Herhaling H6 (SE 3)

1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Marina wil weten of Rusland een hoge welvaart heeft. Ze heeft opgezocht dat er in Rusland 142 miljoen mensen wonen. Het land heeft een nationaal inkomen van omgerekend € 1.300 miljard. Hoeveel is het inkomen per hoofd van de bevolking in Rusland?

Slide 3 - Open vraag

Bereken voor Malawai het inkomen per hoofd van de bevolking.

Slide 4 - Open vraag

Egypte is een economie in opkomst. Dat is onder andere te zien aan de stijging van de inkomens. In 2010 bedroeg het inkomen per hoofd van de bevolking nog 2.738 dollar. Zes jaar later had Egypte een nationaal inkomen van 331 miljard dollar. Egypte had toen 95 miljoen inwoners.

→ Met hoeveel procent is het inkomen per hoofd van de bevolking van Egypte tussen 2010 en 2016 gestegen? Schrijf je berekening op.

Slide 5 - Open vraag

Slide 6 - Tekstslide

Het inkomen per hoofd van de bevolking is in Tsjechië vrijwel even hoog als in Equatoriaal Guinea, een land in West-Afrika. Kun je met deze informatie zeggen dat de inwoners van beide landen dezelfde welvaart hebben? Leg je antwoord uit.

Slide 7 - Open vraag

Slide 8 - Tekstslide

Bekijk de grafieken. Welke van deze grafieken zou van Nederland kunnen zijn? Leg je antwoord uit.

Slide 9 - Open vraag

kenmerken ontwikkelingsland

Slide 10 - Woordweb

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Kenmerken van ontwikkelingslanden zijn onder andere:
- een slechte infrastructuur.
- een ongelijke inkomensverdeling

→ Noem twee andere kenmerken van ontwikkelingslanden.

Slide 13 - Open vraag

Veel ontwikkelingslanden kennen een slechte infrastructuur.
→ Welk nadeel heeft een slechte infrastructuur voor de economie van een land?

Slide 14 - Open vraag

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Wat kun je doen om een ontwikkelingsland uit de vicieuze cirkel te halen?

Slide 17 - Open vraag

Slide 18 - Tekstslide

Wat is monocultuur?
A
Een klein deel van de export bestaat uit één product
B
De export bestaat uit heel veel producten
C
Producten kunnen alleen verkocht worden aan landen in de buurt
D
Een groot deel van de export van een land bestaat uit één grondstof

Slide 19 - Quizvraag

Mali heeft een monocultuur. Wat is het kenmerk van een monocultuur
A
De export is extra gevoelig voor prijsschommelingen
B
De export brengt maar weinig geld op
C
De import is extra gevoelig voor prijsschommelingen
D
De import kost veel geld

Slide 20 - Quizvraag

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Nederland helpt Nigeria door geld te geven voor de aanleg van watervoorzieningen.
Nigeria moet als voorwaarde, deze aanleg wel inkopen bij Nederlandse bedrijven.
A
gebonden hulp
B
ongebonden hulp

Slide 24 - Quizvraag

Slide 25 - Tekstslide



Wat is microkrediet?
A
Kleine geldbedragen geven aan ontwikkelingshulp
B
Kleine leningen voor kleine bedrijven
C
Kleine bedrijven opzetten in ontwikkelingslanden
D
Kleine bedrijven opkopen door multinationals

Slide 26 - Quizvraag

Waar kunnen kleine ondernemers in ontwikkelingslanden terecht voor het afsluiten van een microkrediet?

A
Hulporganisaties
B
Wereldbank
C
De regering
D
Donald Trump

Slide 27 - Quizvraag

Leg uit waarom het verlenen van microkrediet een voorbeeld is van structurele hulp.

Slide 28 - Open vraag

Catarina uit Guatemala (Midden-Amerika) heeft een
microkrediet afgesloten. Zij leent € 45 om producten in te kunnen
kopen voor haar marktkraam. Per week betaalt zij € 0,90 aan aflossing
en € 0,15 aan rente. Zij betaalt alles netjes volgens afspraak terug.
→ Hoeveel rente betaalt zij in totaal? Schrijf de berekening op.

Slide 29 - Open vraag

Slide 30 - Tekstslide

Wat is GEEN structurele hulp
A
Voedsel sturen naar een land
B
Waterputten slaan/bouwen in een land
C
Een goed zorgsysteem ontwikkelen in een land.
D
Goed onderwijs ontwikkelen in een land

Slide 31 - Quizvraag

Welke hulpvorm(en) zijn structureel?

A
Voedsel sturen
B
Medicijnen sturen
C
Huizen bouwen
D
Scholen bouwen

Slide 32 - Quizvraag

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

De opbrengst van de actiedag is dit jaar € 1.325. Dat is meer dan vorig jaar. Toen was de opbrengst € 1.236. → Bereken hoeveel procent de opbrengst dit jaar hoger is dan vorig jaar.

Rond je antwoord af op één decimaal.

Slide 36 - Open vraag

Leg uit waarom Fairtrade een voorbeeld is van structurele hulp.

Slide 37 - Open vraag