6.2 Spiegelbeelden

1 / 59
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 59 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdstuk 6 Licht
Welkom Kader 2



timer
5:00
Benodigheden
- laptop
- Binas
- Rekenmachine 


Welkom Kader 2!

Lees 6.2 Spiegelbeelden




Tassen op de grond
Jas over je stoel
Telefoons in de zakkie

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

We gaan starten!
                                                               Wachttijd:
stopwatch
00:00

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

6.2 Spiegelbeelden
Terugblik

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • 6.1.1 Je kunt voorbeelden noemen van natuurlijke en kunstmatige lichtbronnen. R
  • 6.1.2 Je kunt schematisch lichtstralen tekenen. T1
  • 6.1.3 Je kunt uitleggen hoe je voorwerpen om je heen kunt zien die zelf geen licht geven. T1
  • 6.1.4 Je kunt de schaduw van een voorwerp tekenen. T1
  • 6.1.5 Je kunt uitleggen welke schaduwbeelden ontstaan als een voorwerp verlicht wordt door één lamp of door twee lampen. T1
  • lichtbron
  • natuurlijke lichtbron
  • kunstmatige lichtbron
  • lichtstraal
  • diffuus terugkaatsen
  • schaduw
  • randstralen
  • kernschaduw
  • halfschaduw
6.1 Licht en schaduw
Terugblik Leerdoelen behaald?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Je ziet alleen voorwerpen die ....
A
licht geven
B
licht reflecteren
C
licht absorberen
D
licht geven of reflecteren

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer zie je een voorwerp?
A
Als er licht opvalt.
B
Als er licht opvalt en dat voorwerp weerkaatst licht.
C
Als er licht opvalt dat wordt weerkaatst naar je oog
D
Altijd.

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een directe lichtbron
A
Een voorwerp dat licht weerkaatst
B
een polarisatie filter
C
Een voorwerp dat zelf licht uitzend
D
een stukje hol of bol geslepen glas

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke is een natuurlijke lichtbron
A
Lamp
B
de maan
C
Stoplicht
D
Bliksem

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Wat gebeurt hier met het licht?
A
Absorberen
B
Lichtbreking
C
Reflecteren
D
Licht doorlaten

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Absorberen is licht opnemen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schaduw of reflectie?

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Klopt de schaduw?
A
ja
B
nee

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij A is er ...... terugkaatsing
Bij B is er .....
terugkaatsing
A
A = diffuse B = diffuse
B
A = spiegelende B = spiegelende
C
A = diffuse B = spiegelende
D
A = spiegelende B = diffuse

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar is de schaduw het donkerst
A
Tussen B en C
B
Tussen A en B
C
Tussen C en D
D
Tussen B en D

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Klopt de schaduw?
A
ja
B
nee

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In de foto zie je de schaduw van een hand die door twee lampjes wordt verlicht.
Wat voor schaduw is er bij 1 ?

A
Halfschaduw
B
Kernschaduw

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een schaduw?
A
Een plek waar geen licht is
B
Donkere plek die ontstaat als licht door een voorwerp wordt tegengehouden
C
Alleen een kernschaduw
D
Alleen een halfschaduw

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een schaduw is het gebied waar licht niet kan komen
A
waar
B
niet waar

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noem je
deze soort terugkaatsing?
A
Spiegelende terugkaatsing
B
Diffuse terugkaatsing

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De schaduw word groter als
A
als de lamp meer licht geeft
B
als je naar de lamp toe loopt.
C
als de lamp dichter bij jou komt te staan.
D
als je van de lamp weg loopt.

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Diffuse terugkaatsing is ........
A
alles in één richting teruggekaatst
B
alles teruggekaatst
C
deels teruggekaatst
D
deels teruggekaatst in alle richtingen.

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar is de kernschaduw?
A
Tussen B en C
B
Tussen A en B
C
Tussen C en D
D
Tussen B en D

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noem je
deze soort terugkaatsing?
A
Spiegelende terugkaatsing
B
Diffuse terugkaatsing

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke vraag/vragen 
vonden jullie lastig?

Slide 26 - Woordweb

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
  • 6.2.1 Je kunt uitleggen dat een spiegelbeeld op één belangrijk punt verschilt van de wereld voor de spiegel. R
  • 6.2.2 Je kunt de spiegelwet uitleggen met behulp van een tekening. T1
  • 6.2.3 Je kunt tekenen hoe een lichtstraal door een spiegel teruggekaatst wordt. T1
  • 6.2.4 Je kunt met de spiegelwet verklaren hoe spiegelbeelden ontstaan. R
  • spiegelbeeld
  • normaal
  • hoek van inval
  • hoek van terugkaatsing
  • spiegelwet
  • virtueel beeld
6.2 Spiegelbeelden

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Als zonlicht op een vel wit papier of op een spiegel valt, wordt het teruggekaatst.
 
