NN C6 H4 1500-1700- Renaissance (gouden eeuw) havo 2425

De renaissance 1500-1700 (17e eeuw-> Gouden eeuw) 
1 / 52
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 52 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

De renaissance 1500-1700 (17e eeuw-> Gouden eeuw) 

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
Je kan zowel de  historische als de culturele context schetsen   van de 16e en 17e eeuw.

Slide 2 - Tekstslide

Herhaling Middeleeuwen

Slide 3 - Tekstslide


Wat betekent theocentrisch?

Slide 4 - Open vraag

Wanneer begint de literatuurgeschiedenis (ongeveer)?
A
1200
B
900
C
1000
D
1100

Slide 5 - Quizvraag

Wat betekent:
Hebban olla vogala nestas hagunnan, hinase hic anda thu, wat unbindan we nu?

Slide 6 - Open vraag

Renaissance (1500-1700)

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Wat betekent 'renaissance'?

Slide 9 - Open vraag

Renaissance
  • Betekent: wedergeboorte van de Griekse en Romeinse kunst en cultuur (=klassieke oudheid)
  • Periode -> 1450-1600
  • Ontstaan -> Italië
  • Sociale basis van de renaissance waren burgers: 
-humanisten
-leden van de heersende klasse  
kunstenaars

Slide 10 - Tekstslide

Renaissance en kunst
Herleving van klassieke vormen in:
-architectuur (Romein Vitruvius -> Brunelleschi / verhoudingsleer Vitruvius -> Leonardo da Vinci)
-schilderkunst (lineair perspectief)
-beeldhouwkunst

Herwaardering van de klassieke Romeinse godenwereld en mythologie in de kunst en literatuur.

Slide 11 - Tekstslide

Homo universalis
Het hoogste ideaal in de Renaissance:

een mens die uitblonk op alle gebieden van de menselijke cultuur,= homo universalis (leonardo da Vinci).

Slide 12 - Tekstslide

Anders denken over het leven en de dood
  • Memento mori (Gedenk te sterven), wordt carpe diem (Pluk de dag)
  • Mensen gaan meer leven voor het leven nu, en niet voor het leven na de dood. 
  • God en geloof blijven heel erg belangrijk, maar het vertrouwen in de kerk wordt minder.

Slide 13 - Tekstslide

middeleeuwen
Renaissance
Gedenk te sterven
Carpe diem
Pluk de dag
Memento mori 

Slide 14 - Sleepvraag

Gouden eeuw 1600-1700

Oprichting Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) 1602-> grote welvaart voor Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden

Slide 15 - Tekstslide

Nederlands monopolie op handel-> Aziatische wateren oostelijk van Kaap de Goede Hoop

VOV in naam van Republiek: verdragen sluiten, oorlogen voeren en veroverde gebieden besturen
De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden

Slide 16 - Tekstslide

Gouden eeuw = besmette term!
-> periode van regenten en vorsten; vorsten streefden naar absolute macht

Handelsreizen VOC brachten  veel kennis van nieuwe culturen en over reizen (Het journaal van Bontekoe -1646)

Slide 17 - Tekstslide

Amsterdam-> migrantenstad
  • 1600-> Amsterdam groeit van 50.000 naar 200.000 inwoners
  • Redenen van komst migranten: vluchten voor oorlogsgeweld of geloofsvervolging/ op zoek naar werk (VOC grote werkgever)
  • Elk jaar ongeveer 30.000 seizoenarbeiders (Duitsers -grasmaaien, dijken aanleggen, kleermakers etc.)

Slide 18 - Tekstslide

Algemeen/ Historische context
Twee belangrijke ontwikkelingen op godsdienstig en politiek gebied in de zestiende eeuw die doorwerkten in de zeventiende eeuw:
1) De hervorming (reformatie)
2) Het streven van vorsten naar centralisatie en absolutisme



Slide 19 - Tekstslide

Hervorming (reformatie)

Slide 20 - Tekstslide

Katholieke kerk (1)
  • Christelijke kerk

  • Staat onder leiding van de Paus in Rome (vandaar ook wel: Rooms-Katholieke Kerk)

