Grammatica - zinsdelen: pv, zinsdelen, o, wg en lv


Grammatica - zinsdelen
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les


Grammatica - zinsdelen

Slide 1 - Tekstslide

Programma B2 Nederlands
We gaan verder met grammatica zinsdelen
1. Kennis Grammatica zinsdelen opfrissen (10 min) 
2. Nieuw onderdeel in het zinsontleden: het lijdend voorwerp (5 min)
3. Zelf aan het werk (15 min)
4 Bespreken (10 min)
4. Kahoot



Slide 2 - Tekstslide

Voorleeswedstrijd brugklassen
Read2me
Voorleeswedstrijd
Iedereen moet voorgelezen hebben 
De beste gaan door 
timer
5:00

Slide 3 - Tekstslide

Read2me: wat houdt het in?

  • We doen mee met de wedstrijd Read2me: per klas één winnaar en die strijdt om de eerste plaats van HLW eerste leerjaar
  • Iedereen heeft minimaal één keer voorgelezen
  • Je krijgt een cijfer dat 1x meetelt.
  • Je wordt beoordeeld op bijvoorbeeld volume van je stem, tempo van voorlezen, vloeiendheid en aankijken publiek

Slide 4 - Tekstslide

Oefenen met voorlezen en feedback geven.
Kies een fragment uit je boek dat geschikt is om voor te lezen.



Geef elke voorlezer een tip en een top

Slide 5 - Tekstslide

GRAMMATICA ZINSDELEN

Slide 6 - Tekstslide

Jeugdjournaal
Is er een bepaalde volgorde?
Zijn er bepaalde standaardzinnen?
Ideeën voor een eerste zin en voor een laatste zin?

Slide 7 - Tekstslide

Voorbereiden nieuwsbericht
Zie portfolio-opdracht op blz. 60 uit het boek. 
+ extra:
Je hebt allemaal een blaadje gehad met daarop één woord van de nieuwe woordenschat van hoofdstuk 2 (uit opdr. 5) en ook één uitdrukking (uit opdr. 3) die je moest leren. Gebruik de uitdrukking én het woord in elk geval één keer op de juiste manier in het nieuwsitem. De betekenis van het woord moet passen in het nieuwsitem. 
 
Tip: Kies een gebeurtenis die jullie interesseert. Het kan gaan over een gebeurtenis in de sport, natuur, film- en televisiewereld, een land ver weg, of juist iets in Amsterdam of zelfs in de school.  
 
Je mag ook zelf een gebeurtenis bedenken, het hoeft niet echt gebeurd te zijn! Als je maar wel de 5W+H-vragen beantwoordt. 
 
Volg verder de stappen op blz. 60 in het boek. 

Slide 8 - Tekstslide

Ayoub                     Shona             Kimberly 
Romayssae          Maryam         Mohamed 
Eylem                      Emirhan          Esad 
Marouane              Reda               Zeynep 
 
Anass                     Raouan        Meryem 
Ziyaad                   Ensar             Omar 
Basma                   Omed           Salma L. 
Salma A.               Safae 

Slide 9 - Tekstslide

Je kunt een zin in stukken knippen.
Groepjes woorden horen soms bij elkaar.
Dat zijn de zinsdelen.

Slide 10 - Tekstslide

Je kunt een zin in stukken knippen.
Groepjes woorden horen soms bij elkaar.
Zinsdelen

Slide 11 - Tekstslide

(Zinsdelen zijn een soort legoblokjes waarmee je de zin opbouwt.)
Bijvoorbeeld: iets/iemand die iets doet = onderwerp
Elke zin betekent iets.
Elk zinsdeel heeft een eigen functie in het geven van die betekenis. 

Slide 12 - Tekstslide

Lesdoelen
  • Ik kan de persoonsvorm van een zin vinden
  • Ik kan zinnen in zinsdelen verdelen
  • Ik kan het onderwerp van een zin vinden
  • Ik kan het werkwoordelijk gezegde vinden
  • Ik weet nu wat het lijdend voorwerp is

Slide 13 - Tekstslide

Elke zin gaat ergens over. Vaak over iets dat er gebeurt of gebeurd is (wg). En over iets/iemand die iets doet (o)

Slide 14 - Tekstslide

De tweekoppige slang probeert water te drinken.
Social humanoid Sophia kijkt 

Slide 15 - Tekstslide

Het hongerige hondje probeert de pizza te stelen.
De geniale student is de som aan het berekenen.
Andere gebeurtenissen 

Slide 16 - Tekstslide

De kern van de zin
Gezegde (inclusief persoonsvorm): Er  gebeurt iets 
Onderwerp:  Iemand/iets doet dat (wat er gebeurt)

De tweekoppige slang probeert (water) te drinken.
Het hongerige hondje probeert (pizza) te stelen.
De geniale student is (de ingewikkelde wiskundesom) aan het berekenen.


Bonusvraag
Welk zinsdeel is het deel tussenhaakjes?
Deze persoon/het ding/het dier ondergaat iets...

Wie/wat + wg + onderwerp (o)? 

