In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Herhaling
Lesbrief Monetaire Zaken
Slide 1 - Tekstslide
In een land loopt de inflatie door een goed draaiende economie langzaam op. De vakbonden dreigen met aangepaste looneisen te komen. De centrale bank reageert door aan te geven dat haar inflatiedoelstelling onveranderd blijft. Hoe noem je deze vorm van monetair beleid?
A
Rentebeleid
B
Helikoptergeld
C
Kwantitatieve verruiming
D
Inflation targeting
Slide 2 - Quizvraag
Een geldscheppende bank heeft de volgende balansposten (miljoenen euro's). Debiteuren = 150 ; Rekening-couranttegoeden = 128; Tegoed bij de centrale bank = 5; Kas = 36; Spaarrekeningen = 40; Dollarrekeningen = 23
Bereken het liquiditeitspercentage
A
32,0%
B
28,1%
C
27,1%
D
24,4%
Slide 3 - Quizvraag
Wanneer een rekeninghouder bij de ABN-AMRO zijn dollartegoed omzet in een rekening-couranttegoed in euro's, is dat een voorbeeld van ...(1)..., waarbij de maatschappelijke geldhoeveelheid ...(2)...
A
(1) substitutie, (2) gelijk blijft
B
(1) substitutie, (2) toeneemt
C
(1) transformatie, (2) gelijk blijft
D
(1) transformatie, (2) toeneemt
Slide 4 - Quizvraag
Twee beweringen: (1). Als de overheid geld leent bij het publiek (plaatsing staatsobligaties) blijft de maatschappelijke geldhoeveelheid gelijk (kijk hierbij ALLEEN naar de geldstroom die hier staat, niet naar het saldo). (2). Als de overheid leent bij banken (plaatsing staatsobligaties) en dit uitgeeft aan salarissen van de ambtenaren stijgt de maatschappelijke geldhoeveelheid.
A
Beide zijn goed
B
(1) is goed en (2) is fout.
C
(1) is fout en (2) is goed
D
Beide zijn fout
Slide 5 - Quizvraag
Welk gevaar ontstaat er voor cliënten van een bank, als die bank niet voldoende liquide is?
A
Dat de cliënten moeten uitzien naar een andere bank.
B
Dat de cliënten minder rente krijgen op hun spaargeld.
C
Dat er geen contant geld meer opgenomen kan worden.
D
Dat er geen nieuwe rekeningen meer geopend kunnen worden.
Slide 6 - Quizvraag
De hoofdtaak van de ECB is ...
A
de externe waarde stabiliseren
B
het beleid gericht op prijsstabiliteit
C
het bedrijfseconomisch toezicht op de banken
D
de zorg voor een soepel en betrouwbaar betalingsverkeer
Slide 7 - Quizvraag
Twee beweringen: (1) Giraal geld is het geld van mensen en bedrijven (exclusief banken), dat op de spaarrekeningen bij de banken staat. (2) Een girale betaling gebeurt altijd met een pinpas.
A
Beide zijn goed
B
(1) is goed, (2) is fout
C
(1) is fout, (2) is goed
D
Beide zijn fout
Slide 8 - Quizvraag
Waar zit de fout in de volgende redenering? In het eurogebied heerst overbesteding --> hoge inflatie --> ECB zal de rente verlagen --> de besparingen nemen toe --> het lenen neemt af --> de bestedingen nemen af --> de inflatie neemt af.
A
Het lenen neemt af
B
ECB zal de rente verlagen
C
De besparingen nemen toe
D
Nergens, de redenering is juist.
Slide 9 - Quizvraag
Twee beweringen: (1) Door een dalende wisselkoers van de euro daalt de inflatie in de eurolanden. (2) Door een stijgende arbeidsproductiviteit kan de kosteninflatie beperkt worden.
A
Beide zijn goed
B
(1) is goed en (2) is fout
C
(1) is fout en (2) is goed
D
Beide zijn fout.
Slide 10 - Quizvraag
Een verlaging van de rentestand leidt tot ...(1)... aandelenkoersen, omdat beleggers op grote schaal overstappen van ...(2)...
A
(1) lagere, (2) aandelen naar obligaties
B
(1) lagere, (2) obligaties naar aandelen
C
(1) hogere, (2) aandelen naar obligaties
D
(1) hogere, (2) obligaties naar aandelen
Slide 11 - Quizvraag
Door substitutie verandert de omvang van de ...
A
girale geldhoeveelheid
B
maatschappelijke geldhoeveelheid
C
primaire liquiditeitenmassa
D
binnenlandse liquiditeitenmassa
Slide 12 - Quizvraag
Kees heeft in 2017 een nettoloon van € 1.120. In 2018 stijgt zijn nettoloon naar € 1.150. In 2018 stijgt het CPI van 109,8 (2017) naar 111,0.
Bereken met hoeveel procent het reële nettoloon van Karel is gestegen in 2018 ten opzichte van 2017.
A
1,2%
B
-7,5%
C
1,56%
D
2,7%
Slide 13 - Quizvraag
Waarom probeert de centrale bank een faillissement van een (grote) bank te voorkomen?
A
De centrale bank kan dan een deel van het uitgeleende geld weer terug krijgen.
B
Door een faillissement zal de inflatie in een land snel oplopen.
C
Het faillissement van een bank is schadelijk voor het vertrouwen van het publiek in de banken.
D
Door het faillissement van een bank zal de geldmarktrente gaan stijgen.
Slide 14 - Quizvraag
Om de kredietverlening te beperken kan de ECB ...
A
de refirente verlagen
B
staatsobligaties verkopen aan banken
C
tijdelijk kopen van vreemde valuta van banken
D
solvabiliteitspercentage verlagen.
Slide 15 - Quizvraag
Balansgegevens van een bank (x € 1.000.000): Activa: kas € 1.500, tegoed bij DNB € 200, debiteuren € 9.500 Passiva: rekening-couranttegoeden € 8.000, termijndeposito's € 1.500, spaarrekeningen € 1.300, eigen vermogen € 2.000
Wij gebruiken cookies om jouw gebruikerservaring te verbeteren en persoonlijke content aan te bieden. Door gebruik te maken van LessonUp ga je akkoord met ons cookiebeleid.