2 HAVO Vraagzin maken Frans

1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Exemple
In de volgende slide gebruiken we de volgende zin als voorbeeld:

Vous achetez un chat.
Betekenis: U koopt een kat.

Slide 3 - Tekstslide

Manieren van vragen stellen
zonder vraagwoord

 1. Est-ce que + gewone zin + ? 
  • Est-ce que vous achetez un chat?

2. Inversie (omkering van onderwerp & persoonsvorm) + rest
     van de zin + ? 
  • Achtez-vous un chat?  

Slide 4 - Tekstslide

INVERSIE
Het onderwerp moet een persoonlijk vnw zijn.
Dus: je / tu / il / elle / on / nous / vous / ils / elles.

Staat er een ander onderwerp, vervang door een pers vnw:
Mes parents ont mangé > Ont-ils mangé?

Slide 5 - Tekstslide

Vraagwoorden 
In het Frans kennen we deze vraagwoorden:

combien = hoeveel
comment = hoe 
où = waar

pourquoi = waarom
quand = wanneer
que/qu'est-ce que = wat
qui = wie 

Slide 6 - Tekstslide

Grammaire                                      
Vraagzinnen 
zonder vraagwoord                                        met vraagwoord

1. Tu as mangé?                                               1. Tu as mangé où?
2. Est-ce que tu as mangé?                          2.  est ce que tu as
                                                                                 mangé?
3. As-tu mangé?                                              3.  as-tu mangé?

Slide 7 - Tekstslide


Wat is het verschil tussen een vraagzin in het Nederlands en het Frans?
A
Er is geen verschil.
B
In het Nederlands heb je geen vraagzinnen.
C
In het Frans verandert de woordvolgorde niet persé.
D
In het Nederlands verandert de woordvolgorde niet.

Slide 8 - Quizvraag

Welke vraagzinnen zijn correct?
Twee antwoorden zijn goed!
A
Est ce-que tu aimes les chats?
B
Est ce que tu aimes les chats?
C
Tu aimes les chats?
D
Est-ce que tu aimes les chats?

Slide 9 - Quizvraag

Maak de onderstaande zin vragend met behulp van est-ce que. Sleep de woorden in de juiste volgorde.

1. Tu es déjà allé dans un pays francophone.
timer
1:00
est-ce que
tu
es
déjà
allé
dans un pays francophone
?

Slide 10 - Sleepvraag

Maak de onderstaande zin vragend door middel van inversie. Sleep de woorden in de juiste volgorde.

1. Tu es déjà allé dans un pays francophone.
timer
1:00
tu
es
déjà
allé
dans un pays francophone
?
-

Slide 11 - Sleepvraag

welk woord is geen vraagwoord?
timer
0:10
A
quand
B
deja
C
comment
D
pourquoi

Slide 12 - Quizvraag

Welk woord is een vraagwoord?
timer
0:10
A
souvent
B
pourquoi
C
chouette
D
beaucoup

Slide 13 - Quizvraag

Wat is geen vraagwoord?
timer
0:10
A
Combien
B
quand
C
pour
D
quel

Slide 14 - Quizvraag

Welk vraagwoord zoeken we:
Tu habites...?
timer
0:30
A
combien
B
comment
C
quand
D

Slide 15 - Quizvraag

Sleep de juiste vertalingen van de vraagwoorden naar elkaar toe. Sleep blauw naar rood!
wie
wat
waarom
hoe
hoeveel
wanneer
waar
combien
comment
qui
qu'est-ce que
pourquoi
quand

Slide 16 - Sleepvraag

Je comprends
😒🙁😐🙂😃

Slide 17 - Poll