5.5 Impulsgeleiding

5.5 Impulsgeleiding
- Voorkennis
- Uitleg over impulsgeleiding
- Aan de slag
Leerdoelen
5.5.1 Je kunt beschrijven hoe impulsgeleiding plaatsvindt.
5.5.2 Je kunt beschrijven hoe impulsoverdracht plaatsvindt.
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

5.5 Impulsgeleiding
- Voorkennis
- Uitleg over impulsgeleiding
- Aan de slag
Leerdoelen
5.5.1 Je kunt beschrijven hoe impulsgeleiding plaatsvindt.
5.5.2 Je kunt beschrijven hoe impulsoverdracht plaatsvindt.

Slide 1 - Tekstslide

Hoe wordt een impuls doorgegeven tussen twee zenuwcellen?
A
Via hormonen die binden aan receptoren
B
Via een elektrisch signaal
C
Via neurotransmitters die binden aan receptoren
D
Via eiwitten op de celmembraan

Slide 2 - Quizvraag

Sleep ieder onderdeel naar de juiste plek.
Axon
Dendriet
Cellichaam
Synaps
Myelineschede

Slide 3 - Sleepvraag

Neurotransmitters
Doelwitcel
Receptor
Uiteinde van axon
Synaptische spleet

Slide 4 - Sleepvraag

Gaat een impuls sneller of langzamer als hij door een uitloper met myeline wordt vervoerd?
A
sneller
B
langzamer

Slide 5 - Quizvraag

Een ion is.....
A
Een deeltje zonder lading
B
Een deeltje met evenveel protonen als neutronen
C
een deeltje met een lading
D
Een deeltje met evenveel protonen als elektronen

Slide 6 - Quizvraag

Impulsgeleiding
Zenuwcel in rust: meer - ionen in cytoplasma dan buiten de cel --> negatieve lading (-70 mV).

Impuls? --> doorlaatbaarheid voor ionen 
verandert --> binnenkant + ipv -


Slide 7 - Tekstslide

Actiefase = binnenkant membraan wordt + 
Herstelfase = terug naar oorspronkelijke lading (kanalen inactief)


Slide 8 - Tekstslide

Alleen een impuls, als:
- ladingsverschil boven -50mV (drempelwaarde)

Te zwakke prikkel? -50mV niet gehaald --> geen impuls!

Dus: alles of niets! Impulssterkte is voor alle zenuwcellen gelijk




Slide 9 - Tekstslide

Sterke prikkel --> meer impulsen. Zo wel onderscheid tussen bijv. hard/zacht geluid.

Slide 10 - Tekstslide

Impulsgeleiding
1. Elektrische lading verandert (+ naar binnen).
2. + gaat verder, daar achter komt - terug
3. Impuls wordt verder geleid.

Slide 11 - Tekstslide

Myelineschede
Sprongsgewijze impulsgeleiding
gaat 50x sneller dan zonder myeline-
schede.

Slide 12 - Tekstslide

5.5
Maken 52 t/m 55


Klaar?
Lees 5.6 door: donderdag hebben we hierover practicum (boek mee!)


- Oefenen op biologiepagina.nl
- Leerdoelen uitwerken
Leerdoelen
5.5.1 Je kunt beschrijven hoe impulsgeleiding plaatsvindt.
5.5.2 Je kunt beschrijven hoe impulsoverdracht plaatsvindt.

Slide 13 - Tekstslide

5.5 
- Voorbeelden impulsoverdracht
- Aan de slag
- Documentaire
Leerdoelen
5.5.1 Je kunt beschrijven hoe impulsgeleiding plaatsvindt.
5.5.2 Je kunt beschrijven hoe impulsoverdracht plaatsvindt.

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Voorbeeld XTC: stimuleert de afgifte en blokkeert de terugopname van serotonine --> gelukkig gevoel.

Daarna: afname/tekort aan serotonine leidt tot 'depressieve' gevoelens

Slide 16 - Tekstslide

Werking medicijn voor ADHD

Slide 17 - Tekstslide

Graag eerst evaluatie invullen (mail)!
5.5
Maken (52 t/m 55) 56 t/m 61


Klaar?
Ga opdrachten nakijken en stel vragen!

- Oefenen op biologiepagina.nl
- Leerdoelen uitwerken
Leerdoelen
5.5.1 Je kunt beschrijven hoe impulsgeleiding plaatsvindt.
5.5.2 Je kunt beschrijven hoe impulsoverdracht plaatsvindt.


Laatste 20 min.: documentaire kijken.

Slide 18 - Tekstslide

Laatste 20 min
https://www.netflix.com/watch/81273770?trackId=14170289&tctx=2%2C0%2C9531f624-a2f5-4d87-9589-f42c1b597713-579999189%2CNES_B8A2AE6E6DEA18FE96702808F0A344-994911DC4F528C-257E293581_p_1742541590410%2CNES_B8A2AE6E6DEA18FE96702808F0A344_p_1742541588129%2C%2C%2C%2C81098586%2CVideo%3A81273770%2CdetailsPageEpisodePlayButton

Slide 19 - Tekstslide