Basisstof 3, beenverbindingen

Donderdag 9 februari, les 1 + 2, m3e
1.  Aanwezigheidscontrole + hw-controle
2. Korte herhaling basisstof 1 + 2, het skelet en been- en kraakbeenweefsel
3. Bottenbingo
4. Uitleg basisstof 3, beenverbindingen
5. Aan de slag met het huiswerk







Huiswerk voor donderdag 16 februari, les 1 + 2: 
  • Leer basisstof 3, beenverbindingen van thema 5
  • Maak opdracht 1 t/m 3 + 5 t/m 7 van basisstof 3, beenverbindingen


1 / 52
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 52 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

Donderdag 9 februari, les 1 + 2, m3e
1.  Aanwezigheidscontrole + hw-controle
2. Korte herhaling basisstof 1 + 2, het skelet en been- en kraakbeenweefsel
3. Bottenbingo
4. Uitleg basisstof 3, beenverbindingen
5. Aan de slag met het huiswerk







Huiswerk voor donderdag 16 februari, les 1 + 2: 
  • Leer basisstof 3, beenverbindingen van thema 5
  • Maak opdracht 1 t/m 3 + 5 t/m 7 van basisstof 3, beenverbindingen


Slide 1 - Tekstslide

Donderdag 9 februari, les 1 + 2, m3e
1.  Aanwezigheidscontrole + hw-controle
2. Korte herhaling basisstof 1 + 2, het skelet + been- en kraakbeenweefsel
3. Bottenbingo
4. Uitleg basisstof 3, beenverbindingen
5. Aan de slag met het huiswerk







Huiswerk voor donderdag 16 februari, les 1 + 2: 
  • Leer basisstof 3, beenverbindingen van thema 5
  • Maak opdracht 1 t/m 3 + 5 t/m 7 van basisstof 3, beenverbindingen


Slide 2 - Tekstslide

Het skelet
  •  Een volwassene bestaat uit 206 botten
  • Een ander woord voor het skelet is het beenderstelsel
  • Botten kunnen bestaan uit been en kraakbeen
  • Het lichaam bestaat uit een hoofd, een romp en ledematen

Slide 3 - Tekstslide

Ledematen
Hoofd
Romp

Slide 4 - Tekstslide

Functie's skelet
Stevigheid

Het skelet geeft stevigheid, zonder skelet zou je er zo
<<<< uit komen te zien

Slide 5 - Tekstslide

Vorm
Het skelet geeft je lichaam vorm

bijv. Vorm van je gezicht
Brede/smalle schouders
Lange/korte vingers

Slide 6 - Tekstslide

Beweging
Aan het skelet zitten pezen en spieren. Samen zorgen die er voor dat je kunt bewegen.

Slide 7 - Tekstslide

Bescherming
Het skelet zorgt voor extra bescherming van belangrijke organen zoals

Borstkas: Hart, longen
Schedel: Hersenen

Slide 8 - Tekstslide

Ledematen





Het spaakbeen en de ellepijp worden vaak door elkaar gehaald.
Bij de pols zit de ellepijp aan de kant van de pink.

Slide 9 - Tekstslide



Pijpbeenderen
Mergholte met geel beenmerg
Koppen met rood beenmerg


Platte beenderen
Rood beenmerg

2 type beenderen:
Rood beenmerg = aanmaak bloedcellen
Geel beenmerg = opslag vet

Slide 10 - Tekstslide

Waar zijn botten verder van gemaakt?
Kalkzouten: geeft stevigheid
Collageen (lijmstof): geeft buigzaamheid

Botweefsel: botcellen + tussencelstof met veel kalkzouten en een beetje lijmstoffen
Kraakbeenweefsel: kraakbeencellen + tussencelstof met veel lijmstof en een beetje kalkzouten

Slide 11 - Tekstslide

Verzamelnamen:
  • Schedel -->  al de botten in het hoofd samen
  • Wervelkolom --> de ruggengraat  
  • Borstkas --> de borstwervels, ribben en het borstbeen samen 
  • Schoudergordel --> de schouderbladen en de sleutelbeenderen samen 
  • Bekken --> ook wel bekkengordel genoemd

Slide 12 - Tekstslide

Wat wordt er beschermd door de borstkas
A
maag en nieren
B
hart en longen
C
hersenen
D
darmen en maag

Slide 13 - Quizvraag

Wat wordt er beschermd door de schedel?
A
longen
B
hart
C
darmen
D
hersenen

Slide 14 - Quizvraag


Welk deel bestaat uit kraakbeen?
A
1
B
2
C
3
D
geen enkel deel

Slide 15 - Quizvraag


Uit hoeveel botten bestaat jouw skelet?
A
106
B
206
C
176
D
306

Slide 16 - Quizvraag

Sleep naar de botten die je 
ziet op de röntgenfoto:
Spaakbeen
Opperarmbeen
Ellepijp



middenhands
beentjes



handwortel
beentjes
vingerkootjes

Slide 17 - Sleepvraag


Mensen hebben een:
A
Inwendig skelet
B
Uitwendig skelet
C
Geen skelet
D
Inwendig en uitwendig skelet

Slide 18 - Quizvraag

Uit welke delen bestaat het skelet?
A
hoofd, ledematen en armen
B
romp, ledematen, armen en benen
C
hoofd, romp en ledematen
D
hoofd,romp, ledematen, armen en benen

Slide 19 - Quizvraag


Uit welke delen bestaat de borstkas?
A
borstwervels, ribben, borstbeen, hart, longen
B
borstwervels, ribben, borstbeen, hart
C
borstwervels, ribben, borstbeen
D
borstwervels, ribben, borstbeen, hart, longen en maag en lever

Slide 20 - Quizvraag

Botten krijgen hun stevigheid
vooral door de tussencelstof.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 21 - Quizvraag


Hoe heet het
groene bot?
A
Sleutelbeen
B
Dijbeen
C
Schoudergordel
D
Schouderblad

Slide 22 - Quizvraag

Waar vind je
GEEN kraakbeen in je lichaam?
A
Het oor
B
De neus
C
De onder- en bovenkaak
D
De wervelkolom

Slide 23 - Quizvraag


Hoe heet het groen gekleurde bot?
A
Heiligbeen
B
Staartbeen
C
Heupbeen
D
Dijbeen

Slide 24 - Quizvraag

Sleep de nummers naar de juiste naam
Beenderen van de hand
vingerkootje
ellepijp
handwortel-
beentje
spaakbeen
middenhands-
beentje
1
2
3
4
5

Slide 25 - Sleepvraag

Donderdag 9 februari, les 1 + 2, m3e
1.  Aanwezigheidscontrole + hw-controle
2. Korte herhaling basisstof 1 + 2, het skelet + been- en kraakbeenweefsel
3. Bottenbingo
4. Uitleg basisstof 3, beenverbindingen
5. Aan de slag met het huiswerk







Huiswerk voor donderdag 16 februari, les 1 + 2: 
  • Leer basisstof 3, beenverbindingen van thema 5
  • Maak opdracht 1 t/m 3 + 5 t/m 7 van basisstof 3, beenverbindingen


Slide 26 - Tekstslide

Donderdag 9 februari, les 1 + 2, m3e
1.  Aanwezigheidscontrole + hw-controle
2. Korte herhaling basisstof 1 + 2, het skelet + been- en kraakbeenweefsel
3. Bottenbingo
4. Uitleg basisstof 3, beenverbindingen
5. Aan de slag met het huiswerk







Huiswerk voor donderdag 16 februari, les 1 + 2: 
  • Leer basisstof 3, beenverbindingen van thema 5
  • Maak opdracht 1 t/m 3 + 5 t/m 7 van basisstof 3, beenverbindingen


Slide 27 - Tekstslide

§5.3 Beenverbindingen

Slide 28 - Tekstslide

Beenverbindingen
vergroeiing
naadverbinding
gewrichten
 kraakbeen

Slide 29 - Sleepvraag

Na deze uitleg kun je:
  1. de vier typen beenverbindingen noemen en uitleggen.
  2. de bouw van een gewricht beschrijven.
  3. de werking van een kogelgewricht, een scharniergewricht en een rolgewricht beschrijven.

Slide 30 - Tekstslide

Beenverbindingen 
Er zijn vier verschillende verbindingen:
vergroeid - naadverbinding - kraakbeenverbinding - gewricht

Slide 31 - Tekstslide

Vergroeid

Plek in het lichaam:
- Heiligbeen
- Staartbeen

Geen beweging mogelijk.

Slide 32 - Tekstslide

Naadverbinding
Je schedelbeenderen zijn verbonden met een naadverbinding
De naden zijn kronkelig.
Er is geen beweging mogelijk. 


Bij een baby zitten de schedelbeenderen nog niet helemaal aan elkaar gegroeid. 
Er is dan nog een beetje beweging tussen de schedelbeenderen mogelijk. 

Slide 33 - Tekstslide

Kraakbeenverbinding
Wanneer twee botten met kraakbeen verbonden zijn, noemen we dit een kraakbeenverbinding.

De ribben met het borstbeen en de ruggenwervels zijn hier voorbeelden van. 
Er is weinig beweging mogelijk.

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Video

Gewrichten
Gewrichten zijn plekken waar botten bij elkaar komen, waar nog veel beweging tussen zit. 

Je hebt 3 soorten gewrichten:
  • kogelgewricht
  • scharniergewricht
  • rolgewricht

Slide 36 - Tekstslide

Kogelgewricht
De kop van het bot beweegt in de kom van het andere bot. 
Voorbeelden:
schouderblad + opperarmbeen   
heupbeen + dijbeen

Er is veel beweging mogelijk. 

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Video

Scharniergewricht
Een scharniergewricht kan botten alleen maar laten buigen of strekken. 
voorbeeld: knie, vingers

Er is veel beweging mogelijk. 

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Video

Rolgewricht
Een rolgewricht zorgt ervoor dat twee beenderen langs elkaar kunnen bewegen.
Voorbeeld: je onderarm (spaakbeen/ellepijp) 

Er is veel beweging mogelijk

Slide 41 - Tekstslide

De bouw van een gewricht

Slide 42 - Tekstslide

Gewrichtssmeer
Tussen de kraakbeenlaagjes zit gewrichtssmeer
Gewrichtssmeer zorgt ervoor dat de beweging soepel verloopt. 
Gewrichtssmeer wordt afgegeven door het gewrichstkapsel

Slide 43 - Tekstslide

Nummer 1 is de gewrichtskogel
A
Waar
B
Niet waar

Slide 44 - Quizvraag

De ribben en het borstbeen zijn verbonden door gewrichten
A
Waar
B
Niet waar

Slide 45 - Quizvraag

Hoe zit het staartbeen vast aan het heiligbeen?
A
naden
B
vergroeid
C
kraakbeen
D
gewrichten

Slide 46 - Quizvraag

Welke beenverbindingen zijn beweeglijk
A
1, 2 en 3
B
1 en 2
C
2 en 3
D
1 en 3

Slide 47 - Quizvraag

noem de 4 beenverbindingen?

Slide 48 - Woordweb

Wat is de functie van gewrichtssmeer?
A
Slijtage voorkomen
B
Splinteren voorkomen
C
Schok voorkomen
D
Soepeler laten bewegen

Slide 49 - Quizvraag

Een naadverbinding is
A
een beetje beweeglijk
B
beweeglijk
C
niet beweeglijk

Slide 50 - Quizvraag

Een kogelgewricht zit in de
A
onderarm en onderbeen
B
schouder en heup
C
opperarmbeen en ellepijp

Slide 51 - Quizvraag

Donderdag 9 februari, les 1 + 2, m3e
1.  Aanwezigheidscontrole + hw-controle
2. Korte herhaling basisstof 1 + 2, het skelet + been- en kraakbeenweefsel
3. Bottenbingo
4. Uitleg basisstof 3, beenverbindingen
5. Aan de slag met het huiswerk







Huiswerk voor donderdag 16 februari, les 1 + 2: 
  • Leer basisstof 3, beenverbindingen van thema 5
  • Maak opdracht 1 t/m 3 + 5 t/m 7 van basisstof 3, beenverbindingen


Slide 52 - Tekstslide