In deze les zitten 22 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 4 videos.
Onderdelen in deze les
Slide 1 - Tekstslide
Slide 2 - Video
Inhoud
Het doel
Verantwoording ADHD
Wat is ADHD
Slide 3 - Tekstslide
Slide 4 - Tekstslide
Zijn jullie het eens of oneens met de afbeelding?
A
Eens
B
Oneens
Slide 5 - Quizvraag
ADHD
Wat is ADHD
Wat is de oorzaak
Kan het over gaan?
Hoeveel mensen hebben ADHD?
Vaak voorkomende problemen.
Slide 6 - Tekstslide
OPDRACHT
Je gaat straks 2 filmpjes bekijken.
1. Wat zijn de symptomen/ kenmerken van ADHD (bij kinderen en bij volwassenen)?
2. Welke beperkingen kan ADHD opleveren? M.a.w. waar hebben mensen met ADHD in het dagelijks leven moeite mee?
Slide 7 - Tekstslide
Slide 8 - Video
Slide 9 - Video
Wat is ADHD
3 symptomen: aandacht te kort, impulsiviteit en hyperactiviteit.
M.n. bij kinderen kleiner volume van....
- amygdala: emoties regulieren
- basale ganglia: voorkeur voor beloning op korte termijn
- hippocampus: motivatie en emotieregulatie
Slide 10 - Tekstslide
Positieve eigenschappen
Veel aanleg voor creativiteit
Een originele manier van denken
Neiging tot ongebruikelijke kijk op het leven.
Veel humor.
Goed doorzettingsvermogen en vasthoudendheid zo niet koppig.
Hartelijk en gul gedrag
Negatieve eigenschappen.
Moeite met orde scheppen.
Moeite met op tijd komen.
Moeite met tijd indelen.
Opzoek gaan naar sterke prikkels.
Slecht in staat zijn om eigen talenten te waarderen of zwakheden te herkennen.
Zijn vaak verslavingsgevoelig
Slide 11 - Tekstslide
Oorzaak en verloop van ADHD
Oorzaak
Erfelijk/ aangeboren: bij 1 ouder met ADHD 30% kans. Bij 2 ouders 50% kans.
Zuurstoftekort tijdens de geboorte.
Alcohol drinken tijden de zwangerschap.
Verloop
Vaak vermindering van symptomen gedurende puberteit/ jong volwassenheid. Bij 30 tot 40% bij de kinderen wordt in volwassenheid niet meer voldaan aan de criteria voor ADHD.
Slide 12 - Tekstslide
Hoeveel mensen hebben Adhd
3 tot 5 % kinderen.
1 tot 3 % volwassen.
3 op de 4 hiervan zijn jongens (bij meisjes minder goed herkend?)
Slide 13 - Tekstslide
Mensen met ADHD hebben moeite met....
Aan het werk te gaan en blijven.
Aanwijzingen op te volgend.
Hun werkt te organiseren en af te maken.
De hoofd- van de bijzaken te onderscheiden.
Zich te herinneren wat ze van plan waren.
Zich te herinneren waar ze hun spellen laten.
Prikkels van buiten te negeren
Slide 14 - Tekstslide
Gedrag
Zijn voortdurend in de weer en draven maar door.
Praten aan een stuk.
Zijn rusteloos.
Houden zich tijdens een activiteit bezig met andere zaken: krassen pennen demonteren, praten met de buren.
Gooien het antwoord er al uit voordat de vraag afgemaakt is.
Verstoren bezigheden van anderen of dringen zich op.
Slide 15 - Tekstslide
Co-morbiditeit
3 op de 4 mensen heeft naast ADHD nog last van een andere stoornis, bijvoorbeeld een...
- slaapstoornis
- angststoornis
- stemmingsstoornis
- autisme
- verslaving
- persoonlijkheidsstoornis.
Slide 16 - Tekstslide
Behandeling; opdracht
Veel mensen denken bij de behandeling van ADHD snel aan medicatie (bijv. Ritalin)
1. Zoek op welke andere behandelingen er zijn voor ADHD. Hoe vaak en/of hoe goed helpen deze behandelingen?
2. Zoek op wat de voor- en nadelen zijn van medicatie zoals Ritalin.
Slide 17 - Tekstslide
Slide 18 - Video
Beste aanpak in de klas
Geeft korte duidelijke opdrachten.
Herhaal steeds regels en afspraken.
Zorg voor voldoende prikkelende uitdagende stof.
Houd de aandacht vast door afwisselende werkvormen te gebruiken.
Beloon en complimenteer vaak.
Geef alternatieven bij ongewenst gedrag en benoem hierbij het gewenste gedrag.
Probeer tijdens klassikale les zoveel mogelijk oogcontact te houden.
Slide 19 - Tekstslide
Beste aanpak in de klas
Plan rust en ontspanningsmomenten gedurende les
Stel gewoon vriendelijk, maar strikt wat de leerling moet doen. Laat je niet tot discussies verleiden.
Zorg voor een afschermende leerplek.
Leer de leerling telkens zijn werk na te kijken om slordigheidsfouten te voorkomen.
Blijf het pittige, energierijke, creatieve kind achter de druktemaker zien
Slide 20 - Tekstslide
Tips wat je juist niet moet doen
Zonder begeleiding laten samenwerken.
Gedrag bestraffen zonder alternatieven aan te bieden.