4.3 3M

wat gaan we doen
  • Uitleg 4.3
  • Maken 4.3
  • Oefenen SO (donderdag 20 maart) 
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 3

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

wat gaan we doen
  • Uitleg 4.3
  • Maken 4.3
  • Oefenen SO (donderdag 20 maart) 

Slide 1 - Tekstslide

Doelen 4.2
  • Symbolen van stoffen kennen 
  • Verschil element, atoom, molecuul en verbinding kennen
  • Weten wat een moleculaire stof is 

Slide 2 - Tekstslide

§4.2
Moleculaire stof = stof die uit alleen maar niet-metalen bestaat

Pak Binas erbij 

Slide 3 - Tekstslide

§4.2

Slide 4 - Tekstslide

Doelen 4.3
  • Maken van reactieschema's en reactievergelijkingen
  • Afkortingen van moleculen kennen
  • Kloppend maken van een reactievergelijking 
  • De 2 atomige elementen kennen 

Slide 5 - Tekstslide

§4.2
Molecuulformule = De afkorting van een molecuul 

Water = 
Koolstofdioxide = 
Zuurstof =
H2O
CO2
O2

Slide 6 - Tekstslide

§4.2
Index= het kleine cijfer in een molecuulformule, geeft aan hoevaak een atoomsoort in een molecuul zit 


Als je indexen veranderd krijg je direct een andere stof        
                 = geen water meer maar waterstofperoxide 
H2O
H2O2

Slide 7 - Tekstslide

§4.2
Geef bij een molecuul ook altijd de fases aan


Vast= s
Vloeibaar = l
Gas= g
Opgelost in water = aq
H2O(s)

Slide 8 - Tekstslide

§4.2
Stoffen uit het boek




Br I N Cl H O F = 2 atomige elementen 

Slide 9 - Tekstslide

§4.2
Reactieschema = reactie weergegeven in woorden 
Waterstof (g) + zuurstof (g) --> Water (l) 

Reactievergelijking = reactie in afkortingen 

2H2(g)+O2(g)2H2O(g)

Slide 10 - Tekstslide

§4.2
Een reactievergelijking moet kloppend 
Even veel van elke atoom voor als na de pijl


Coëfficiënt = grote getal voor molecuul, geeft aan hoevaak een stof aanwezig is 


2H2(g)+O2(g)2H2O(g)

Slide 11 - Tekstslide

Aan het werk 
Lezen 4.3 in stilte
Maken: 1 t/m 7



Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide