mentorles Nepnieuws 2VA

1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Je weet waaraan je nepnieuws kunt herkennen.

Je weet waarom nepnieuws wordt gemaakt.

Je weet wat mogelijke gevolgen zijn van nepnieuws.

Je kan zelf geloofwaardig nepnieuws maken.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een journalist wil:
De feiten zo neutraal en objectief mogelijk doorgeven
OF juist de feiten voorzien van commentaar

Geeft antwoord op:
wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Definitie fake news:
‘Fake news’ of ‘nepnieuws’ is elke vorm van valse informatie, bedoeld om mensen te misleiden om politieke (bv. stemmen winnen) of commerciële (bv. geld verdienen via advertenties) redenen. Wetenschappers en beleidsmakers gebruiken liever de bredere term ‘desinformatie’.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

DHL 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is het belangrijk om nepnieuws te herkennen?

Slide 12 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Betrouwbaarheid 
  • Deskundigheid auteur;
  • Datum van publicatie;
  • Objectiviteit;
  • Taalgebruik;
  • Feiten of meningen;
  • Gebruik van bronnen.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Datum van publicatie
  • Hoe ouder, hoe onbetrouwbaarder
  • Geldt ook voor onderzoek, zeker als er al een nieuwer onderzoek is.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Objectiviteit
  • Feiten en meningen
Voor- en nadelen
Wie is de schrijver? 
Heeft hij al een voorkeur?
Waarom is het bericht geschreven?

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rectificeren
Betrouwbare bronnen rectificeren bij fouten

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Feiten en meningen
  • Feiten: controleerbaar
  • Meningen: opvattingen, waarderende uitspraken


  • Een betrouwbaar artikel is
       gebaseerd op feiten

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gebruik van bronnen
  • Naar welke bronnen wordt er verwezen?
  • Zijn dat betrouwbare bronnen?
  • Kun je in andere bronnen dezelfde informatie vinden?


Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een journalist wil:
De feiten zo neutraal en objectief mogelijk doorgeven
OF juist de feiten voorzien van commentaar

Geeft antwoord op:
wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Betrouwbaarheid 
  • Deskundigheid auteur;
  • Datum van publicatie;
  • Objectiviteit;
  • Taalgebruik;
  • Feiten of meningen;
  • Gebruik van bronnen.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Je gaat een nepnieuwsbericht schrijven in tweetallen. Vrijdag gaan we de nieuwsberichten bespreken. Lever dus tijdig in via Classroom. Mag via  filmpje of schriftelijk.

Onderwerp: je kiest een onderwerp, je mag hiervoor een van de volgende foto's gebruiken of verzin zelf een onderwerp.

Je doel is de mening van de ander te veranderen. Denk wel aan de  wwwwh.


Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Link

Deze slide heeft geen instructies