engels 6.1 6.2

Welcome to English class!
- Find a seat.
- Grab your workbook, notebook and pen. 
- Let's start right away!
timer
1:00
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welcome to English class!
- Find a seat.
- Grab your workbook, notebook and pen. 
- Let's start right away!
timer
1:00

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

timer
7:00

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

to + infinitive
after verbs such as to ask, to decide, to expect, to hope, to learn, to offer, to plan, to promise, to refuse, to want. 

I asked to close his laptop.
I refused to leave the bus.
I hope to become a doctor. 
   

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gerund
Een gerund (werkwoord + -ing) gebruik je als een zelfstandig naamwoord.
Je kunt een gerund gebruiken na werkwoorden als:




Love
I love travelling
Stop
They stopped seeing each other.
Start
Abigail always starts planning as soon as she gets homework.
Enjoy
They enjoy swimming.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gerund: ww + ing
Gerund = ww + ing (zonder to be er voor)
Als onderwerp, lijdend voorwerp of meewerkend voorwerp.

I am swimming = present continuous
Swimming is good for you = onderwerp
 I was thinking about meeting them = Lijdend/meewerkend voorwerp



Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

When?
Je gebruikt de gerund (ww+ing): als onderwerp van de zin, lijdend voorwerp of meewerkend voorwerp.
  • na ww die een mening uitdrukken (hate/ like/ love/enjoy)
  • na deze ww start/ begin/ continue/ stop
  • na voorzetsels (after/ before/ while/ at etc.)
  • na bepaalde uitdrukkingen: It's no use / It's (not) worth it / don't mind / to look forward to

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer gebruik je 'to be going to'?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer gebruik je 'shall'?

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer gebruik je 'will'?

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kies voor de juiste toekomende tijd:

I ......................... watch cycling on TV this afternoon.
A
am going to
B
will
C
shall

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kies voor de juiste toekomende tijd:
............... we go out to dinner this weekend?
A
Are going
B
Will
C
Shall

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kies voor de juiste toekomende tijd:

I promise I ................ be home early tonight.
A
am going to
B
will
C
shall

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kies voor de juiste toekomende tijd:

Granddad, ..................... I carry your bags for you ?
A
am going to
B
will
C
shall

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kies voor de juiste toekomende tijd:

Look at those clouds, I think it .................. rain in a minute!
A
is going to
B
will
C
shall

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kies voor de juiste toekomende tijd:

My mother ....................... be furious when I tell her I lost my brand new jacket!
A
is going to
B
will
C
shall

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

SOME and ANY

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Wat past het beste in de zin? 
Kies uit: some - any - something - anything - anybody - somebody - anybody - somewhere - anywhere
Can you ask .... for directions?

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Kies uit: some - any - something - anything - somebody - anybody - somewhere - anywhere
I didn't know .... at the party.
Wat past het beste in de zin? 

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Wat past het beste in de zin? 
Kies uit: some - any - something - anything - anybody - someone - anyone - somewhere - anywhere
Without books you can't do .... at school.

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Wat past het beste in de zin? 
Kies uit: some - any - something - anything - somebody - anybody - someone - anyone - somewhere - anywhere
The concert is .... near Amsterdam.

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Wat past het beste in de zin? Kies uit: some - any - something - anything - anybody - someone - anyone - somewhere - anywhere
Is there .... wrong? You look sad.

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Finish the assignments!
What? 
Unit 6.1 exercises 2, 3, 4, 5
Unit 6.2 exercises 12, 15, 16 and 17
- Exercises 13 & 14 to study the words
How?  Work quietly (Low volume)
Done? Check and correct your work!!





timer
30:00

Slide 27 - Tekstslide

get ahead: Maak een verhaal met minimaal 15 woorden van unit 3 vocab. denk aan grammatica gebruiken van dit hoofdstuk zoals