Havo 4 rekenles ondersteuning 1

Introductie
Bart Kremers ('beginnend' docent wiskunde)

Loop stage bij Paul 

Oud leerling Udens College  

Technovium --> HAN --> Radboud 




Ik ken bijna geen scheikunde.
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Introductie
Bart Kremers ('beginnend' docent wiskunde)

Loop stage bij Paul 

Oud leerling Udens College  

Technovium --> HAN --> Radboud 




Ik ken bijna geen scheikunde.

Slide 1 - Tekstslide

Begin maken
Gesproken met Willy.

Ik ga ook met jullie nieuwe docent spreken.

'Plan' om rekenlessen in te voeren.

Ik zie het als rekenondersteuning voor scheikunde.

Youtube kanaal: 'Stapel op scheikunde'

(Moet nog een Lessonup licentie krijgen)






Slide 2 - Tekstslide

Het plan
- Open vraag: Waar loop je tegenaan?

- Rekenen met machten van 10 + Uitleg over (voorkennis 4) 

- We maken 1 opdracht van het boek

- Afsluiten / vragen / ventileren

Slide 3 - Tekstslide

Vul in waarmee ik je kan helpen / waar heb je moeite mee?

Slide 4 - Open vraag

Rekenen met machten van 10.


Er geldt het volgende:


Voorbeeld: p =2 en q = 3
10​2​​⋅10​3​​=(10⋅10)⋅(10⋅10⋅10)=10​5​​
10​p​​⋅10​q​​=10​p+q​​

Slide 5 - Tekstslide

Bereken de waarde van x
10​6​​⋅10​3​​=10​x​​

Slide 6 - Open vraag

Rekenen met machten van 10.


Er geldt het volgende:


Voorbeeld: p =2 en q = 3
10​2​​⋅10​−3​​=​10⋅10⋅10​​10⋅10​​=​10​​1​​=10​−1​​
​10​q​​​​10​p​​​​=10​p−q​​

Slide 7 - Tekstslide

Bereken de waarde van x

10​3​​⋅10​−6​​=10​x​​

Slide 8 - Open vraag

Dichtheid notatie + voorbeeld.
Dichtheid: 





ρ=​m​3​​​​kg​​
​m​3​​​​1kg​​=​m​3​​​​1000g​​=​1000dm​3​​​​1000g​​=​10​3​​dm​3​​​​10​3​​g​​=​dm​3​​​​g​​
ρ(ethanol)=​m​3​​​​0.80⋅10​3​​kg​​=​10​3​​⋅10​3​​⋅cm​3​​​​0.80⋅10​3​​⋅10​3​​g​​
ρ(ethanol)=​cm​3​​​​0.80g​​

Slide 9 - Tekstslide

Let op dit geldt!
Je kunt het altijd omschrijven naar de vorm die jouw voorkeur heeft:
ρ=​m​3​​​​kg​​=kg⋅m​−3​​
ρ(ethanol)=0.80⋅10​3​​kg⋅m​−3​​=0.80g⋅cm​−3​​
ρ(ethanol)=​cm​3​​​​0.80g​​

Slide 10 - Tekstslide

Vul het juiste getal in bij de puntjes
ρ(suiker)=1.58⋅10​3​​⋅kg⋅m​−3​​=....⋅g⋅cm​−3​​

Slide 11 - Open vraag

Dus 1,0 cm^3 suiker weegt 1,58 gram, wat is het volume in cm^3 van 100 gram suiker?

Slide 12 - Open vraag

Bedankt voor de aandacht!
Ik ga in overleg met de docenten.

Als er geen vragen zijn, mogen jullie gaan!

Slide 13 - Tekstslide