Bij het vel papier is die terugkaatsing diffuus: het weerkaatste zonlicht beweegt alle kanten op.

Bij een spiegel wordt het licht juist heel gericht – spiegelend – teruggekaatst.
Introductie

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Diffuse terugkaatsing                                            Spiegelende terugkaatsing
6.2 Spiegelbeelden

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spiegelbeelden bekijken:

  • In een spiegel zie je een levensecht beeld van je eigen wereld. 
  • Het spiegelbeeld heeft zelfs diepte: het lijkt echt achter de spiegel te liggen.

  • De spiegelwereld verschilt op één belangrijk punt van de wereld voor de spiegel.
  • Dat merk je meteen als je tekst bekijkt via een spiegel. Je ziet de tekst dan in spiegelschrift 

6.2 Spiegelbeelden

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spiegelwet:
6.2 Spiegelbeelden

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spiegelwet:
6.2 Spiegelbeelden

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

6.2 Spiegelbeelden teruggekaatste lichtstraal tekenen.
teruggekaatste lichtstraal tekenen.

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

6.2 Spiegelbeelden teruggekaatste lichtstraal tekenen.
teruggekaatste lichtstraal tekenen.

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spiegelbeelden en de spiegelwet
6.2 Spiegelbeelden
  • Met de spiegelwet kun je ook verklaren hoe spiegelbeelden ontstaan.
  • Als je een brandende kaars voor een spiegel zet, valt er licht op de spiegel. 
  • Dit licht wordt door de spiegel teruggekaatst volgens de spiegelwet. 
  • Maar voor iemand die in de spiegel kijkt, lijkt het licht van achter de spiegel te komen (afbeelding 4).

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spiegelbeelden en de spiegelwet
6.2 Spiegelbeelden
Een virtueel beeld:

  • Doordat het licht van achter de spiegel lijkt te komen, zie je in de spiegel een tweede kaars. 
  • Natuurlijk is er in werkelijkheid geen kaars in de spiegel.
  • Het beeld van de kaars is een virtueel beeld. 
  • De tweede kaars bestaat alleen in je gedachten.

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spiegelbeeld:
Virtueel beeld wat achter de spiegel is niet echt.
6.2 Spiegelbeelden

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Probeer nu zelf je naam in spiegel schrift te schrijven
Oefening

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 48 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

timer
10:00
Maak opdracht: 1 t/m 10 in je boek!
 
Vind je dit makkelijk? 
Maak dan opdracht 11 t/m 14
rood = Iedereen is stil


oranje = Iedereen is stil, docent beantwoord wel vragen

groen = Je mag zachtjes overleggen met je buurman/buurvrouw

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • 6.2.1 Je kunt uitleggen dat een spiegelbeeld op één belangrijk punt verschilt van de wereld voor de spiegel. R
  • 6.2.2 Je kunt de spiegelwet uitleggen met behulp van een tekening. T1
  • 6.2.3 Je kunt tekenen hoe een lichtstraal door een spiegel teruggekaatst wordt. T1
  • 6.2.4 Je kunt met de spiegelwet verklaren hoe spiegelbeelden ontstaan. R
  • spiegelbeeld
  • normaal
  • hoek van inval
  • hoek van terugkaatsing
  • spiegelwet
  • virtueel beeld
6.2 Spiegelbeelden
Leerdoelen behaald?

Slide 51 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke spiegel heeft het grootste gezichtsveld
A
holle spiegel
B
bolle spiegel
C
vlakke spiegel
D
passpiegel

Slide 52 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je staat voor een spiegel en doet een stap naar voren
Wat doet je spiegelbeeld?
A
Je spiegelbeeld blijft staan op dezelfde plaats.
B
Je spiegelbeeld doet een stap naar achteren.
C
Je spiegelbeeld doet een stap naar voren.
D
Je spiegelbeeld stapt naar links of naar rechts.

Slide 53 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je gaat een nieuwe rugzak kopen. Je staat voor een spiegel. in welke figuur is het spiegelbeeld goed getekend. 
juist

Slide 54 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Op de ambulance staat het woord ambulance in spiegel schrift.
Leg uit waarom dat zo is.

Slide 55 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

  1. Lees 6.2 Spiegelbeelden
  2. Maak opdracht: 1 t/m 12 in je boek!



Vind je dit makkelijk?
Maak dan opdracht 13 t/m 15

Slide 56 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 57 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 58 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het is duidelijk waar we met het hoofdstuk aan het werk gaan
😒🙁😐🙂😃

Slide 59 - Poll

Deze slide heeft geen instructies