oefen toets skills

oefen toets skills
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 34 min

Onderdelen in deze les

oefen toets skills

Slide 1 - Tekstslide

E ander woord voor zuurstof te kort
A
Hypochonder
B
Hypoxie
C
Cyanose

Slide 2 - Quizvraag

Verschillende infuusvloeistoffen

  • Isotoon betekent dat de osmolariteit van de infuusvloeistof en het lichaamsvocht van de zorgvrager gelijk zijn. Voorbeelden van veelgebruikte isotone infuusvloeistoffen zijn NaCl 0,9% en glucose 5%.
  • Hypertoon: betekent dat de infuusvloeistof een hogere osmolariteit heeft dan het lichaamsvocht.
  • Hypotoon: betekent dat de infuusvloeistof een lagere osmolariteit heeft dan het lichaamsvocht

Slide 3 - Tekstslide

Als iemand meer dan 5L zuurstof nodig heeft gebruik je een
A
Zuurstof bril
B
Zuurstof katheter
C
Zuurstofmasker

Slide 4 - Quizvraag

Ik heb een fles met 5 liter inhoud en een druk van 30 mbar. Hoeveel liter zuurstof zit er in de tank?
A
30
B
5
C
150
D
500

Slide 5 - Quizvraag

Een teken van zuurstof tekort is:
A
Hoofdpijn
B
Verward
C
Coördinatiestoornissen
D
Alle drie zijn goed

Slide 6 - Quizvraag

Zuurstof bindt zich aan de rode bloedcellen (erytrocyten)
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quizvraag

een zuurstofcillinder bevat zuurstof onder lage druk
A
waar
B
niet waar

Slide 8 - Quizvraag

In inademingslucht zit ongeveer 21% zuurstof.

Hoeveel procent zuurstof zit er in de uitademingslucht? (bij normale ademhaling)
A
1%
B
5%
C
11%
D
17%

Slide 9 - Quizvraag

Een patiënt krijgt 2 liter zuurstof per minuut toegediend.
Hoeveel liter zuurstof zal deze patiënt verbruiken als hij van 19.00 uur tot 06.00 uur zuurstof krijgt toegediend?
A
1135 liter
B
1320 liter
C
970 liter
D
132 liter

Slide 10 - Quizvraag

Je hebt een zuurstofcilinder met een inhoud van 2 liter met de manometer op 80 bar. Het voorschrift van de arts is 3 liter zuurstof per minuut.
Dit houdt in dat je in deze cilinder....... zuurstof ter beschikking hebt.
A
40 liter
B
80 liter
C
160 liter
D
240 liter

Slide 11 - Quizvraag

Je hebt een zuurstofcilinder met een inhoud van 2 liter met de manometer op 80 bar. Het voorschrift van de arts is 3 liter zuurstof per minuut.
Dit houdt in dat je in deze cilinder ......... liter zuurstof ter beschikking hebt en dat je er ......... minuten mee verder kan
A
40 liter
B
80 liter
C
160 liter
D
240 liter

Slide 12 - Quizvraag

Een ander woord voor zuurstof te kort
A
Hypochonder
B
Hypoxie
C
Cyanose
D
intoxicatie

Slide 13 - Quizvraag

Zuurstof is een gas dat in de lucht zit,
maar je kunt de zuurstof niet zien.
Zuurstof kun je niet zien, omdat het:
A
wit van kleur is.
B
een kleurloos gas is.
C
een reukloos gas is.
D
niet kan branden.

Slide 14 - Quizvraag

Wat is de voorkeurslocatie van een infuus
A
de hand
B
de elleboog
C
de onderarm
D
de voet

Slide 15 - Quizvraag

Op welke plek mag GEEN infuus ingebracht worden?
A
In de arm waar een shunt zit
B
aan de zijde van een borstamputatie
C
In de aangedane zijde na CVA
D
allemaal zijn juist

Slide 16 - Quizvraag

Het perifere infuus is ingebracht, ik flush met:
A
2-5 ml. Nacl 0,5%
B
2-5 ml. Nacl 0,9%
C
5-10 ml, Nacl 0,9%
D
5-10 ml. Nacl 0,5%

Slide 17 - Quizvraag

Wat is een absolute contra indicatie voor een infuus?
A
geen van deze
B
sepsis
C
delier
D
hartfalen

Slide 18 - Quizvraag

Na een laryngectomie kan de trachea weer hersteld worden en de stoma gesloten worden.
A
juist
B
niet juist

Slide 19 - Quizvraag

Wat is geen complicatie van een perifeer infuus?
A
Decubitus
B
Oedeem
C
Flebitis
D
Infectie

Slide 20 - Quizvraag

Door wie wordt een epiduraal infuus ingebracht?
A
Chirurg
B
Internist
C
Anesthesist
D
Verpleegkundige

Slide 21 - Quizvraag

Wat zijn contra indicaties voor het plaatsen van een hypodermoclyse
A
Ernstige uitdrogingsverschijnselen
B
Ernstige verstoring van elektrolyten balans
C
Mensen die een fractuur hebben
D
Alle antwoorden zijn voorbeelden van contra indicaties

Slide 22 - Quizvraag

Wat zijn de complicaties van een hypodermoclyse
A
Een hematoom rondom de canule
B
Roodheid rondom de canule
C
Oedeem rondom de canule
D
Alle antwoorden zijn juist

Slide 23 - Quizvraag

is hypodermoclyse een voorbehouden handeling?
A
Ja
B
Nee

Slide 24 - Quizvraag

Binnen de palliatieve zorg zal er nooit een Hypodermoclyse worden gegeven?

A
juist
B
onjuist

Slide 25 - Quizvraag

Wat is een indicatie om zuurstof te geven in overleg met een arts.
A
sat99%
B
Hypoxi
C
Hyperoxi
D
Sat 100%

Slide 26 - Quizvraag