Herhaling H8

1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Wat wordt er bedoelt
met 'werk'?
A
Betaald werk
B
Betaald werk en vrijwilligers werk.
C
Betaald werk, vrijwilligers werk en zwart werk.
D
Betaald werk, vrijwilligers werk, grijs werk en zwart werk.

Slide 4 - Quizvraag

Noem minimaal twee redenen
om te gaan werken

Slide 5 - Open vraag

Dit is de plek die iemand inneemt in de samenleving. 
Je kunt doorgroeien naar een andere maatschappelijke positie. 
Alle maatschappelijke posities in een samenleving van hoog naar laag. 
Sociale mobiliteit 
Maatschappelijke
ladder
Maatschappelijke positie

Slide 6 - Sleepvraag

1. In Nederland is er kansongelijkheid.
2. In Nederland is er sociale mobiliteit.

A
Stelling 1 is waar
B
Stelling 2 is waar
C
Stelling 1 en 2 zijn beide waar.
D
stelling 1 en 2 zijn beide niet waar

Slide 7 - Quizvraag

Wat is een nadeel aan
'zwart werken'?

Slide 8 - Open vraag

Om ervoor te zorgen dat niemand te
weinig verdient, geldt voor werknemers
vanaf 15 jaar het 'maximumloon'.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quizvraag

Wat is het verschil tussen 'ontslag'
en 'ontslag op staande voet'?

Slide 10 - Open vraag

Welk begrip past
bij de illustratie?
A
Arbowet
B
Arbeidsconflict
C
Vrijwilligerswerk
D
Opzegtermijn

Slide 11 - Quizvraag

Wat is de juiste betekenis van
het begrip 'verzorgingsstaat'?
A
Een land waarin 1/3 e van de bevolking in de zorg werkt.
B
Een land waar de overheid de burger helpt als dat nodig is.
C
De burgers van het land moeten belasting betalen aan de overheid.
D
Een land waar de overheid geen uitkeringen uitbetaald.

Slide 12 - Quizvraag

AOW
Bijstand
Kinderbijslag
Femke had geen betaald werk. Toch kreeg ze elke maand hulp van de overheid om haar huur en boodschappen te betalen. 
Samira's ouders kregen elke drie maanden geld om haar schoolspullen en kleding te kopen. Zo konden ze beter voor haar zorgen en hoefden ze zich minder zorgen te maken.
Oma Janneke kreeg elke maand geld omdat ze lang had gewerkt. Nu kan ze rustig genieten van haar tuin en kleinkinderen, zonder zich zorgen te maken over werk.

Slide 13 - Sleepvraag

Slide 14 - Tekstslide