H2 Spelling - leenwoorden 7 september 2022

Afspraken
  • Zorg dat je op tijd bent!
  • Mobieltjes altijd in de 'tas' voor in de klas.
  • Binnen is beginnen - leg je boek, schrift en pen op tafel.
  • Vragen? Steek je hand op en wacht tot je de beurt krijgt.
  • We luisteren naar elkaar!
  • Fouten maken mag, daar leer je van.
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 29 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Afspraken
  • Zorg dat je op tijd bent!
  • Mobieltjes altijd in de 'tas' voor in de klas.
  • Binnen is beginnen - leg je boek, schrift en pen op tafel.
  • Vragen? Steek je hand op en wacht tot je de beurt krijgt.
  • We luisteren naar elkaar!
  • Fouten maken mag, daar leer je van.

Slide 1 - Tekstslide

Doel van deze les


Je leert over de spelling van leenwoorden.

Woorden die uit andere talen in het Nederlands terecht komen, heten 'leenwoorden'.

Slide 2 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?

Eerste uur:
- Zes vragen
- Uitleg theorie over 'leenwoorden'
- Zelf aan de slag met opdrachten

Slide 3 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?

Tweede uur:
- Uitleg vervoeging Engelse werkwoorden
- Zelf aan de slag
- Lezen in je leesboek

Slide 4 - Tekstslide

Uitleg spel
  1. Ga allemaal staan.
  2. Je krijgt een vraag te zien met daarop twee antwoordmogelijkheden. Een antwoord is juist.  

- Als je denkt dat antwoord A goed is, dan ga je staan.

- Als je denkt dat antwoord B goed is, dan blijf je zitten.

Slide 5 - Tekstslide

Vraag 1: Is dit waar?
 
'Legging' (kleding) is een leenwoord.


A. waar (ga je staan)
B. niet waar (blijf je zitten)

Slide 6 - Tekstslide

Antwoord
 
Het juiste antwoord is: 

'Legging' (kleding) is een leenwoord.

A. waar (legging is een leenwoord uit het Engels.)

Slide 7 - Tekstslide

Vraag 2: Wat is waar?
Humeur is een leenwoord.


A. waar (ga je staan)
B. niet waar (blijf je zitten)

Slide 8 - Tekstslide

Antwoord
Het juiste antwoord is: 


A. waar - humeur is een leenwoord uit het Frans.

Slide 9 - Tekstslide

Vraag 3: Het woord 'an sich' is een leenwoord uit het Duits en betekent 'alleen al'.
A. waar (dan ga je staan)
B. niet waar (dan blijf je zitten)

  1. Een scheiding an sich is pijnlijk, maar ook jaren later ontstaan er nog verdrietige momenten.
  2. Een scheiding alleen al is pijnlijk, maar ook jaren later ontstaan er nog verdrietige momenten.

Slide 10 - Tekstslide

Antwoord 
Het juiste antwoord is:
B. niet waar (dan blijf je zitten), het betekent 'op zich'.

  1. Een scheiding an sich is pijnlijk, maar ook jaren later ontstaan er nog verdrietige momenten.
  2. Een scheiding op zich is pijnlijk, maar ook jaren later ontstaan er nog verdrietige momenten.

Slide 11 - Tekstslide

Vraag 4: Welke zin is juist?
Optie 1: Het damesteam heeft zaterdag in de stromende regen
gehockeyt.
Optie 2: Het damesteam heeft zaterdag in de stromende regen
gehockeyd.

A. De zin is juist (dan ga je staan)
B. De zin is onjuist (dan blijf je zitten)

Slide 12 - Tekstslide

Antwoord
Optie 2 is juist! 

Het damesteam heeft zaterdag in de stromende regen
gehockeyd.



Slide 13 - Tekstslide

Vraag 5: Wat is correct gespeld?
Optie 1. late night show
Optie 2. latenightshow

A. Optie 1 is juist (dan ga je staan)
B. Optie 2 is juist (dan blijf je zitten)

Slide 14 - Tekstslide

Antwoord 

Optie 2. latenightshow is juist!

Dus iedereen die is blijven zitten, heeft het goed.


Slide 15 - Tekstslide

Vraag 6: Wat is correct gespeld?
Optie 1. guillotine
Optie 2. quillotine

A. Optie 1 is juist (dan ga je staan)
B. Optie 2 is juist (dan blijf je zitten)

Slide 16 - Tekstslide

Antwoord

Optie 1 is juist! 

Het is guillotine.

Slide 17 - Tekstslide

Pak je boek Nieuw Nederlands - hoofdstuk 2 

leenwoorden - blz. 64

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Gebruik voor de spelling van leenwoorden een woordenboek (Van Dale)

Slide 21 - Tekstslide

Zelf aan de slag met leenwoorden
Maak opdracht 1 - blz. 64
Ben je klaar? Maak dan ook op opdracht 2 - blz. 65
timer
3:00

Slide 22 - Tekstslide

Antwoorden opdracht 1 - blz. 64

Slide 23 - Tekstslide

Zelf aan de slag met leenwoorden
Maak opdracht 2 - blz. 65
Ben je klaar? Maak dan ook op opdracht 3 - blz. 65
timer
3:00

Slide 24 - Tekstslide

Antwoorden opdracht 2 - blz. 65

Slide 25 - Tekstslide

Zelf aan de slag met leenwoorden
Maak opdracht 3 - blz. 65

timer
3:00

Slide 26 - Tekstslide

Antwoorden opdracht 3 - blz. 65

Slide 27 - Tekstslide

Je weet en kunt...


Engelse en Franse leerwoorden correct spellen.

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide