Deel 2 - 4.4 Hoe maak je winst?

1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 12 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Welkom, wat fijn dat jullie er zijn!

Bij binnenkomst
Stap 1: Jas in de kluis of op de gang.
Stap 2: Eten/drinken weg & kauwgom/lolly uit.
Stap 3: Open je boek op blz.122 en open je schrift voor een opdracht.
Stap 4: Pak je rekenmachine en etui erbij.




Slide 2 - Tekstslide

Dit gaan we doen deze les
  1. Herhalen 4.3 - rekenen
  2. Nakijken huiswerk
  3. Nieuwe uitleg 4.4 - rekenen
  4. Zelfstandig werken

Slide 3 - Tekstslide

In deze les leer je

  1. Wat een ondernemer is
  2. Wat het verschil is tussen arbeidsintensief en kapitaalintensief
  3. wat afzet en omzet is en hoe je dit berekent
  4. wat winst is en hoe je die berekent

Slide 4 - Tekstslide

Zelfstandig werken
Stap 1: Nakijken huiswerk
Stap 2: Maak opgave 4 t/m 6 blz. 134
Stap 3: Maak 4.1 t/m 4.3 op blz. 136
Stap 4: Maak opgave 1 t/m 13 blz. 138-139

Stap 1 & 2 zijn huiswerk
timer
10:00

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Hoeveel geld komt er binnen?
Afzet =   het aantal producten dat je met
               jouw bedrijf verkoopt.
Omzet = het totaalbedrag dat je ontvangt
               door producten te verkopen. 




Voorbeeld:
Mevrouw Bajramovic verkoopt deze maand 500 Levi's spijkerbroeken van €110 per stuk.

Hoeveel bedraagt de omzet?
Omzet = afzet x verkoopprijs

Slide 7 - Tekstslide

Winst berekenen
Door het verkopen van producten ontvang je omzet.
Daarvan betaal je nog allerlei kosten:
  • de inkoop van grondstoffen of goederen,
  • bedrijfskosten zoals lonen, energie, reclame, enz.
Wat daarna overblijft is winst.

Voorbeeld:
Met verkoop van T-shirts behaal je een omzet van €12.600. Je hebt de T-shirts voor in totaal €6.500 ingekocht. Je bedrijfskosten zijn €2.800.

Bereken de winst of het verlies.

Slide 8 - Tekstslide

Zelfstandig werken
Stap 1: Maak opgave 7 t/m 13 blz. 135
Stap 2: Maak 4.1 t/m 4.3 op blz. 136
Stap 3: Maak opgave 1 t/m 13 blz. 138-139
Stap 4: Maak opgave 1 t/m 10 blz. 141

Stap 1 is huiswerk voor morgen
timer
7:00
timer
3:00

Slide 9 - Tekstslide

Je eigen inkomen verdienen?
Als je met een eigen bedrijf je inkomen verdient, ben je een ondernemer.


Een ondernemer verkoopt goederen of diensten.

Hoeveel dat oplevert, ligt aan:
  • hoeveel je verkoopt
  • voor welke prijs je het verkoopt.

Slide 10 - Tekstslide



Arbeidsintensief produceren =
naar verhouding produceer je meer met mensen dan met machines.

Vooral in dienstverlening:
  • onderwijs
  • de zorg
  • winkels



Kapitaalintensief produceren =
naar verhouding produceer je meer met kapitaalgoederen (bijv. machines) dan met mensen.

Vooral in industriële bedrijven:
  • fabrieken
  • werkplaatsen

Mens of machine?

Slide 11 - Tekstslide

Herhalen deze les

  1. Wat is investeren is?
  2. Hoe bereken je de afschrijving?
  3. Wat is het verschil tussen mechaniseren, robotisering en automatisering?
  4. Wat is arbeidsproductiviteit?

Slide 12 - Tekstslide