Het bewegingsapparaat

Het bewegingsapparaat
Botten
Spieren

1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Het bewegingsapparaat
Botten
Spieren

Slide 1 - Tekstslide

leerdoelen: Bewegingsapparaat deel 1

  • belangrijkste botten en functies van het skelet benoemen.
  • de bouw van pijpbeenderen en botweefsel beschrijven.
  • de bouw en functie van een gewricht beschrijven.
  • soorten gewrichten benoemen.

Slide 2 - Tekstslide

Wat zijn de functies van het skelet?

Slide 3 - Open vraag

Het skelet:  voorkennis testen 

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Skelet
Uit hoeveel botten bestaat jouw skelet?
A
106
B
206
C
176
D
236

Slide 6 - Quizvraag

Wat weten jullie van de bouw van
het bot ?

Slide 7 - Woordweb

Botten en botweefsel
  • Botten hebben verschillende vormen, zoals lange botten (pijpbeenderen) en platte botten.
  • Pijpbeenderen bestaan uit verschillende onderdelen en worden voortdurend aangepast aan de krachten die erop worden uitgeoefend.
  • Botweefsel is een steunweefsel dat botcellen en tussenstof bevat.
  • De tussenstof bestaat uit: Water, Collagene vezels, calciumzouten. 
  • Calcium en fosfaat zijn essentieel voor de stevigheid van botten en botaanmaak.
  • Hormonen reguleren de calciumspiegel, vitamine D zorgt voor opname van calcium.

Slide 8 - Tekstslide

Wat is de functie van het beenmerg ?

Slide 9 - Open vraag

Hoe is het bot opgebouwd?
Botweefsel bestaat uit botcellen en een harde tussencelstof van kalkzouten en collagene vezels. Het bestaat voor 30% uit collagene vezels, voor 60% uit kalkzouten, die de tussencelstof verharden en voor 10% uit water, cellen en bloedvaten.

Beenmerg is een sponsachtige, rode substantie die zich 
bevindt in het binnenste gedeelte van de botten.
 Het zit vooral in het bekken, het borstbeen, 
de ribben en de ruggenwervels. 
Het beenmerg is verantwoordelijk voor de aanmaak 
van bloedcellen

Slide 10 - Tekstslide

Wat is osteoporose?

Slide 11 - Open vraag

Osteoporose
Osteoporose wordt ook wel botontkalking genoemd. Bij osteoporose worden je botten minder stevig en minder sterk, doordat de botdichtheid afneemt. De structuur van je bot verandert en gaat er vanbinnen meer als een spons uitzien. Door de afname van de hoeveelheid bot én de veranderde botstructuur heb je sneller last van botbreuken. 

Slide 12 - Tekstslide

Welke van de genoemde botten valt niet onder de pijpbeenderen
A
Ellepijp
B
Borstbeen
C
Sleutelbeen
D
Dijbeen

Slide 13 - Quizvraag

Onder welk soort bot valt:


Slide 14 - Open vraag

Slide 15 - Tekstslide

Gewrichten
  • Botten vormen samen een gewricht.
  • Gewrichtskraakbeen en gewrichtsvloeistof zorgen voor soepele bewegingen, terwijl kapsel en banden de onderdelen bij elkaar houden.
  • Bijzondere onderdelen zoals de meniscus en slijmbeurzen (bursae) komen in sommige gewrichten voor.
  • De meniscus werkt als stootkussen en drukverdeler.
  • Een bursa ligt tussen een pees en het bot, waardoor de pees niet over het bot schuurt.

Slide 16 - Tekstslide

Welke soorten gewrichten ken je ?
Kun je voorbeelden noemen?

Slide 17 - Woordweb

Soorten gewrichten

  • rolgewricht
  • draaigewricht
  • Zadelgewricht
  • Kogelgewricht

Slide 18 - Tekstslide

Bouw gewricht

Slide 19 - Tekstslide

Wat weet jij van de wervelkolom?
Hoeveel wervels en welke soorten?

Slide 20 - Open vraag

De wervelkolom
34 wervels

Slide 21 - Tekstslide

Welke stelling voor de ribben is onjuist?
A
De ribben beschermen de organen
B
Een deel van de ribben gaan over in kraakbeen
C
We hebben 4 zwevende ribben
D
De ribben spelen een rol bij de ademhaling

Slide 22 - Quizvraag

De ribben
-Beschermen de organen
                                                                 -Spelen een rol bij de ademhaling


Slide 23 - Tekstslide

Nog een keer oefenen
https://biodesk.eu/79 


Slide 24 - Tekstslide

De spieren

Slide 25 - Tekstslide

Soorten spieren
Dwarsgestreept spierweefsel

Glad spierweefsel

Hartspierweefsel

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Agonist Antagonist
De agonist wordt aangespannen en dus korter en dikker.
de antagonist is de spier die een tegengestelde beweging maakt, en dus langer en dunner wordt.
Samenwerkende spieren.......coördinatie

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

4

Slide 34 - Video

Wat hebben skeletspieren?
A
Drie aanhechtingen
B
Een oorsprong en aanhechting
C
Twee oorsprongen
D
Geen aanhechting

Slide 35 - Quizvraag

Wat beweegt een skeletspier?
A
De spier naar de pees
B
De gewrichten naar elkaar
C
De oorsprong naar de aanhechting
D
De aanhechting naar de oorsprong

Slide 36 - Quizvraag

Wat is de insertie van een spier?
A
De oorsprong van de spier
B
De pees aan de bot
C
De spier zelf
D
De aanhechting van de spier

Slide 37 - Quizvraag

01:00
Zitten overal veel spieren?

Slide 38 - Open vraag

01:49
Is een pees stevig weefsel

Slide 39 - Open vraag

03:17
Wat zie je nog op de tekening van de spier?
A
Bloedvaten
B
Uitloper van een zenuw

Slide 40 - Quizvraag

04:40
Wat is een antagonist

Slide 41 - Open vraag

Richtingaanduidingen
Flexie-extensie
Abductie-adductie
exorotatie-endorotatie
supinatie-pronatie


Slide 42 - Tekstslide

Flexie (buigen)

Flexie (buigen)

Slide 43 - Tekstslide

Pronatie (binnen)

Supinatie (open)

Slide 44 - Tekstslide

Arm of been zijwaarts naar buiten noemen we:
A
Abductie
B
Adductie
C
Endorotatie
D
Exorotatie

Slide 45 - Quizvraag

Bewegingen
Abductie
Vs
Adductie

Slide 46 - Tekstslide

Slide 47 - Tekstslide

Slide 48 - Tekstslide

Slide 49 - Tekstslide

Slide 50 - Tekstslide