Slide 17 - Tekstslide

Stappenplan zinsontleden
Zinsdeel
Hoe vind je het?
1
Persoonsvorm (PV)
Vraagproef; tijdproef; getalsproef
2
Zinsdelen (stukjes zin)
Zinsdeelproef
3
Onderwerp (O)
Wie/wat + pv?
(doet iets)
4
Werkwoordelijk gezegde (WG)
Alle werkwoorden
5
Lijdend voorwerp (LV)
Wie/wat+wg+o?
(ondergaat iets)

Slide 18 - Tekstslide

Stappenplan zinsontleden
Zinsdeel
Hoe vind je het?
1
Persoonsvorm (PV)
Vraagproef; tijdproef; getalsproef
2
Zinsdelen (stukjes zin)
Zinsdeelproef
3
Onderwerp (O)
Wie/wat + pv?
(doet iets)
4
Werkwoordelijk gezegde (WG)
Alle werkwoorden

Slide 19 - Tekstslide

Stappenplan
werkw. gezegde
onderwerp
persoonsvorm
zinsdelen
lijdend voorwerp

Slide 20 - Sleepvraag

Stappenplan
werkw. gezegde
onderwerp
persoonsvorm
zinsdelen

Slide 21 - Sleepvraag

Hoe vind je de persoonsvorm?
Hoe vind je het onderwerp?
Hoe vind je het werkwoordelijk gezegde?
Hoe bepaal je de zinsdelen?
Wie/wat + PV?
Alle werkwoorden in de zin
1.Vraagzin
2. Andere tijd
3. Getalsproef
Plaats (groepjes) woorden voor de PV. Is de zin correct?
(zinsdeelproef)

Slide 22 - Sleepvraag

Stappenplan: 1 t/m 4 (van 8)
1. Zoek de persoonsvorm (pv)
2. Verdeel de zin in zinsdelen
3. Zoek het onderwerp (ond)
4: Zoek het werkwoordelijk gezegde (wwg)

Slide 23 - Tekstslide

De juf / heeft / de klas / een online les / gegeven. 
De juf heeft de klas een online les gegeven. 
De juf heeft de klas een online les gegeven
De juf heeft een online les gegeven. 
De juf heeft de klas een online les gegeven. 
werkw. gezegde
onderwerp
persoonsvorm
zinsdelen
lijdend voorwerp

Slide 24 - Sleepvraag

De juf / heeft / de klas / een online les / gegeven. 
De juf heeft de klas een online les gegeven. 
De juf heeft de klas een online les gegeven
De juf heeft de klas een online les gegeven. 
werkw. gezegde
onderwerp
persoonsvorm
zinsdelen

Slide 25 - Sleepvraag

(Nieuwe) theorie 
Stap 5 - Het lijdend voorwerp

Slide 26 - Tekstslide

Functies van (groepjes) woorden

DE MAN AAIT DE HOND








Onderwerp: iets/iemand doet iets (De man)
Lijdend voorwerp: iets/iemand ondergaat/overkomt iets (de hond)

Slide 27 - Tekstslide

Functies van (groepjes) woorden





DE KAPPER KNIPT HET HAAR. 
DE KLANT VAN DE KAPPER LEEST EEN KRANTJE.







Slide 28 - Tekstslide

Het LV in de zin vinden
  • Je zoekt het lijdend voorwerp, nadat je het onderwerp en het WG gevonden hebt (LV vinden is stap 5 in het stappenplan)
  • Stel de vraag: " Wie/wat + WG + onderwerp?" 
  • Het antwoord op de vraag is het LV
  • Wie/wat leest (wg) de klant van de kapper (o)? antwoord: het krantje

Tot slot: het LV begint nooit met een voorzetsel, zoals achter, voor, tussen, over, onder en naast'


Slide 29 - Tekstslide

Wat is de persoonsvorm in de volgende zin?:
Gebruik stappenplan!
Naar mijn weten laten leraren ons altijd veel te veel huiswerk maken.
A
mijn
B
weten
C
laten
D
maken

Slide 30 - Quizvraag

Hoeveel zinsdelen bevat de zin?
Gebruik stappenplan!
De juf voetbalde zondag tegen AMVJ dames 1
A
3
B
4
C
5
D
6

Slide 31 - Quizvraag

Wat is het onderwerp in de volgende zin?
Gebruik stappenplan!
Bij de bakker om de hoek kunnen de scholieren heerlijk belegde broodjes kopen.
A
De bakker om de hoek
B
de scholieren
C
heerlijk belegde broodjes
D
belegde broodjes

Slide 32 - Quizvraag

Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
Gebruik stappenplan!
De voetbalspeler stond uitbundig te juichen na het doelpunt
A
stond uitbundig
B
stond
C
stond te juichen
D
stond juichen

Slide 33 - Quizvraag

Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin?
Gebruik stappenplan!
Na de wedstrijd ruilden sommige spelers hun shirt met elkaar.
A
sommige spelers
B
hun shirt
C
shirt
D
met elkaar

Slide 34 - Quizvraag

Toepassen kennis lijdend voorwerp
Maak de extra opdrachten van het uitdeelblad.
We kijken na over   ... minuten

Klaar? Laat zien dat je klaar bent.
Oefen extra op cambiumned.nl - grammatica zinsontleden - oefen met het zinsdeel dat je het moeilijkste vindt
timer
15:00

Slide 35 - Tekstslide