Wat is LessonUp
Zoeken
Kanalen
Inloggen
Registreren
‹
Terug naar zoeken
M2 grammaire 2 Unité 4 passé composé met être
M2G
Kyan
Julis
Stefan
Coen
Manuel
Ben
Enzio
Ryan
Luka
Kay
Jayra
Charlie
Bram
Fabienne
Bektas
Emely
Sarah
Lily
Justin
Valentijn
Docent
1 / 47
volgende
Slide 1:
Tekstslide
Frans
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 2
In deze les zitten
47 slides
, met
interactieve quizzen
en
tekstslides
.
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Onderdelen in deze les
M2G
Kyan
Julis
Stefan
Coen
Manuel
Ben
Enzio
Ryan
Luka
Kay
Jayra
Charlie
Bram
Fabienne
Bektas
Emely
Sarah
Lily
Justin
Valentijn
Docent
Slide 1 - Tekstslide
M2E
Nadine
Ali
Amannisa
Rania
Noa
Luuk
Quinten
Michael
May
Jahmillo
Yasmine
Ola
Sameer
Milou
Mati
Dylan
Letizia
Sem
Dynisha
Docent
Slide 2 - Tekstslide
M2F
Ihsane
Safia
Anisa
Jessy
Jamie
Bram
Milan
Jessy
Noah
Timo
Kaysa
Noa
Isayah
Hoang
Nathan
Desmond
Zoë
Jayden
Ivan
Rivano
Docent
Slide 3 - Tekstslide
Bienvenue!
mercredi
5 mars
Slide 4 - Tekstslide
Dans ce cours...
Nakijken : écouter 13, 14
De passé composé met être
Exercices
So'tje van Apprendre 4
Slide 5 - Tekstslide
Le but (het doel van deze les)
Na deze les:
- weet ik hoe ik de passé composé met être kan gebruiken.
Slide 6 - Tekstslide
Nakijken : écouter 13,14
Slide 7 - Tekstslide
Le passé composé
De voltooide tijd met être
Slide 8 - Tekstslide
Focusleren
Apprendre 5 page 36 doornemen
maak 2 zinnen in het Frans
timer
7:00
Slide 9 - Tekstslide
Révision être
Être=...?
Schrijf het rijtje van être eens op.
Slide 10 - Tekstslide
Être = zijn
Ik ben
Je
suis
Jij bent
Tu
es
Hij/zij/men is
Il/elle/on
est
Wij zijn
Nous
sommes
Jullie zijn
U bent
Vous
êtes
Zij zijn
Ils/elles
sont
Slide 11 - Tekstslide
Le passé composé
De passé composé is de tegenwoordige tijd met
2
werkwoorden.
Bijvoorbeeld: Ik
heb gegeten
= j'
ai mangé
.
Tot nu toe heb je geleerd dat je een vorm van het werkwoord
avoir
gebruikt als hulpwerkwoord, maar soms gebruik je
être
.
Slide 12 - Tekstslide
Le passé composé
Bij
bijvoorbeeld
partir (vertrekken) gebruik je
être
als hulpwerkwoord.
Bijvoorbeeld:
Tu
es
parti = Jij
bent vertrokken.
Il
est
parti = Hij
is vertrokken.
Slide 13 - Tekstslide
Le passé composé
Let op:
als het hulpwerkwoord
être
is, kan het voltooid deelwoord extra letters krijgen:
mnl ev
-
Il est allé
vrl ev
+e
Elle est allé
e
mnl mv
+s
Nous sommes allé
s
Vous êtes allé
s
Ils sont allé
s
vrl mv
+es
Elles sont allé
es
Slide 14 - Tekstslide
het voltooid deelwoord
er => é
ir => i
re => u
Slide 15 - Tekstslide
edition.thiememeulenhoff.nl
Slide 16 - Link
Vervoeg het werkwoord être
Slide 17 - Open vraag
Kies de juiste vorm van het hulpwerkwoord.
Nous ... arrivés au Portugal.
A
es
B
sommes
C
sont
D
êtes
Slide 18 - Quizvraag
Tu ... allé au supermarché.
A
suis
B
es
C
est
D
sont
Slide 19 - Quizvraag
Ma soeur ... arrivée à l'heure.
A
êtes
B
es
C
est
D
suis
Slide 20 - Quizvraag
Les amis ... allés au cinéma.
A
sont
B
suis
C
est
D
êtes
Slide 21 - Quizvraag
Vul het voltooid deelwoord van het werkwoord tussen haakjes in.
Elle est ... à Lille. (arriver)
Slide 22 - Open vraag
Nous sommes ... à l'école. (aller)
Slide 23 - Open vraag
Les garçons sont ... en retard. (arriver)
Slide 24 - Open vraag
Tu es ... au marché. (aller)
Slide 25 - Open vraag
Sophie et Anne sont ... en France. (arriver)
Slide 26 - Open vraag
Il est allée à la piscine.
A
B
Slide 27 - Quizvraag
Elles sont arrivés à la maison.
A
B
Slide 28 - Quizvraag
Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de passé composé.
Sarah ... chez le coiffeur. (aller)
Slide 29 - Open vraag
Nous ... en Espagne. (arriver)
Slide 30 - Open vraag
Les filles ... au concert. (aller)
Slide 31 - Open vraag
Ils ... chez moi. (arriver)
Slide 32 - Open vraag
Verbuga
Op de volgende dia staat een link naar de website www.verbuga.eu. Oefen daar met de werkwoorden in de passé composé.
In de kolom links vink je
présent
uit en de
passé composé
aan.
In de kolom in het midden vink je 2 werkwoorden aan:
aller, partir.
In de kolom rechts vink je 4 werkwoorden aan:
arriver, rentrer, rester, tomber
Klik op
confirmer
.
Je krijgt dan te zien welk werkwoord je moet vervoegen bij welke persoon. Vul het hulpwerkwoord en voltooid deelwoord in.
Klik op
suivant
om naar de volgende vraag te gaan.
Slide 33 - Tekstslide
www.verbuga.eu
Slide 34 - Link
Exercices
Exercice 16ABCDE blz 21 t/m 24
Klaar: apprendre 3,4
Slide 35 - Tekstslide
partir = vertrekken
PRÉSENT:
je par
s
(ik vertrek)
tu par
s
(jij vertrekt)
il /elle / on par
t
(hij / zij / men vertrekt)
nous part
ons
(wij vertrekken)
vous part
ez
(jullie vertrekken / u vertrekt)
ils / elles part
ent
(zij vertrekken)
Slide 36 - Tekstslide
ik vertrek
Slide 37 - Open vraag
jij vertrekt
Slide 38 - Open vraag
hij vertrekt
Slide 39 - Open vraag
wij vertrekken
Slide 40 - Open vraag
jullie vertrekken / u vertrekt
Slide 41 - Open vraag
zij vertrekken
Slide 42 - Open vraag
Hij is vertrokken.
Slide 43 - Open vraag
Zij is vertrokken.
Slide 44 - Open vraag
Wij zijn vertrokken.
Slide 45 - Open vraag
Zij (de meisjes) zijn vertrokken.
Slide 46 - Open vraag
Zij (de jongens) zijn vertrokken.
Slide 47 - Open vraag
Meer lessen zoals deze
Les grammaire Unité 4
May 2021
- Les met
35 slides
Frans
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 2
Passé Composé
September 2021
- Les met
24 slides
Frans
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 4
Chapitre 3 A3 D
March 2024
- Les met
24 slides
Frans
Middelbare school
havo
Leerjaar 3
Passé composé être
February 2025
- Les met
25 slides
Frans
Middelbare school
mavo, havo
Leerjaar 2
Passé composé être
April 2021
- Les met
25 slides
Frans
Middelbare school
havo
Leerjaar 2
Chapitre 3 A3 D
January 2024
- Les met
26 slides
Frans
Middelbare school
havo
Leerjaar 3
Passé composé être
May 2023
- Les met
25 slides
Frans
Middelbare school
mavo, havo
Leerjaar 2
Passé composé être havo
October 2022
- Les met
27 slides
Frans
Middelbare school
havo
Leerjaar 2