In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
16.4 Kracht en arbeid
Slide 1 - Tekstslide
Doelen
Aan het eind van de les:
Kan je de arbeid uitrekenen met de bijbehorende formule.
Kan je de juiste eenheden bij de grootheden benoemen.
Slide 2 - Tekstslide
Welk begrip hoort bij deze afbeelding?
A
Vertraging
B
Weerstand
C
Traagheid
D
Arbeid
Slide 3 - Quizvraag
Een fietser gaat van 0 m/s naar 10 m/s in 5 s. Hoe groot is zijn versnelling?
A
1
B
2
C
5
D
10
Slide 4 - Quizvraag
Een automobilist moet plotseling remmen voor een overstekende kat, is dit een voorbeeld van een versnelling?
A
Ja, een negatieve versnelling
B
Ja, een positieve versnelling
C
Nee, dit is geen versnelling
Slide 5 - Quizvraag
Slide 6 - Video
Arbeid
Arbeid = Inspanning die nodig is om een voorwerp een bepaalde afstand te verplaatsen.
- meer Arbeid = meer Energie
W = Arbeid (Nm)
F= kracht (N)
s = afstand (m)
W=F⋅s
Slide 7 - Tekstslide
Gegeven: een voorwerp wordt over een afstand van 5 meter met een kracht van 8N verplaatst. Bereken de arbeid die daarvoor nodig is.
Slide 8 - Open vraag
Antwoord
Gegeven: Oplossing:
F = 8 N
s = 5 m
Gevraagd:
W (Nm)
W=F⋅s
W=8⋅5=40Nm
Slide 9 - Tekstslide
afstand
massa
snelheid
kracht
arbeid
energie
J
E
Nm
W
N
F
m/s
v
kg
km
m
s
Slide 10 - Sleepvraag
Energie om te bewegen
chemische energie
elektrisch energie
zwaarte-energie
Slide 11 - Tekstslide
Arbeid bereken ik met de formule:
Bewegingsenergie bereken ik met de formule:
Zwaarte-energie bereken ik met de formule:
Ez = m · g · h
Ek = ½ · m · v²
W = F · s
Slide 12 - Sleepvraag
Een stoel met een massa van 5kg wordt met een constante snelheid verschoven. Hierbij is een kracht van 180N nodig. Bereken de arbeid die nodig is om de stoel 2m te verschuiven
A
50 J
B
50Nm
C
360Nm
D
4500Nm
Slide 13 - Quizvraag
Antwoord
Gegeven: Oplossing:
m = 5 kg
F = 180 N
s = 2 m
Gevraag:
W (Nm)
W=F⋅s
W=180⋅2=360Nm
Slide 14 - Tekstslide
Een baksteen 2,5kg ligt op een bouwsteiger op een hoogte van 3,2m. Bereken de zwaarte-energie van de baksteen.
A
80J
B
25,6J
C
20J
D
te weinig gegevens
Slide 15 - Quizvraag
Antwoord
Gegeven: Oplossing:
m = 2,5 kg
h = 3,2 m
Gevraag:
Ez (J)
Ez=m⋅g⋅h
Ez=2,5⋅10⋅3,2=80J
Slide 16 - Tekstslide
Baksteen 2,5kg ligt op een bouwsteiger op een hoogte van 3,2m. De baksteen valt naar beneden. Bereken de snelheid waarmee de steen de grond raakt. E(z) wordt omgezet in E(k)
A
80m/s
B
8m/s
C
64m/s
D
4m/s
Slide 17 - Quizvraag
Antwoord
Gegeven: Oplossing:
Ez = 80J
Gevraagd:
ve (m/s)
Ek=Ez=80J
Ek=21⋅m⋅v2
80=21⋅2,5⋅v2
80=1,25⋅v2
v2=1,2580=64
v=√64=8sm
Slide 18 - Tekstslide
Bij het gewichtheffen lukt het een deelnemer om een gewicht van 200 kg boven zijn hoofd te krijgen op 2,2m hoogte. Bereken de arbeid die daar voor nodig is.