'Will/shall' en 'to be going to'
'Will/shall' en 'to be going to'
In deze les...
- toekomstige tijd maken met will/shall + heel werkwoord
- toekomstige tijd maken met to be going to + heel werkwoord
- oefenen met beide vormen
Will + heel werkwoord
will + heel werkwoord
We will go to school tomorrow
Je gebruikt 'will' voor ieder onderwerp, er zijn geen vervoegingen. Je kunt 'will' wel afkorten: 'll
Bijvoorbeeld: They will go home tomorrow.
She'll fly to Spain next summer.
Will ontkenend maken
Normaal gesproken kun je n't achter een hulpwerkwoord plakken. Bij will kan dan niet.
Als je will ontkennend maakt krijg je
won't
Dus....
shit = she / he / it
Susan ____ (be) at the party tonight.
We ____ (not - go) on holiday this year
Will vragend maken
Vragend maken doe je zo:
Will + ow + heel ww
Bijv.: Will you tell me what's wrong?
BEHALVE:
Als het ow I of we is!!!
Dan gebruik je Shall + ow + heel ww.
Bijv.: Shall I open a window? It's too hot in here.
Dus....
____ it ____ (rain) tonight?
____ we ____(try) to find the lost kitten?
____ she ____(manage) on her own?
To be going to + heel werkwoord
Een andere manier om toekomstige tijd/future te maken is:
to be going to + heel werkwoord
Peter is going to have a party tomorrow.
Voor deze manier heb je dus 3 dingen nodig i.p.v. 2 zoals bij 'will'
Welke vorm van to be je nodig hebt hangt af van het onderwerp.
Dus....
* Let op: amn't bestaat niet. Ain't is spreektaal en mag je daarom niet gebruiken
Dus....
Dus....
I think we ____ (take) the bus to school today.
____ Jill ____(bake) your wedding cake?
Verschil???
Will / shall + ww: voorspellingen, beloftes, feiten in de toekomst of als je iets aanbiedt.
Bijvoorbeeld: The sun will shine brightly the rest of the week.
I won't tell anybody what you did!
My dad will be 50 next year.
Shall we give you a hand with those boxes?
Verschil???
to be going to + ww: plannen in de toekomst
Bijvoorbeeld: The twins are going to celebrate their birthday next week.
Are we going to swim tomorrow?
You aren't going to eat that, are you?
Signaalwoorden
Dat je een future moet gebruiken kun je zien aan woorden als:
tomorrow
next (week/year/etc.)
tonight
in (two days/etc.)
when (=als)
En alle andere woorden die verwijzen naar de toekomst!
Now practice:
Op deze website ga je oefenen met de future!