§4 - Kracht en Arbeid

H16 Kracht en Beweging
§4 Kracht en Arbeid






1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

H16 Kracht en Beweging
§4 Kracht en Arbeid






Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
16.4.1 Je kunt berekeningen uitvoeren met arbeid, kracht en afstand.
16.4.2 Je kunt uitleggen waarom 1 Nm arbeid op hetzelfde neerkomt als 1 J arbeid.
16.4.3 Je kunt berekeningen uitvoeren in situaties waarin de zwaarte-energie op het hoogste punt gelijk is aan de bewegingsenergie op het laagste punt.

Slide 2 - Tekstslide

Energie om te bewegen
chemische energie

elektrisch energie

zwaarte-energie

Slide 3 - Tekstslide

Arbeid
Arbeid = Inspanning die nodig is om een voorwerp een bepaalde afstand te verplaatsen.
- meer Arbeid = meer Energie


W = Arbeid (Nm)
F= kracht (N)
s = afstand (m)


W=Fs

Slide 4 - Tekstslide

Voorbeeld
Gegeven: een voorwerp wordt over een afstand van 5 meter met een kracht van 8N verplaatst.
Bereken de arbeid die daarvoor nodig is. 

Slide 5 - Tekstslide

Antwoord
Gegeven:                                          Oplossing:
F = 8 N
s = 5 m 

Gevraagd:
W (Nm) 
W=Fs
W=85=40Nm

Slide 6 - Tekstslide

Opdrachten online
We maken nu opdracht 1 en 2 

Slide 7 - Tekstslide

Het energie-stroomdiagram van een automotor.
(Newtonmeter en joule)
Voor elke joule energie die nuttig wordt gebruikt (en niet als afvalwarmte verloren gaat), verricht de motor precies 1 Nm arbeid.

Slide 8 - Tekstslide

Opdrachten online
We maken nu opdracht 4

Slide 9 - Tekstslide

Arbeid bereken ik met de formule:
Bewegingsenergie bereken ik met de formule:
Zwaarte-energie bereken ik met de formule:
Ez = m · g · h
Ek = ½ · m · v²

W = F · s

Slide 10 - Sleepvraag

Een baksteen 2,5kg ligt op een bouwsteiger op een hoogte van 3,2m.
Bereken de zwaarte-energie van de baksteen.
A
80J
B
25,6J
C
20J
D
te weinig gegevens

Slide 11 - Quizvraag

Antwoord
Gegeven:                               Oplossing:
m = 2,5 kg
h = 3,2 m

Gevraag:
Ez (J)
Ez=mgh
Ez=2,5103,2=80J

Slide 12 - Tekstslide

Baksteen 2,5kg ligt op een bouwsteiger op een hoogte van 3,2m. De baksteen valt naar beneden.
Bereken de snelheid waarmee de steen de grond raakt.
E(z) wordt omgezet in E(k)
A
80m/s
B
8m/s
C
64m/s
D
4m/s

Slide 13 - Quizvraag

Antwoord
Gegeven:           Oplossing:
Ez = 80J

Gevraagd:
ve (m/s)
Ek=Ez=80J
Ek=21mv2
80=212,5v2
80=1,25v2
v2=1,2580=64
v=64=8sm

Slide 14 - Tekstslide

Bij het gewichtheffen lukt het een deelnemer
om een gewicht van 200 kg boven zijn hoofd
te krijgen op 2,2m hoogte.
Bereken de arbeid die daar voor nodig is.

A
9,1Nm
B
4400Nm
C
440Nm
D
Geen idee

Slide 15 - Quizvraag

Antwoord
Gegeven:                                         Oplossing:
m = 200 kg
s = 2,2 m

Gevraag:
W (Nm)
W=Fs
W=20002,2=4400Nm
F=mg=20010=2000N

Slide 16 - Tekstslide

Opdrachten online
We maken nu opdracht 3, 5, 6, 7, 8 en 9

Tijd over?
 Werk zelfstandig aan testjezelf van 16.4 

Slide 17 - Tekstslide

Leerdoelen
16.4.1 Je kunt berekeningen uitvoeren met arbeid, kracht en afstand.
16.4.2 Je kunt uitleggen waarom 1 Nm arbeid op hetzelfde neerkomt als 1 J arbeid.
16.4.3 Je kunt berekeningen uitvoeren in situaties waarin de zwaarte-energie op het hoogste punt gelijk is aan de bewegingsenergie op het laagste punt.

Slide 18 - Tekstslide