Pallas les 24 - μι-verba

Pallas les 24 - μι-verba
Check je kennis van de μι- verba
en van de reeds geleerde onregelmatige aoristi.
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Pallas les 24 - μι-verba
Check je kennis van de μι- verba
en van de reeds geleerde onregelmatige aoristi.

Slide 1 - Tekstslide

τιθέασι
A
3e ev praes ind act
B
3e mv praes ind act
C
3e ev praes opt act
D
3e mv praes opt act

Slide 2 - Quizvraag

διδῶμεν
A
1e mv ind medium
B
1e mv ind act
C
1e mv coni medium
D
1e mv coni act

Slide 3 - Quizvraag

δίδου
A
2e ev ind praes medium
B
2e ev ind praes act
C
2e ev imp act
D
2e ev imp medium

Slide 4 - Quizvraag

τιθείη
A
1e ev praes ind passief
B
1e ev praes ind actief
C
1e ev praes opt act
D
3e ev praes opt act

Slide 5 - Quizvraag

ἐτίθεσθε
A
2e mv praes ind act
B
2e ev praes ind medium
C
2e mv imperf ind act
D
2e mv imperf ind med

Slide 6 - Quizvraag

τιθέναι
A
3e ev praes ind medium
B
3e ev praes coni actief
C
inf. praes actief
D
ptc praes actief

Slide 7 - Quizvraag

τιθέμενος
A
ptc praes act
B
ptc praes medium
C
ptc aor act
D
ptc aor medium

Slide 8 - Quizvraag

δείκνυσι
A
3e ev praes ind actief
B
3e mv praes ind actief
C
3e ev praes coni actief
D
3e mv praes coni actief

Slide 9 - Quizvraag

Vertaal: δίδως
A
gevend
B
jij geeft
C
geef
D
te geven

Slide 10 - Quizvraag

δεικνύς
(niet te verwarren met δείκνυς!)
A
ptc praes act
B
ptc praes medium
C
2e ev praes ind act
D
2e ev praes ind medium

Slide 11 - Quizvraag

Vertaal: Διδοῖτε μοι δῶρα.
A
Geef mij geschenken.
B
Mogen jullie mij geschenken geven.
C
Jullie geven mij geschenken.

Slide 12 - Quizvraag

Vertaal: Ἐδείκνυ τό ἦθος τό ἀληθές.
A
Hij toont zijn ware aard.
B
Hij toonde zijn ware aard.
C
Moge hij zijn ware aard tonen.
D
Laat hij zijn ware aard tonen.

Slide 13 - Quizvraag

Τὰ δῶρα τῷ ἐχθρῷ* δίδονται.

*ὁ ἐχτρός = de vijand
A
Hij geeft de geschenken aan de vijand.
B
De geschenken worden aan de vijand gegeven.
C
Ze geven de geschenken aan de vijand.
D
De vijand geeft de geschenken.

Slide 14 - Quizvraag


A

Slide 15 - Quizvraag

δείκνυμι
De werkwoordsvorm δείκνυμι bestaat uit de werkwoordsstam δείκ, het praesenskenmerk νυ en een uitgang. Hoe ziet dan de aoristus van δείκνυμι eruit?

Slide 16 - Tekstslide

De aoristus van δείκνυμι is
A
ἔδεικνυσα
B
ἔδεικσα
C
ἔδειξα
D
ἔδειξον

Slide 17 - Quizvraag

Ηet futurum van δείκνυμι is
A
δείκνυσω
B
δείκνυω
C
δείκσω
D
δείξω

Slide 18 - Quizvraag

δείκνυμι
δείκ-νυ-μι
praesenskenmerk -νυ
aoristus ἔδειξα
futurum δείξω

Slide 19 - Tekstslide

Als je τίθημι omzet van enkelvoud naar meervoud, dan krijg je:
A
τίθημεν
B
τίθεμεν
C
τιθέμεθα

Slide 20 - Quizvraag

Type τίθημι en δίδωμι
Deze werkwoorden hebben voor de indicativus praesens:
- een stam met lange klinker in het enkelvoud praesens (θη/δω)  - een stam met korte klinker in het meervoud praesens (θε /δο)

Slide 21 - Tekstslide

Hoe noemen we de extra lettergreep voor de stam bij τίθημι en δίδωμι?
(τί-θημι, δί-δωμι)
A
reduplicatie
B
praesensreduplicatie
C
stamverlenging
D
praesensstamverlenging

Slide 22 - Quizvraag

Hoe ziet het futurum van τίθημι eruit?
A
θήσω
B
τιθήσω

Slide 23 - Quizvraag

Waarom is het futurum van τίθημι niet τιθήσω?

Slide 24 - Open vraag

Van welk werkwoord is dit de aoristus:
βάλον
A
βάλω
B
βάλλω
C
ὁράω
D
λέγω

Slide 25 - Quizvraag

Van welk werkwoord is dit de aoristus:
λάβον
A
βάλω
B
λανθάνω
C
λάμβανω
D
βούλομαι

Slide 26 - Quizvraag

Van welk werkwoord is dit de aoristus:
εἶπον
A
λείπω
B
ἔρχομαι
C
λέγω
D
τρέπω

Slide 27 - Quizvraag

Van welk werkwoord is dit de aoristus:
ἔτυχον
A
τύχω
B
τύγγω
C
φέρω
D
τυγχάνω

Slide 28 - Quizvraag

Van welk werkwoord is dit de aoristus:
εἶδον
A
ὁράω
B
δίδωμι
C
ἰδόμαι
D
ἐπόμαι

Slide 29 - Quizvraag

Van welk werkwoord is dit de aoristus:
ἦλθον
A
λανθάνω
B
ἔρχομαι
C
ἔλθω
D
φέρω

Slide 30 - Quizvraag

Van welk werkwoord is dit de aoristus:
ἔπεσον
A
πυνθάνομαι
B
πάσχω
C
πίπτω
D
πίνω

Slide 31 - Quizvraag