4.4 Het oude regime

Datum:
Vak: Geschiedenis
Je kent de verlichtingsdenkers Locke, Montesquieu en Rousseau en weet hoe de verlichtingsidealen zich hebben verspreid 
Hoe leefde de Franse bevolking aan de vooravond van de Franse Revolutie?
- Het ancien regime en de standenmaatschappij 
- instructie ca 15 min
Klassikaal maken opdracht 60 en 61 
Standenmaatschappij 
-
Opdrachten maken bij 4.4 
Opdrachten bespreken
Geen ;)
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 26 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Datum:
Vak: Geschiedenis
Je kent de verlichtingsdenkers Locke, Montesquieu en Rousseau en weet hoe de verlichtingsidealen zich hebben verspreid 
Hoe leefde de Franse bevolking aan de vooravond van de Franse Revolutie?
- Het ancien regime en de standenmaatschappij 
- instructie ca 15 min
Klassikaal maken opdracht 60 en 61 
Standenmaatschappij 
-
Opdrachten maken bij 4.4 
Opdrachten bespreken
Geen ;)

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel
Hoe leefde de Franse bevolking aan de vooravond van de Franse Revolutie?

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het ancien régime
  • Frankrijk was een standenmaatschappij 

  •  Drie standen: geestelijkheid, adel en de burgerij 

  • Grote verschillen tussen rechten en plichten 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De 1e stand
  • De geestelijkheid: de mensen van de kerk. Zij zorgden dat de mensen in de hemel zouden komen. De hoge geestelijken woonden in grote paleizen en hadden vooral rechten (en maar weinig plichten).

  • De geestelijken bezaten veel grond: het waren grootgrondbezitters

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De 2e stand

  • De edelen: de mensen van adel. Zij zorgen voor het bestuur en de verdediging van het land. Zij woonden in grote paleizen en hadden vooral rechten (en maar weinig plichten).

  • De koning vertrouwde hen niet: daarom mochten (moesten!) ze bij hem in de buurt wonen. Zo kon hij ze in de gaten houden.



Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De 3e stand
  • De boeren en de burgers. Eigenlijk iedereen die niet bij de 1e of 2e stand hoorde. Daarom waren er in de 3e stand ook grote verschillen. Zo had je de rijke burgerij, de bourgeoisie. Dit waren mensen met een eigen bedrijf of een diploma.

  • De 3e stand had alle plichten: zij moesten bijvoorbeeld wél belasting betalen.



Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Standenmaatschappij
1. Geestelijken 
Grootgrondbezitters, betalen geen belasting 
2. Adel 
Betalen geen belasting
3. Boeren en burgers 
90% v.d. bevolking Betalen veel belasting 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Boeren
  • Boeren betalen pacht; deel van de oogst 

  •  Betalen per persoon belasting 

  • Betalen grondbelasting 

  • zoutbelasting 'gabelle'

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

op de steen: belasting, grondbelasting en herendiensten

p.98 wb

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdrachten
Maken opdrachten:
65, 66, 67, 68, 69

Leerboek: 98 en 99 
Werkboek: 148 en 149 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Datum:
Vak: Geschiedenis
Je weet dat Frankrijk uit een standensamenleving bestond, en welke rechten en plichten de standen hadden 
Hoe leefde de Franse bevolking aan de vooravond van de Franse Revolutie?
- Herhaling standensamenleving 
- misoogsten in 1788 en de vooravond van de Franse Revolutie 
Samen maken opdracht 70: verschillende soorten oorzaken 
-
Opdrachten maken bij paragraaf 4.4 
Opdrachten bespreken, welke vragen heb je nog? 
Geen :)

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel
Hoe leefde de Franse bevolking aan de vooravond van de Franse Revolutie?

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De 1e stand
  • De geestelijkheid: de mensen van de kerk. Zij zorgden dat de mensen in de hemel zouden komen. De hoge geestelijken woonden in grote paleizen en hadden vooral rechten (en maar weinig plichten).

  • De geestelijken bezaten veel grond: het waren grootgrondbezitters

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De 2e stand

  • De edelen: de mensen van adel. Zij zorgen voor het bestuur en de verdediging van het land. Zij woonden in grote paleizen en hadden vooral rechten (en maar weinig plichten).

  • De koning vertrouwde hen niet: daarom mochten (moesten!) ze bij hem in de buurt wonen. Zo kon hij ze in de gaten houden.



Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De 3e stand
  • De boeren en de burgers. Eigenlijk iedereen die niet bij de 1e of 2e stand hoorde. Daarom waren er in de 3e stand ook grote verschillen. Zo had je de rijke burgerij, de bourgeoisie. Dit waren mensen met een eigen bedrijf of een diploma.

  • De 3e stand had alle plichten: zij moesten bijvoorbeeld wél belasting betalen.



Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Standenmaatschappij
1. Geestelijken 
Grootgrondbezitters, betalen geen belasting 
2. Adel 
Betalen geen belasting
3. Boeren en burgers 
90% v.d. bevolking Betalen veel belasting 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Boeren
  • Boeren betalen pacht; deel van de oogst 

  •  Betalen per persoon belasting 

  • Betalen grondbelasting 

  • zoutbelasting 'gabelle'

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Misoogst
1788



  • Door mislukte oogsten waren de graanprijzen (en dus ook de prijs van brood) enorm gestegen. Er ontstonden zelfs hongersnoden.

  • Ondertussen moest de 3e stand wél veel belasting betalen.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Frankrijk gaat failliet
mei 1789


  • Feesten, paleizen, bestuur en oorlogen kosten heel veel geld, maar het geld is op. 
  • Koning Lodewijk XVI wil graag meer geld hebben, en roept daarom (voor het eerst in 175 jaar) de Staten-Generaal bij elkaar. De vergadering van de 3 standen.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



  • De 3e stand hoopt dat de koning nu eindelijk eens naar hen zou luisteren: verlaging van de belasting en/of afschaffing van de privileges. 
  • Helaas: er gebeurt erg weinig. Dit komt ook omdat er per stand wordt gestemd. En de koning heeft altijd de adel en de geestelijkheid mee.

  • De leiders van de 3e stand zijn boos en teleurgesteld, en lopen weg...

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




De 3e stand hoopt dat de koning nu eindelijk eens naar hen zou luisteren: verlaging van de belasting of afschaffing van de privilieges. 
Helaas: er gebeurt erg weinig. Dit komt ook omdat er per stand wordt gestemd. En de koning heeft altijd de adel en de geestelijkheid mee.

De leiders van de 3e stand zijn boos en teleurgesteld, en lopen weg...

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschillende soorten oorzaken
Sociaaleconomisch: sociale ongelijkheid, hongersnoden

Politiek-bestuurlijk: absoluut bestuur van de koning, Staten-Generaal niet meer bijeengekomen sinds 1614

Cultureel: verlichtingsideeën, nieuwe ideeën over bestuur 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

p. 149 wb

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdrachten
Ga zelfstandig aan de slag met het maken van opdrachten: 
66, 67, 68, 69 en 71 

Werkboek: 149 t/m 152 
Leerboek: 100 en 101 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies