Vragers en aanbieder hoofdstuk 4 deel 2

Vragers en aanbieders
Bespreken opgave 4.8
Homogeen product
Heterogeen product
Marktwerking
Vast en flexibel
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Vragers en aanbieders
Bespreken opgave 4.8
Homogeen product
Heterogeen product
Marktwerking
Vast en flexibel

Slide 1 - Tekstslide

Qa = 2 L - 30.000

Twee getallen bedenken en invullen in L
L = 15.000 --> Q = 2 X 15.000 - 30.000 = 0
Verticale coordinaat = 15.000
Horizontale coordinaat = 0

L = 40.000 --> Q = 2 X 40.000 - 30.000 = 50.000
Verticale coordinaat = 40.000
Horizontale coordinaat = 50.000 

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Qv = - L + 45.000
Twee getallen bedenken en invullen in L
L = 0 --> Q = - 0 + 45.000 = 45.000
Verticale coordinaat = 0
Horizontale coordinaat = 45.000

L = 45.000 --> Q = - 45.000 = 45.000  = 0
Verticale coordinaat = 45.000
Horizontale coordinaat = 0

Of bijvoorbeeld:
L = 30.000 --> Q = - 30.000 + 45.000 = 15.000

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Aanbodoverschot van 40.000 - 10.000 = 30.000

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

0

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Marktwerking
Er ontstaat automatisch evenwicht. Bij loon van € 35.000 is er teveel aanbod en te weinig vraag. Het loon zakt naar 
€ 25.000.
Nu is er evenwicht

Slide 12 - Tekstslide

homogeen product
Als product homogeen is (je kunt je niet onderscheiden) ontstaat perfecte marktwerking. Prijs reageert op overschot

Slide 13 - Tekstslide

Maar arbeid is niet homogeen
Arbeid is heterogeen. Iedere werknemer verschilt qua opleiding, karakter, ervaring.
Dus lonen passen zich niet automatisch aan. Hoog loon kan in stand blijven

Slide 14 - Tekstslide

Maken
4.9 t/m 4.11
timer
8:00

Slide 15 - Tekstslide

Maken
4.9 t/m 4.11

Slide 16 - Tekstslide

Uitwerking 4.9 A
Nieuwe vraagvergelijking:
Qv = - L + 50.000

L = 0 --> Q = - 0 + 50.000 = 50.000

L = 40.000 --> Q = - 40.000 + 50.000 = 10.000

Slide 17 - Tekstslide

Uitwerking 4.9 B en C
B .Bij elk loon worden nu 5.000 truckers meer gevraagd
C. 
Q a = 2 L - 30.000
Q v = - L + 50.000
Q a = Q v
2 L - 30.000 = - L + 50.000
     + 30.000              + 30.000
2 L                = - L + 80.000
+ L                   + L
3 L                = 80.000
L = 80.000/ 3 = 26.667

Slide 18 - Tekstslide

Uitwerking 4.9  C en D

C. 
L = 26.667 --> Q a = 2 X 26.667 - 30.000 =
23.334 truckers
D. In het evenwicht worden er evenveel truckers gevraagd als aangeboden. Er is geen overschot

Slide 19 - Tekstslide

Lezen en aantekening maken
Bladzijde 58 en noteer definities van:
Instituties (met voorbeelden)
CAO
Middel (wapen) van vakbonden ..........
vast contract
Maken 4.12 t/m 4.14

Slide 20 - Tekstslide

Lezen en aantekening maken
instituties =  organisaties of afspraken die de omgang van burgers vormgeven
voorbeelden: werkgevers- en werknemersorganisaties, vakbonden, CAO , minimumloon
CAO = Collectieve Arbeidsovereenkomst--> overeenkomst tussen werkgevers- en werknemersorganisaties
Middel (wapen) van vakbonden: staking 
vast contract: afspraken over loon en arbeidstijden liggen vast


Slide 21 - Tekstslide

Lezen en aantekening maken
Bladzijde 59 en noteer definities van:
minimumloon
zzp'er
waarom is loon van zzp'er flexibel?

Slide 22 - Tekstslide

Lezen en aantekening maken
Minimumloon = het loon dat iemand minimaal moet krijgen
zzp'er = zelfstandige zonder personeel
waarom is loon van zzp'er flexibel?
Tarief ligt niet vast. Als vraag naar stukadoors stijgt en aanbod blijft achter dan stijgt het tarief
Meer zullen zich aanbieden. Er komt evenwicht

Slide 23 - Tekstslide

Maken 
tot en met 4.20

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

In welke sector worden door automatisering banen gecreëerd?
A
Industrie
B
ICT
C
Ziekenhuizen
D
Administratie

Slide 26 - Quizvraag

In welke sector verdwijnen banen door automatisering
A
Onderwijs
B
Verpleging
C
Industrie
D
Bouw

Slide 27 - Quizvraag

Flexibilisering
Vaste banen vervangen door:
zzp'ers (zelfstandigen zonder personeel)
Oproepkrachten/ 0-uren contracten
Min-max contracten

Slide 28 - Tekstslide

Voordelen
Voor werkgever: je schakelt personeel alleen in wanneer je ze nodig hebt
Je kunt makkelijk personeel ontslaan als er geen werk is

Voor werknemer: je kunt soms zelfs in overleg je werktijden bepalen
Als het heel druk is word je extra veel ingezet

Slide 29 - Tekstslide

Nadelen
Voor werkgever: flexibele krachten hebben minder binding met bedrijf. Doen minder hun best.

Voor werknemer: geen vaste inkomsten. Moeilijk hypotheek kunnen krijgen voor huis

Slide 30 - Tekstslide

Minimumloon en werkloosheid

Slide 31 - Tekstslide

Minimumloon en werkloosheid
Qv = - L + 100.000     Q v = aantal vakmensen dat gevraagd wordt in de metaal  Qa = 2 L -  80.000     Q a = aantal vakmensen dat zich aanbiedt in de metaal                                                L = bruto jaarloon in euro's
Bereken het evenwichtsloon en evenwichtshoeveelheid

Slide 32 - Tekstslide

Evenwichtsloon
Qa = Qv
2 L - 80.000 = - L + 100.000
+ 80.000             + 80.000
2 L = - L + 180.000
+ L          + L               
3 L = 180.000
L = 60.000

Slide 33 - Tekstslide

Evenwichtshoeveelheid
L = 60.000 --> Q v = - 60.000 + 100.000 = 40.000
L = 60.000 --> Q a = 2 X 60.000 - 80.000 = 40.000

Slide 34 - Tekstslide

Minimumloon en werkloosheid
Overheid stelt een minimumloon in van € 70.000. Bereken het aanbodoverschot

Qv = - L + 100.000  
 Qa = 2 L - 80.000 

Slide 35 - Tekstslide

Minimumloon en werkloosheid
Qa = 2 L - 80.000 
Qv = - L + 100.000

L = 70.000 --> Q a = 2 X 70.000 - 80.000 = 60.000
L = 70.000 --> Q v = - 70.000 + 100.000 =   30.000 -
Aanbodoverschot                                                 30.000

Slide 36 - Tekstslide

Weektaak
Maken tot en met 4.26


Slide 37 - Tekstslide