Week 10: Frans

Chapitre 5:Vendredi le 7 mars


3 HAVO
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Chapitre 5:Vendredi le 7 mars


3 HAVO

Slide 1 - Tekstslide

Chapitre 5

Chapitre 5: Au resto!


Slide 2 - Tekstslide

Les buts
  • Ik kan een gesprek over eten begrijpen.
  • Ik ken woorden die te maken hebben met eten en drinken
  • Ik kan iets bestellen

Slide 3 - Tekstslide

Havo 3
1. Chapitre 5: Au resto!
     - bron B: Lire
      - bron D : Grammaire (het delend lidwoord)

3. Opdrachten maken

Slide 4 - Tekstslide

Lire - Page 17
Lees de tekst in stilte door....
Maak opdracht 8+9

Slide 5 - Tekstslide

Een deel van alles: delend lidwoord
Dit zijn de delend lidwoorden: 

"een deel van"
du (de + le)
van de/het
de la
van de/het
de l'
van de/het
des (de + les)
van de 
Letterlijke betekenis
<--

Slide 6 - Tekstslide

Het lidwoord na aimer, adorer, préférer en détester
Na (vormen van) de werkwoorden aimer, adorer, 
préférer en détester komt altijd het lidwoord: le, la, l' of les

Slide 7 - Tekstslide

la tasse =
A
de fles
B
het glas
C
het kopje
D
de doos

Slide 8 - Quizvraag

le fromage =
A
het rundvlees
B
de brie
C
de pannenkoek
D
de kaas

Slide 9 - Quizvraag

avoir besoin de =
A
honger hebben
B
dorst hebben
C
nodig hebben
D
afwezig zijn

Slide 10 - Quizvraag

la bouteille =
A
de fles
B
het kopje
C
de doos
D
het leven

Slide 11 - Quizvraag

avoir soif =
A
zin hebben
B
dorst hebben
C
honger hebben
D
lol hebben

Slide 12 - Quizvraag

le poisson =
A
de vis
B
de garnaal
C
het varken
D
het vlees

Slide 13 - Quizvraag

peut-être =
A
misschien
B
iedere
C
iets
D
niemand

Slide 14 - Quizvraag

la viande =
A
het ijsje
B
het vlees
C
het drankje
D
de snack

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Tekstslide

Delend lidwoord (Van de/Het)
Vormen van het delend lidwoord?


man
vrouw
klinker/H
enk
du
de la
de l'
mv
des
des
des

Slide 17 - Tekstslide

Ik kan een delend lidwoord gebruiken 
-wat moet ik weten?
- wat is een delend lidwoord?
- wanneer gebruik ik een delend lidwoord?

Slide 18 - Tekstslide

WHHTUK
Wat?          Maken 15, 16 en 21 vanaf pagina 22 én Francofolies                             naar keuze
Hoe?          Individueel
Hulp?        Docent loopt rond om te helpen
Tijd?          De rest van de les (eventueel nog quiztijd)
Uitkomst? Samen bespreken
Klaar?       Leren A en B van chapitre 5! Lees p. 31 en maak 22-25

Slide 19 - Tekstslide

Bon weekend!!!!

Slide 20 - Tekstslide