- Inleiding waarin onderwerp wordt geïntroduceerd
- Inleiding met mening
- Twee alinea's met twee losse argumenten
- Argumenten onderbouwd met feiten
- Slot met beoordeling
- Slot waarin staat: waar zien / waar kopen?
- Gebruik van verwijswoorden
- Passend taalgebruik
- Begrensde zinnen (niet te lang, maximaal een komma)