§1 Moedertaal

WELKOM BIJ NEDERLANDS!
Inloggen in LessonUp (laptop);
Pak verder je boek, schrift en schrijfgerei.
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

WELKOM BIJ NEDERLANDS!
Inloggen in LessonUp (laptop);
Pak verder je boek, schrift en schrijfgerei.

Slide 1 - Tekstslide

Planning

Uitleg werkwoordspelling 

Zelfstandig met de oefeningen aan de slag
P L A N N I N G
Cursus 4 - Taal
1. Lesdoelen
2. Wat gaan we de komende periode leren?
3. Introductie Cursus 4
5. Opdracht maken
6. Terugblikken op de les + afsluiting

Slide 2 - Tekstslide

  • Je leert wat het begrip 'moedertaal' betekent;
  •  Je leert hoe taalontwikkeling werkt;
  • Je hebt geleerd wat 'ritme', 'intonatie' en 'klemtoon' betekent.
Lesdoelen

Slide 3 - Tekstslide

Bladzijde 88-89

Slide 4 - Tekstslide

§1 Moedertaal
Bladzijde 90-91

Slide 5 - Tekstslide

In welk land ben jij geboren?
Nederlands
Ergens anders, namelijk...

Slide 6 - Poll

Welke taal/talen heb jij vanaf je geboorte leren spreken?

Slide 7 - Open vraag

In het Nederlands gebruiken we het woord 'moedertaal' en niet 'vadertaal'. Hoe zou je dat kunnen verklaren?

Slide 8 - Open vraag

Is er een taal die je nog graag zou willen leren spreken? Zo ja, welke?

Slide 9 - Woordweb

Slide 10 - Video

Slide 11 - Tekstslide

  • De taal waarin je hebt leren spreken vanaf je geboorte.
  • Deze taal heb je zeer waarschijnlijk op een natuurlijke manier geleerd.
  • Kun je zowel Nederlands als Fries als moedertaal hebben? Waarom wel of niet?
Moedertaal

Slide 12 - Tekstslide

  • De allereerst taalontwikkeling begint al voor de geboorte. 
  • Je raakt vertrouwd met bepaalde klanken van je moedertaal. Denk aan het ritme, de intonatie en de klemtoon.
Ritme, intonatie en klemtonen

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Je leert pas een taal als je 'echt' geboren bent.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 15 - Quizvraag

Het is mogelijk om twee moedertalen te hebben.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 16 - Quizvraag

Wat?
Opdracht 1,2 en 3 (blz. 90-91). Verminderde opdrachten: 2 en 3
Hoe?
Zelfstandig. Zet de antwoorden in je schrift.
Hulp
Lees eerst de info op in je boek, daarna instructietafel
Tijd
Tot eind van de les. 
Klaar?
Nakijken. 
Maak voor jezelf een kleine samenvatting van §1 in je schrift, waarbij alle 4 begrippen aan bod komen. Klaar? Lees dan §2 alvast door.
Opdracht 2

Slide 17 - Tekstslide

  • Je leert wat het begrip 'moedertaal' betekent;
  •  Je leert hoe taalontwikkeling werkt;
  • Je hebt geleerd wat 'ritme', 'intonatie' en 'klemtoon' betekent.
Lesdoelen

Slide 18 - Tekstslide