3. und 4. Fall - Satzanalyse und Präpositionen

Herzlich Willkommen!
Lesdoel:
  • Je herkent de 3e en 4e naamval in een zin
  • Je kent de voorzetsels die de 3e en 4e naamval krijgen
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeBasisschoolGroep 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 1 min

Onderdelen in deze les

Herzlich Willkommen!
Lesdoel:
  • Je herkent de 3e en 4e naamval in een zin
  • Je kent de voorzetsels die de 3e en 4e naamval krijgen

Slide 1 - Tekstslide

Stellung:
Ich mag Grammatik
😒🙁😐🙂😃

Slide 2 - Poll

Welke naamval hoort bij het onderwerp?
A
1e naamval
B
2e naamval
C
3e naamval
D
4e naamval

Slide 3 - Quizvraag

Welke naamval hoort bij het lijdend voorwerp?
A
1e naamval
B
2e naamval
C
3e naamval
D
4e naamval

Slide 4 - Quizvraag

Welke naamval hoort bij het meewerkend voorwerp?
A
1e naamval
B
2e naamval
C
3e naamval
D
4e naamval

Slide 5 - Quizvraag

Check-in
Ik laat een Duitse zin zien
Denk goed na: is het een 3e naamval of een 4e naamval?
3e naamval? Ga staan
4e naamval? Blijf zitten

Slide 6 - Tekstslide

1️⃣ Ich sehe den Hund. 🐶
3e naamval? Ga staan
4e naamval? Blijf zitten

Slide 7 - Tekstslide

2️⃣ Ich gebe dem Kind ein Geschenk. 🎁
3e naamval? Ga staan
4e naamval? Blijf zitten

Slide 8 - Tekstslide

3️⃣ Das Auto fährt durch den Tunnel. 🚗

3e naamval? Ga staan
4e naamval? Blijf zitten

Slide 9 - Tekstslide

4️⃣ Ich gebe dem Lehrer das Buch. 📚

3e naamval? Ga staan
4e naamval? Blijf zitten

Slide 10 - Tekstslide

5️⃣ Er kauft einen Apfel. 🍏
3e naamval? Ga staan
4e naamval? Blijf zitten

Slide 11 - Tekstslide

Stappenplan zinsontleding:
  1. Der-Gruppe of Ein-Gruppe?
  2. Welk geslacht?
  3. Zin ontleden

Slide 12 - Tekstslide

Zinsontleding
/ Mijn moeder / stuurt / mijn leraar / een brief. /


Slide 13 - Tekstslide

1. / (de) ... Frau / zeigt / (de) ... Jungen / (de) ... Bilder. /
2. (de) ... Mann, gibt (het) ... Kind (een) ... Apfel.

Slide 14 - Tekstslide

Voorzetsels / Präpositionen

  • Voorzetsels met vaste naamval
  • Zie je een voorzetsel? Dan is ontleden niet meer nodig. 

Slide 15 - Tekstslide

Stappenplan naamvallen
Stap 1: Zoek een voorzetsel
Stap 2: Is die er niet? Zin ontleden
Stap 3: Juiste geslacht met juiste naamval

Slide 16 - Tekstslide

An die Arbeit
Was? Aufgabe 6 - Seite 192
Auf welche Weise? Zusammen oder alleine
Hilfe? Frage die Lehrerin
Fertig? Pauke die Präpositionen
Wir besprechen die Aufgabe kurz

timer
15:00

Slide 17 - Tekstslide

Spiel: "Wer bin ich?"
  • Mache Gruppen von 3/4 Personen
  • Stelle nur ja/nein Fragen
  • Erraten? Hole neue Karte bei mir

Warum?
Aussprache üben
Spaß

Slide 18 - Tekstslide