voorbereiden PTA H6

Voorbereiden PTA H6
Stukjes oefenen en uitleg
Oefen vragen
Aan de slag met de herhalingsopdrachten 
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Voorbereiden PTA H6
Stukjes oefenen en uitleg
Oefen vragen
Aan de slag met de herhalingsopdrachten 

Slide 1 - Tekstslide

Kenmerken van ontwikkelingslanden zijn onder andere:
- veel inwoners zijn er arm.
- deze landen hebben vaak een eenzijdige economische structuur, bijvoorbeeld een monocultuur.
Noem twee andere kenmerken van ontwikkelingslanden.

Slide 2 - Open vraag

Kenmerken van ontwikkelingslanden zijn onder andere:
- veel inwoners zijn er arm.
- deze landen hebben vaak een eenzijdige economische structuur, bijvoorbeeld een monocultuur.
Noem twee andere kenmerken van ontwikkelingslanden.

Bijvoorbeeld:
  - hoge werkloosheid
  - ondervoeding
  - snelle bevolkingsgroei
  - analfabetisme
  - beperkte technische ontwikkeling

Slide 3 - Tekstslide

Veel ontwikkelingslanden hebben een monocultuur.
Welk nadeel heeft een monocultuur voor de economie van een land?

Slide 4 - Open vraag

 Veel ontwikkelingslanden hebben een monocultuur.
 Welk nadeel heeft een monocultuur voor de economie van een land?

(Een land met een monocultuur is voor het grootste deel van zijn export afhankelijk van één product.) 

Het land heeft te weinig andere inkomsten als de opbrengsten van dit ene product tegenvallen (door bijvoorbeeld misoogst of prijsdaling op de wereldmarkt).

Slide 5 - Tekstslide

Chili heeft belang bij een hoge koperprijs. Maar als de prijs van koper te hoog wordt, kan dat op den duur nadelig zijn voor Chili en de overige koperproducenten.
Geef hiervoor een verklaring.

Slide 6 - Open vraag

 Chili heeft belang bij een hoge koperprijs. Maar als de prijs van koper te hoog wordt, kan dat op den duur nadelig zijn voor Chili en de overige koperproducenten.
 Geef hiervoor een verklaring.

 Als koper te duur wordt gaan landen op zoek naar vervangende grondstoffen die goedkoper zijn. De koper producerende landen lopen inkomsten mis.

Slide 7 - Tekstslide

Ghana is een Afrikaans land dat veel cacao exporteert. In het afgelopen jaar is de ruilvoet van Ghana verbeterd.
Wat wil dat zeggen?

A
De exportwaarde van Ghana is meer gestegen dan de invoerwaarde.
B
De exportwaarde van Ghana is minder gestegen dan de invoerwaarde.
C
De verhouding tussen de prijs van cacao en de prijs van importproducten is verbeterd.
D
De verhouding tussen de prijs van exportproducten en de prijs van cacao is verbeterd.

Slide 8 - Quizvraag

Artsen zonder Grenzen is een organisatie die hulp geeft waar hulp het hardst nodig is: in oorlogs- en conflictsituaties, op die plekken waar mensenlevens worden bedreigd door ondervoeding, epidemieën of een natuurramp.
Hoe heet de hulp die Artsen zonder Grenzen verleent?
A
gebonden hulp
B
noodhulp
C
structurele hulp

Slide 9 - Quizvraag

Veel ontwikkelingslanden kennen een slechte infrastructuur.
Welk nadeel heeft een slechte infrastructuur voor de economie van een land?

Slide 10 - Open vraag

Veel ontwikkelingslanden kennen een slechte infrastructuur.
Welk nadeel heeft een slechte infrastructuur voor de economie van een land?



In een land met een slechte infrastructuur is communicatie en transport moeilijk. Met delen van het land die slecht bereikbaar zijn zal minder handel zijn, waardoor de economie zich minder goed kan ontwikkelen.

Slide 11 - Tekstslide

Wat is geen manier om welvaart te vergelijken?
A
De koopkracht vergelijken
B
De kwaliteit/aanwezigheid van collectieve voorzieningen
C
De omvang van de informele productie, zoals zelfvoorziening
D
De export naar andere landen

Slide 12 - Quizvraag

De Filipijnen hebben een lening afgesloten van 1,45 miljard de rente hiervan is 2,3%. Hoeveel rente moet de Filipijnen na één jaar betalen
A
33.350.000
B
33.450.000
C
32.350.000
D
32.450.000

Slide 13 - Quizvraag

Koffiebonen zijn een belangrijk exportproduct voor Brazilië. in één jaar steeg de prijs van koffiebonen van 3.100 euro per ton naar 3.560 per toen. Bereken met hoeveel procent de prijs van de koffiebonen steeg. Alleen het antwoord met twee decimalen en %

Slide 14 - Open vraag

Leg uit wat een nadeel is voor een land met een monocultuur.

Slide 15 - Open vraag

Waarom heeft het sturen van ontwikkelingshulp naar een land met een slecht bestuur weinig positieve gevolgen voor de bevolking?

Slide 16 - Open vraag

De VN zamelen geld in voor de bouw van een ziekenhuis. Dit is een voorbeeld van
A
Structurele hulp
B
Noodhulp
C
Bilaterale hulp
D
Gebonden hulp

Slide 17 - Quizvraag

Goed onderwijs zorgt voor een betere concurrentiepositie
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quizvraag

Nala heeft een lening afgesloten van 30 euro, Ze betaalt wekelijks 50 eurocent terug + 10 eurocent aan rente. Hoelang duurt het voordat Nala de lening heeft afbetaald.
A
50 weken
B
60 weken

Slide 19 - Quizvraag

India heeft een bevolking van 1.250 miljoen mensen. Het nationaal inkomen is 1.990 miljard. Bereken het inkomen per hoofd van de bevolking. Vul alleen het antwoord in

Slide 20 - Open vraag

Leg uit dat afschaffen van contingenteringen gunstig kan zijn voor ontwikkelingslanden

Slide 21 - Open vraag

Fairtrade is een vorm van ontwikkelingssamenwerking. Dit is .... hulp
A
Structurele hulp
B
Noodhulp

Slide 22 - Quizvraag

Een vrouw in Kenia heeft een microkrediet afgesloten. Zij leent € 50 om een weefgetouw en stof te kopen. Per week betaalt zij € 1,25 aan aflossing en € 0,15 aan rente. Zij betaalt alles netjes terug.
• Bereken de kredietkosten in procenten van het geleende bedrag.
Alleen het antwoord met %

Slide 23 - Open vraag

Aber sluit een microkrediet af. Ze leent €60. Ze lost €1,25 per week af en betaalt €0,20 rente. Kredietkosten? Alleen het antwoord

Slide 24 - Open vraag

Aan de slag
H6 herhaalopdrachten 

Slide 25 - Tekstslide