2024 week 8 les 1 en 2

We gaan een filmpje bekijken
Hoe vraagt de man hoe laat de trein naar Carcassonne vertrekt?
Hoe laat vertrekt de trein?
Hoe vraagt hij om een kaartje naar Carcassonne?
Wat is een retourtje ?
Wat is een enkele reis?
Hoe zegt de man dat dat te duur is?
Hoe reageert de vrouw ?




1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

We gaan een filmpje bekijken
Hoe vraagt de man hoe laat de trein naar Carcassonne vertrekt?
Hoe laat vertrekt de trein?
Hoe vraagt hij om een kaartje naar Carcassonne?
Wat is een retourtje ?
Wat is een enkele reis?
Hoe zegt de man dat dat te duur is?
Hoe reageert de vrouw ?




Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Link

Hoe laat vertrekt de trein?
A
À quelle heure part le train?
B
À quelle heure arrive le train?

Slide 3 - Quizvraag

Hij vertrekt om 9 uur
A
Il part à deux heures
B
Il part à quatre heures
C
Il part à neuf heures
D
Il part à quinze heures

Slide 4 - Quizvraag

Hoe vraagt hij om een kaartje naar Carcassonne?
A
Une billet
B
Un billet s'il vous plaît
C
Une billet s'il vous plaît
D
Un billet

Slide 5 - Quizvraag

Wat is een retourtje ?
A
Un aller
B
Un retour et aller
C
Un retour
D
Un aller et retour

Slide 6 - Quizvraag

Wat is een enkele reis?
A
un aller simple
B
un aller
C
un retour simple
D
un simple

Slide 7 - Quizvraag

Hoe zegt de man dat het te duur is?
A
C'est trop bon marché
B
C'est chèr
C
C'est trop chèr
D
C'est chèr trop

Slide 8 - Quizvraag

Hoe reageert de vrouw ?
A
C'est dommage
B
Prenez donc le bus
C
Zut alors
D
Va à pied

Slide 9 - Quizvraag

  • Les devoirs battle
  • herhaling grammatica
  • uitleg volgende les
Le but: à la fin de ce cours:
  • beheers ik de grammatica van unité 4 en unité 5 voor de toets

Slide 10 - Tekstslide

Les devoirs
Leren apprendre 4 en 6 (ook schrijven)
Let op de juiste lidwoorden

BATTLE (zie volgende slide)

Slide 11 - Tekstslide

Battle B1F - V1B
2-2

Nog drie keer battle (eventueel 2 x)

Slide 12 - Tekstslide

Les devoirs - woensdag!
Leren apprendre 7 en 8 (ook schrijven)
Let op de juiste lidwoorden

Slide 13 - Tekstslide

Toetsweek - la grammaire

werkwoord aller en futur proche
de ontkenning (ne...pas)
Het bijvoeglijk naamwoord
Leer ook goed de:
let op!

Slide 14 - Tekstslide

Blz 118: ALLER - let op!
In het Frans kun je direct na de vorm van aller een heel werkwoord gebruiken. Zo geef je aan dat er iets binnenkort gaat gebeuren. Deze werkwoordsstijl heet de futur proche.

Demain, je vais jouer de la guitare - morgen ga ik gitaar spelen
Cet après-midi, nous allons regarder la télé - vanmiddag gaan we televisie kijken.

Slide 15 - Tekstslide

Ontdek de fout
1. Demain, on va un film regarder
2. Vous avons une jolie maison.
3. Les filles elles vont à la plage
4. Ce soir, je vais visite un concert.

Slide 16 - Tekstslide

Ontdek de fout
1. Demain, on va regarder un film (owerp - ww - rest van de zin)
2. Vous avez une jolie maison (uitgang -ons hoort bij nous)
3. Les filles vont à la plage (les filles - onderwerp, geen elles)
4. Ce soir, je vais visiter un concert (hele werkwoord)

Slide 17 - Tekstslide

Hoe vertaal je?

Ik ga morgenavond dansen

Slide 18 - Tekstslide

Hoe vertaal je?

Ik ga morgenavond dansen?

Je vais danser demain soir
Of 
Demain soir je vais danser.

Slide 19 - Tekstslide

De ontkenning

Andere ontkenningsvormen:
ne....plus = niet meer, geen meer
ne... jamais = nooit
ne...rien = niets
Uit je hoofd leren!

Slide 20 - Tekstslide

Ontdek de fouten
1. Ce soir, je ne vais visiter pas un concert 
2. C'est ne pas drôle.
3. Il ne habite pas à Delft

Slide 21 - Tekstslide

Ontdek de fouten
1. Ce soir, je ne vais pas visiter un concert (meerdere ww, pas achter persoonsvorm)
2. Ce n'est pas drôle (c'est - ce n'est pas)
3. Il n' habite pas à Delft (stomme h)

Slide 22 - Tekstslide

De ontkenning: let op!
C'est - Ce n'est pas
Ce n'est pas drôle - het is niet grappig

Slide 23 - Tekstslide

Bijvoeglijk naamwoord

Meestal achter zelfstandig naamwoord
Soms ervoor (uitzonderingen leren)
Vrouwelijk en mannelijk meervoud e, es, s
Uitzonderingen uit hoofd leren (heureux, heureuse, français, rouge, bon- bonne etc)

Slide 24 - Tekstslide

Bijvoeglijk naamwoord: let op!
Ook in de volgende zinnen met être staan bijvoeglijke naamwoorden.

Jean est grand
Jeanne est grande
Mes chaussures sont rouges.

Slide 25 - Tekstslide

Ontdek de fout
1. Jean est un garçon grand.
2. Sophie et Anne est jolie.
3. Ma grand-mère est vieuxe.

Slide 26 - Tekstslide

Ontdek de fout
1. Jean est un grand garçon (uitzondering)
2. Sophie et Anne sont jolies (mv vrouwelijk, ook ww mv)
3. Ma grand-mère est vieille (onregelmatige vr vorm)

Slide 27 - Tekstslide

Donderdag (B1F) of vrijdag (V1B)

- invaller
- jullie krijgen een werkboekje om de grammatica te oefenen
- ga goed aan de slag
- je mag je boek nog gebruiken om dingen op te zoeken
maandag nakijken - niet mee = woensdag 8 uur

Slide 28 - Tekstslide

Au travail
Classroom oefeningen
Extra werkbladen
Woordjes leren

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Video

Slide 32 - Video

  • oefenboekje maken
Le but: à la fin de ce cours:
  • beheers ik de grammatica van unité 4 en unité 5 voor de toets

Slide 33 - Tekstslide