H8.1

Welkom

Hoofdstuk 8 - Welvaart wereldwijd?
Exameneenheid Consumptie en Verrijkingsstof

1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Welkom

Hoofdstuk 8 - Welvaart wereldwijd?
Exameneenheid Consumptie en Verrijkingsstof

Slide 1 - Tekstslide

Programma
  • Lesdoelen
  • Theorie
  • Aan de slag
  • Evaluatie

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
Aan het einde van de les
  • Kun je benoemen welke kenmerken ontwikkelingslanden hebben
  • Kun je verklaren waarom arme landen weinig exportinkomsten hebben
  • Kun je beschrijven wat landen doen tegen schommelende grondstofprijzen


Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video







Hoofdstuk 8 - Welvaart wereldwijd?

Slide 5 - Tekstslide

Wat was ook alweer welvaart?

Slide 6 - Open vraag

Welvaart

Welvaart is de mate waarin mensen in hun behoeften kunnen voorzien met behulp van de middelen die hen tot beschikking staan.


Slide 7 - Tekstslide

Ontwikkelingsland
In een land is er welvaart als de inwoners in veel van hun behoeften kunnen voorzien. 

Je kunt de welvaart tussen landen eenvoudig vergelijken door naar het inkomen per hoofd van de bevolking te kijken. 


Slide 8 - Tekstslide

Inkomen per hoofd van de bevolking
Het inkomen per hoofd van de bevolking (of inkomen per hoofd) is het gemiddelde inkomen per inwoner van een land.

Berekening
Inkomen per hoofd van de bevolking =
nationaal inkomen ÷ aantal inwoners


Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Link

In Nederland
Voorbeeld
Nederland heeft een nationaal inkomen van € 680 miljard en 16,9 miljoen inwoners.
€ 680 miljard = € 680.000.000.000
16,9 miljoen = 16 900 000
€ 680.000.000.000 ÷ 16 900 000 = € 40.247 per hoofd van de bevolking


Slide 11 - Tekstslide

Inkomen per hoofd en welvaart

  • Je moet ook kijken naar:
  • de verdeling van de welvaart over de bevolking
  • de hoogte van de prijzen
  • de omvang van de informele productie, zoals zelfvoorziening.
  • de aanwezigheid en kwaliteit van collectieve voorzieningen, zoals onderwijs en gezondheidszorg.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Kenmerken ontwikkelingsland
  • laag inkomen per hoofd van de bevolking
  • ongelijke inkomensverdeling
  • snelle bevolkingsgroei
  • ondervoeding en gebrek aan schoon drinkwater
  • slechte gezondheidszorg
  • veel analfabetisme door een gebrek aan scholing
  • slechte infrastructuur
  • veel werkloosheid
  • eenzijdige economische structuur: het nationaal inkomen van een ontwikkelingsland is vaak afhankelijk van één sector, meestal de landbouw. 


Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Lorenzcurve
De Lorenzcurve geeft inkomensongelijkheid aan.


Slide 16 - Tekstslide

Lorenzcurve
Welke lorenzcurve is van Zuid-Afrika?

Slide 17 - Tekstslide

Monocultuur
Veel ontwikkelingslanden hebben een monocultuur: 
  • Ze zijn voor hun exportinkomsten vaak sterk afhankelijk van slechts een of enkele (landbouw) producten.
  • De grondstoffen uit de landbouw zoals katoen, rijst, cacao en koffie leveren bij de export ook nog eens veel minder geld op dan industriële producten. 
  • Koffie die klaar is voor consumptie, is bijvoorbeeld veel meer waard dan onbewerkte koffie. 


Slide 18 - Tekstslide

Ruilvoet

Ruilvoet = de verhouding tussen de prijs van exportproducten en de prijs van importproducten.

Voor ontwikkelingslanden is die ruilvoet vaak slecht. Wat zij exporteren is goedkoop, wat zij importeren is duur.


Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Buffervoorraad
De prijs van grondstoffen wordt bepaald op de wereldmarkt.
Voor ontwikkelingslanden is het lastig als die prijzen veranderen.




Slide 21 - Tekstslide

Wat wordt er bedoeld met:
"De prijs van grondstoffen wordt bepaald op de wereldmarkt.
Voor ontwikkelingslanden is het lastig als die prijzen veranderen."

Slide 22 - Open vraag

Buffervoorraad
Voor ontwikkelingslanden is het lastig als die prijzen veranderen.

Om grote prijsschommelingen tegen te gaan, kan een land buffervoorraden aanleggen. 

Als de productie groter is dan de vraag, dan wordt een deel opgeslagen. 

Als de vraag stijgt, wordt de voorraad verkocht. Zo blijven vraag en aanbod meer in evenwicht en de prijzen stabiel.

Slide 23 - Tekstslide

Aan de slag
Maken H8.1
Zachtjes overleggen! / Aan docent vragen
Klaar? Nakijken
Niet af? Huiswerk!
Tot 5 minuten voor tijd

Slide 24 - Tekstslide

Lesdoelen
Aan het einde van de les
  • Kun je benoemen welke kenmerken ontwikkelingslanden hebben
  • Kun je verklaren waarom arme landen weinig exportinkomsten hebben
  • Kun je beschrijven wat landen doen tegen schommelende grondstofprijzen


Slide 25 - Tekstslide