Tu es en bonne santé?
- Oui, je ne suis jamais malade
- Non, je ne suis pas en forme
Qu'est-ce que tu as?
> J'ai mal au ventre
> J'ai mal à la tête
> j'ai 39 de fièvre
> je ne peux rien manger
Slide 2 - Tekstslide
Tu veux voir un docteur?
Oui, j'ai rendez-vous demain
Slide 3 - Tekstslide
Les mots:
La Santé =
Le ventre =
La tête=
La fièvre=
le rendez-vous=
Le docteur=
avoir mal =
Slide 4 - Tekstslide
Parler de sa santé
Tu es en bonne santé? - Oui, je suis en forme/en bonne santé.
Oui, je ne suis jamais malade
Tu fais de sport? - Non, je ne fais pas du sport
- Oui, je fais du foot
Tu fais souvent du foot ? - Oui, Trois fois par semaine
Est-ce que tu manges bien? - Oui, je mange beaucoup de fruits
Slide 5 - Tekstslide
Je fais du..
......
J
e fais du hockey
Je fais du cheval
Je fais du tennis
J
e fais du vélo
Je fais de la natation
Je fais de la danse
Je fais du tennis deux fois par semaine
Slide 6 - Tekstslide
Belangrijke blz in je boek :
Chapitre 5 grammatica : blz 22, 23, 36, 37
Chapitre 5 vocabulaire : blz 40, 41
Chapitre 5 phrases-clés : blz 42
Slide 7 - Tekstslide
Grammaire : La négation
Je
ne
suis
pas
en forme
Weet je het nog?
Voor niet of geen gebruik je
ne......pas/ne....pas de (geen)
Ne
voor de persoonsvorm
Pas
achter de persoonsvorm
Je n'aime pas les médicaments
Slide 8 - Tekstslide
Nog meer ontkenningen
Ce n'est pas
possible =
het is niet
mogelijk
Il n'y a pas de
pharmacie=
er is geen
apotheek
Ne .......plus = niet meer
Ne ..........jamais = nooit
Ne........... rien= niets
Ne ..........pas encore = nog niet
Slide 9 - Tekstslide
Een vragende zin maken:
Je kunt in het frans op twee manieren een vragende zin maken :
1. Gewoon een vraagteken erachter zetten en
vragend uitspreken
Tu manges bien?
2.
Est-ce que
voor een zin zetten en een vraagteken erachter.
Est-ce que tu manges bien?
Slide 10 - Tekstslide
Vragen stellen in het Frans:
Est-ce que ervoor of gewoon vraagteken erachter/ vragend uitspreken.
Tu fais du sport?
Est-ce que tu fais du sport
Of met een vraagwoord bijv : hoe = comment
Comment tu t'appelles?
Geef na een vraag met tu altijd antwoord met je
Slide 11 - Tekstslide
Vraagwoorden
Voor sommige vraagzinnen heb je een vraagwoord nodig:
Dit zijn ze :
Où = waar
Quand = wanneer
Combien ( de) = hoeveel
Pourquoi = waarom
Qui= wie
Qu'est-ce que = wat
Comment = hoe
Slide 12 - Tekstslide
Hoe werkt het dan ?
Comment
tu t'appelles?/
Comment est-ce que
tu t'appelles?
Tu habites
où
? /
Où est-ce que
tu habites?
Qu'est-ce que
tu fais comme sport?
Qui
est ton footballeur préféré?
Combien de
match vous avez gagné?
Pourquoi
tu aimes le football?
Slide 13 - Tekstslide
Les verbes avec -er
Regarder = kijken
Je regard
e
Tu regard
es
Il, elle regard
e
Nous regard
ons
Vous regard
ez
Ils, elles regard
ent
Slide 14 - Tekstslide
Avoir :
Tu te souviens? Avoir = hebben
J'ai
Tu as
Il a, elle a, on a
Nous avons
Vous avez
Ils ont, elles ont
Slide 15 - Tekstslide
Le passé composé
Gebruik : vorm van avoir + voltooid deelwoord ( é)
J'ai
regardé
tu as
écouté
il a
mangé
nous avons
marché
vous avez
fait (=gedaan/gemaakt)
Ils ont
touché ( = aangeraakt)
Slide 16 - Tekstslide
Être
Être = zijn
Je suis
Tu es
Il, elle, ce est ( = c'est)
Nous sommes
Vous êtes
Ils sont, elles sont
Slide 17 - Tekstslide
Maak een gesprek van 5 regels!
Wat geeft de patiënt hier als antwoord?
Hoe informeert de bezoeker naar wat hij heeft?
Wat antwoordt de patiënt dan?
Stel ook nog een vraag over de dokter en wat de patiënt dan antwoordt.
Slide 18 - Tekstslide
Lees : Tous accros au foot
Beantwoord de vragen
1. Wat is dit voor soort tekst?
2. In welk team speelt Élisa?
3. Hoe vaak traint Élisa per week?
4. Wat beoefent Clémentine voor sport?
5. Welke "sport"beoefent Anders?
6. Schrijf voor iedere speler op hoe hij/zij in vorm blijft.
7. Schrijf in het Frans op welke sport jij beoefent en hoe vaak je traint
Slide 19 - Tekstslide
Slide 20 - Video
6
Slide 21 - Video
Meer lessen zoals deze
Chapitre 5 Sain et sauf
March 2024
- Les met
27 slides
Frans
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 2
Chapitre 5 Saint et sauf
April 2021
- Les met
35 slides
Frans
Middelbare school
havo
Leerjaar 2
Chapitre 5 H
March 2023
- Les met
29 slides
Frans
Middelbare school
havo
Leerjaar 2
Chapitre 5 Saint et sauf
February 2025
- Les met
35 slides
Frans
Middelbare school
havo
Leerjaar 2
Chapitre 5, Saint et sauf, gramm D + H + voc in 2havo
March 2022
- Les met
27 slides
Frans
Middelbare school
havo
Leerjaar 2
Chapitre 5 Saint et sauf
9 days ago
- Les met
36 slides
Frans
Middelbare school
havo
Leerjaar 2
Chapitre 5 Saint et sauf
March 2023
- Les met
28 slides
Frans
Middelbare school
havo
Leerjaar 2
Chapitre 5 Saint et sauf
March 2021
- Les met
17 slides
Frans
Middelbare school
havo
Leerjaar 2