  • Hiërarchisch: er is een duidelijke leider en indeling van macht

  • De mis (kerkdienst) en de Bijbel zijn in het Latijn

Slide 21 - Tekstslide

Katholieke kerk (2)
  • Er staan beelden in de kerk

  • Deze beelden (van bijvoorbeeld heiligen) worden soms ook vereerd

  • Ook relieken (overblijfselen van heiligen) worden vereerd

  • Er zijn magische handelingen en rituelen, zoals: wijn/bloed en brood/lichaam

Slide 22 - Tekstslide

Reformatie (1)
  • Betekent hervorming

  • In dit geval hervorming van de katholieke kerk

  • Begint aan het einde van de middeleeuwen, in de 15e eeuw

  • Protesteren tegen de macht en rijkdom (o.a. door aflaten) van de katholieke kerk

Slide 23 - Tekstslide

Reformatie (2)
  • Belangrijkste hervormers: Maarten Luther en Johannes Calvijn

  • In 1517 komt Luther met 95 stellingen (vooral tegen aflaten).

  • Hij hoopt dat de Paus mee wil denken en de Kerk zal hervormen

  • Luther wordt echter door de Paus in de ban gedaan

Slide 24 - Tekstslide

Maarten Luther (1483-1546)
Duitse monnink die grote moeite had met de aflaten en levensstijl van de geestelijken. 
Veel aanhangers in Duitsland.
Johannes Calvijn (1509-1564)
Zwitserse hervormer die vond dat beelden niet in de Kerk thuishoorden. 
Veel aanhangers in Nederland

Slide 25 - Tekstslide

Protestantse kerk
  • Christelijke kerk

  • Er is geen duidelijke leider

  • De mis (kerkdienst) en de Bijbel zijn in de volkstaal

  • Geen beelden en/of verering van heiligen en relieken (is afleiding)

  • Sobere handelingen

Slide 26 - Tekstslide

Gevolgen van de reformatie
  • Splitsing in de christelijke kerk (1517): ontstaan van de protestantse kerken (ook wel: hervormde- of gereformeerde kerk) naast de katholieke Kerk

  • Protestantse kerk spreekt veel (arme) mensen in West-Europa aan.

  • Vervolging van protestanten (ketters)

Slide 27 - Tekstslide

Hoewel er grote en kleine verschillen zijn...
...horen beide kerken bij de christelijke godsdienst

Slide 28 - Tekstslide

Het streven van vorsten naar centralisatie en absolutisme

Slide 29 - Tekstslide

Informatie
De Nederlanden (= zeventien verschillende gewesten) hebben als landsheer de koning van Spanje: Karel V (1500-1558). 

De wens van Karel V is:
-onbeperkte macht voor de vorst in Nederland (heeft hij al in Spanje)
-een geloof (katholiek)


Slide 30 - Tekstslide

Informatie (vervolg)
De zoon van Karel V, Filips II (1527-1584), zet de wens van zijn vader voort, maar hij stuit op verzet:
-de Nederlanden willen geen absolutistische centralisatiepolitiek
-de calvinisten verzetten zich tegen katholocisme

Leider van het verzet tegen de Spanjaarden is Willem van Oranje (1533-1584) -> Het Wilhelmus

Slide 31 - Tekstslide

Algemeen/ Culturele context
In de middeleeuwen waren kennis en wetenschap onder het geloof gesteld. Vanaf de zestiende eeuw verandert dat: kennis en wetenschap krijgen de vrijheid om werkelijk te onderzoeken.

Belangrijke onderwerpen:
-Hoe zitten kosmos en universum in elkaar?
-Humanisme (speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de renaissance).
-Renaissance







Slide 32 - Tekstslide

Hoe zitten kosmos en universum in elkaar?
Het middeleeuwse wereldbeeld (=geocentrisme) veranderde:

Copernicus (1473-1543)  -> formuleerde de hypothese dat de aarde niet  het centrum is -> de zon is het middelpunt waar de andere planeten (waaronder de aarde) omheen bewegen. 

Galileo (1564-1624) -> bewijst de hypothese van Copernicus (=heliocentrisme)

Slide 33 - Tekstslide

Humanisme
Nadenken over de mens zelf.

Van theocentrische (op Godgerichte) wereldbeeld werd vervangen door een meer antropocentrisch (op de mens gericht) wereldbeeld. 

Volgens humanisten verschilde de mens van het dier door:
-vermogen te kunnen spreken
-vermogen onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad (ethiek)

Slide 34 - Tekstslide

Humanisme 
Een van de bekendste humanisten is Erasmus  (1466-1536).
Erasmus:
-had een afkeer van kerkelijke rituelen
-gebruikte de klassieke literatuur als leidraad voor studie (Bijbel)
-pleitte voor gematigdheid, gewetensvrijheid en tolerantie
-bekritiseerde de misstanden in de katholieke kerk (sloot zich niet aan bij hervormers)
-schreef Lof der zotheid (mensen laten zich leiden door domheid, dwaasheid en zelfbedrog)

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Video

Literaire ontwikkelingen

Slide 37 - Tekstslide

Literaire ontwikkelingen/ Teksten en schrijvers
De schrijver:
-werd bekend -.> naam auteur onder zijn werk
-was volksopvoeder  en opinievormer
-was kritisch, maar was nooit ondermijnend
-schreef voor eigen vriendenkring (P.C. Hooft)  of voor een groot publiek (Jacob Cats)



Slide 38 - Tekstslide

Literaire ontwikkelingen->Nederlandse renaissanceliteratuur:
Veel literatuur uit klassieke oudheid (bijv. tragedie)-> translatio (vertaald), imitatio (nagevolgd) en overtreffen (aemulatio)

Renaissanceliteratuur -> volgde niet altijd de oudheid -> het petrarkisme/ sonnet / emblematiek-> (sluiten alle drie aan  bij literaire renaissancesmaak ->  herkomst van deze drie: Italië 

Petrarkisme:
-liefdesgedichten en -liederen van Italiaan petrarca (1304-1374)





Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Video

Literaire ontwikkelingen / Reisverhalen

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Video

Een andere vaarroute: niet onderlangs, maar bovenlangs
Circa 1450 Fra Mauro:  Italiaanse geestelijke maakt een kaart van de wereld (plat?!)

1572 Typus Orbis Terrarum:  deze wereldkaart geeft weer hoe ze in die tijd denken -> de kaart is zo getekend dat het lijkt dat je bovenlangs kan in plaats van langs Spanje (=gevaarlijk).




Slide 43 - Tekstslide

Willem Barentz probeert meerder malen de noordoostpassage te vinden. Bij derde poging komt zijn schip net voorbij de noorpunt van Nova Zembla vast te zitten 1596-1597 -> boek Overwintering op Nova Zembla door Gerrit de Veer =droge rapportage

1601 kaart van Nova Zembla van De Bry en De Veer. Het vage gedeelte links van de kaart geeft aan dat ze niet weten wat daar is -> wie weet een route?


Slide 44 - Tekstslide

De noordelijke route lukt niet, dan maar weer via de gevaarlijke zuidelijke route
1646 schipper Bontekoe vertrekt met zijn schip De Hoorn. Dit verhaal , Het journaal van Bontekoe, is minder logboek (=Overwintering op Nova Zembla) en meer roman (verhaallijn met opbouw/ climaxen)

Kenmerk -> je ziet de godsvrucht erin  (bidden en dan vliegende vissen eten = God/ tijdens aanval moordenaarsdorp steekt opeend wind op =God)

Slide 45 - Tekstslide

Even kort herhalen 

Slide 46 - Tekstslide

middeleeuwen
renaissance
memento mori
carpe diem
theocentrisch
antropocentrisch
estheticisme
inhoud/
boodschap
individualisme
collectivisme (groep)
ridderlijk
burgerlijk

Slide 47 - Sleepvraag

Renaissance betekent letterlijk:
(1 woord)

Slide 48 - Open vraag

Wat de mens presteerde, werd niet langer gezien als een gave van God, maar als iets wat uit hemzelf voortkwam
A
Antropocentrisme
B
Empirisme
C
Humanisme
D
Individualisme

Slide 49 - Quizvraag

translatio
imitatio
aemulatio
overtreffen
vertalen
navolgen

Slide 50 - Sleepvraag

Het hoogste ideaal in de Renaissance (een mens die uitblonk op alle gebieden van de menselijke cultuur) noemde men ook wel de
A
homo sapiens
B
homo universalis
C
homo erectus

Slide 51 - Quizvraag

translatio, imitatio en aemulatio zijn termen die horen bij
A
sonnetten
B
toneel
C
pamfletten
D
Statenbijbel

Slide 52 - Quizvraag