Volgens de Bijbelse verslagen van Jezus' kruisiging, zijn de laatste woorden die Jezus sprak voordat hij stierf bekend als "de zeven laatste woorden". Deze woorden zijn vastgelegd in verschillende Evangeliën en worden vaak geciteerd tijdens de Goede Vrijdagdiensten.
Hier zijn de zeven laatste woorden van Jezus aan het kruis, zoals gerapporteerd in de evangeliën:
"Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen." (Lucas 23:34) - Hiermee bad Jezus tot God om vergeving voor degenen die hem kruisigden, als een uiting van genade en compassie.
"Waarlijk, Ik zeg u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn." (Lucas 23:43) - Deze woorden richtte Jezus tot de misdadiger die naast hem hing en hem vroeg om aan hem te denken wanneer hij in zijn koninkrijk zou komen.
"Vrouw, zie, uw zoon!" en "Zie, uw moeder!" (Johannes 19:26-27) - Hier gaf Jezus de zorg voor zijn moeder Maria over aan de apostel Johannes, wat ook symbool staat voor de geestelijke zorg voor alle gelovigen.
"Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?" (Matteüs 27:46 en Marcus 15:34) - Deze woorden, die de openingsregel zijn van Psalm 22, worden vaak gezien als Jezus' uitroep van menselijke wanhoop en lijden, waarin hij de diepte van zijn ervaring van eenzaamheid en verlatenheid uitdrukt.
"Ik heb dorst." (Johannes 19:28) - Hiermee vervulde Jezus de profetieën uit het Oude Testament en toonde hij zijn menselijkheid door te lijden zoals een mens lijdt.
"Het is volbracht." (Johannes 19:30) - Met deze woorden voltooide Jezus zijn aardse missie van verlossing en vervulling van de Schrift, en gaf hij aan dat zijn werk op aarde was volbracht.
"Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest." (Lucas 23:46) - Met deze laatste woorden gaf Jezus zijn geest over aan God de Vader, als een uiting van overgave en vertrouwen in Gods plan.
Elk van deze laatste woorden draagt diepe theologische betekenis en weerspiegelt verschillende aspecten van Jezus' menselijkheid en goddelijkheid, zijn relatie met God en zijn missie van verlossing voor de mensheid.
Het antwoord op deze concrete vraag:
"Het is volbracht." (Johannes 19:30) - Met deze woorden voltooide Jezus zijn aardse missie van verlossing en vervulling van de Schrift, en gaf hij aan dat zijn werk op aarde was volbracht.