Taalschat SE4 les 1 opdracht 1 t/m 5

Beste 4T'er. je hebt vandaag je werkboek en je schrift nodig. Pak het er even bij aub.
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
Middelbare schoolvmbo gLeerjaar 4

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Beste 4T'er. je hebt vandaag je werkboek en je schrift nodig. Pak het er even bij aub.

Slide 1 - Tekstslide

Herinnering:
Hoe staat het met je gelezen boeken tot nu toe?
Met een week of 6 heb je een mondeling over je 5! gelezen boeken. 

Niet wachten, zet er actie op!

Slide 2 - Tekstslide

Vandaag:
- Kijken we een aantal opdrachten over 'Taalschat uit Blok 5' na (heb je al gemaakt).
- Werken we verder aan een aantal opdrachten van Taalschat.
- Hebben we 2 aansluitende lesuren (4e en 5e). Tussendoor mag je even 'wandelen'. 
- Doen we het 2e lesuur ook nog even iets heel anders.

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Wat is nou eigenlijk het 'coronavirus'?

Slide 5 - Open vraag

Slide 6 - Link

Slide 7 - Tekstslide

Als het kalf verdronken is, huilt moeder koe
Wat is het juiste spreekwoord en wat betekent het?

Slide 8 - Open vraag

Wie een kuil graaft voor een ander wordt moe.
Welk spreekwoord is wel goed en wat betekent het?

Slide 9 - Open vraag

Welke spreekwoord bedenk je?

Slide 10 - Tekstslide

Opdracht 1:

1 Je moet laten zien/bewijzen dat de bewering niet juist is. 
2 Je moet een uitleg geven, vertellen waarom het zo is of waarom iets gebeurde/ontstond. 
3 Je moet de zin letterlijk opschrijven. 
4 Je moet bedenken wat jouw mening over de stelling is. 
5 Je moet losse woorden gebruiken, dus geen volledige zinnen schrijven. 
6 Je moet volledige zinnen schrijven (met onderwerp en persoonsvorm). 
7 Je moet kort, globaal (in grote lijnen) beschrijven wat het probleem is. 
8 Je moet je antwoord duidelijk maken door meer uitleg of voorbeelden. 

Slide 11 - Tekstslide

Opdracht 2
1 stelling 
2 samenhang 
3 eindoordeel 
4 doel 
5 redenen 
6 reactie 
7 mening 
8 omschrijving 
9 spreekt tegen 

Slide 12 - Tekstslide

Opdracht 3
 
Het woord ‘reden’ gebruik je als het gaat over iets waar je invloed op hebt, waar je zelf over kunt beslissen. 

Het woord ‘oorzaak’ gebruik je als het gaat om iets waar je geen invloed op hebt. 

Slide 13 - Tekstslide

Opdracht 4

1 – in opkomst, in aantal of belangrijkheid toenemen, er komen er snel meer van  
2 – ontspanning   
3 – zegswijze, spreuk 
4 – (schriftelijk) bewijs van ontvangst 
5 – niet fris, muf 
6 – balkje dat jouw boodschappen scheidt van die van een andere klant 


Slide 14 - Tekstslide

Opdracht 5
1 potentieel: mogelijk 
 Verderop staat: ‘ongelukken kunnen hierdoor gebeuren’. ‘Kunnen gebeuren’ is een synoniem of omschrijving van ‘potentieel’. Potentieel betekent dus: mogelijk. (stap 1 of 3) 
 ongeoorloofd: niet toegestaan, verboden 
 Verderop wordt een boetebedrag genoemd. Je krijgt een boete als je iets doet wat niet mag. (stap 5) 
 Je kunt het woord ook in delen splitsen: on + geoorloofd = niet geoorloofd. (stap 4)  Ongeoorloofd betekent dus: niet toegestaan, verboden. 
2 calamiteit: (grote) ramp 
 Direct achter het woord wordt een aantal voorbeelden genoemd. Calamiteit betekent dus: (grote) ramp. (stap 5) 
 draaiboek: een plan voor hoe je moet handelen als er een ramp gebeurt 
 Direct achter het woord staat de omschrijving. (stap 3) 
 imagoschade: schade aan je imago, aan de goede indruk die mensen van je hebben 
 Dit woord is opgebouwd uit de delen imago + schade. Imagoschade betekent dus: schade aan je imago, aan de goede indruk die mensen van je hebben (schade aan de goede naam). (stap 4) 

Slide 15 - Tekstslide

maak nu direct de volgende opdrachten in je schrift:
opdracht 6 t/m 12

Slide 16 - Tekstslide