In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.
Lesduur is: 50 min
Onderdelen in deze les
Lesson 4
Slide 1 - Tekstslide
Cinar
Thijmen
Mike
Zuzanna
Esma
Merve
Demi
Reva
Zaria
Nikky
Esther
Kaan
Thom
David
Milan
Jeppe
Rami
Luuk
Mees
Bade
Tuana
Marina
Ceylin
Yelkan
Noud
Florian
Tolga
Sven
Nawaz
Teacher
Aras
Levi
Slide 2 - Tekstslide
Slide 3 - Tekstslide
Today
Prepositions of time and place recap and practice
Future tenses
Slide 4 - Tekstslide
Slide 5 - Tekstslide
Slide 6 - Video
time: use the triangle
at = specifieke tijden/feestdagen
on = op een specifieke dag
in = heel breed, jaren, maanden, weken, etc.
Je kan dit ook gebruiken bij plaatsen. At = specifiek (naam, adres, plaats > on = minder specifieke straat > in = heel breed steden, gebieden, landen
Slide 7 - Tekstslide
1. He told me a story .. midnight.
A
in
B
on
C
at
Slide 8 - Quizvraag
2. We visit my grandparents .. January 1st.
A
in
B
on
C
at
Slide 9 - Quizvraag
3. Flowers grow .. spring.
A
in
B
on
C
at
Slide 10 - Quizvraag
4. He was born .. 1994.
A
in
B
on
C
at
Slide 11 - Quizvraag
5. I saw my aunt .. Christmas.
A
in
B
on
C
at
Slide 12 - Quizvraag
6. We met .. the train.
A
in
B
on
C
at
Slide 13 - Quizvraag
7. I am .. the station.
A
in
B
on
C
at
Slide 14 - Quizvraag
8. He lives .. the mountains.
A
in
B
on
C
at
Slide 15 - Quizvraag
9. He was born .. France.
A
in
B
on
C
at
Slide 16 - Quizvraag
Do the exercises
timer
10:00
Do the exercises
What?
How?
Time?
Need help?
Finished?
Do ex 26 b,c p. 148; ex 27 a,b p.149
On your own, no talking!
Look at the timer.
First ask your neighbor. If you still need help, raise your hand.
Do geplande taken grammar 7
Slide 17 - Tekstslide
Slide 18 - Tekstslide
Check the answers
Slide 19 - Tekstslide
Slide 20 - Tekstslide
Future tenses
Slide 21 - Tekstslide
Future Tenses
I am going to walk to the station in ten minutes.
He'll give you a piece of advice, I'm sure.
The train leaves in 15 minutes.
They are having a party next weekend.
We will be watching this show at 21.00 tonight.
Slide 22 - Tekstslide
Future Tenses
Will
'Going to'
Present Continuous
Present Simple
Future Continuous
Slide 23 - Tekstslide
Future Tenses
1. Will
een voorspelling, je denkt dat iets gaat gebeuren maar weet dit niet zeker. Je hebt er geen bewijs voor . I think he will win next elctions .
vorm: will + het ww
Will: Bij iets dat je zult doen
We will go to Venice some time next year.
Slide 24 - Tekstslide
Slide 25 - Video
Future Tenses
2. Going to+ het hele werkwoord
Am/are/is + going to + hele werkwoord
als je wilt aangeven dat iemand iets in de toekomst van plan is, bijv: He is going to become a doctor.
als je een voorspelling doet waar je bewijs voor hebt, bijv.: Look at those dark clouds! It is going to rain.
(Kijk eens naar die donkere wolken! Het gaat zo regenen.)
Slide 26 - Tekstslide
Slide 27 - Video
Slide 28 - Tekstslide
Today
Future tenses recap
Slim Stampen grammar 8a,b
Slide 29 - Tekstslide
Future Tenses
3. Present Continuous(-ing vorm)
Gebruik je om aan te geven dat iets binnenkort gaat gebeuren. Het gaat om afspraken of dingen die georganiseerd zijn.
Vorm : am / are / is + verb-ing
I am taking my friend to the cinema tonight.
Slide 30 - Tekstslide
Future Tenses
4. Present Simple
Gebruik je als iets vast staat volgens een rooster of dienstregeling.
Denk hierbij aan openingstijden, sluitingstijden, aankomsttijden en vertrektijden
The train leaves in three minutes.
The bus arrives at 14:30.
Slide 31 - Tekstslide
Future Tenses
5. Future Continuous
Gebruik je als je wilt aangeven dat iets aan de gang is op een bepaald moment in de toekomst. bijv: This time next week I will be sun-bathing in Bali.
Indien gecombineerd met still, verwijst de 'future continuous' naar gebeurtenissen die al in het heden plaatsvinden en waarvan we verwachten dat ze nog enige tijd in de toekomst door zullen gaan. Bijv: In an hour I'll still be ironing my clothes.
Slide 32 - Tekstslide
Slide 33 - Tekstslide
Wat is de Future Tense?
A
Will & Won't
B
To be Going to
C
Present Continuous
D
Present Simple
Slide 34 - Quizvraag
De future tense gaat over ....
A
de verleden tijd
B
het heden
C
de toekomst
Slide 35 - Quizvraag
Future tenses: Wanneer gebruik je 'will'?
A
Spontane beslissing, beloftes en dreigementen.
B
Als iets volgens een rooster verloopt.
C
Als je iets van plan bent.
D
Toekomstvoorspelling zonder bewijs.
Slide 36 - Quizvraag
Future tenses: Wanneer gebruik je 'to be going to'?
A
Als je van plan bent iets te doen.
B
Als iets volgens vaste tijden verloopt.
C
In een vraagzin vooraan.
Slide 37 - Quizvraag
Future tenses: Wanneer gebruik je 'future continuous'?
A
Als je van plan bent iets te doen.
B
Als iets aan de gang is op een bepaald moment in de toekomst.
C
In een vraagzin vooraan.
D
Als je een voorspelling wilt maken
Slide 38 - Quizvraag
Future tenses: "It was Samira's birthday on Monday, so she ........... a party this weekend!"
A
will have
B
has
C
shall have
D
is going to have
Slide 39 - Quizvraag
We use______________as a Future tense with timetables/ schedules
A
Present perfect
B
Present simple
C
be+going to
D
will
Slide 40 - Quizvraag
Future tenses: The plane ......... at six o'clock this evening.
A
is leaving
B
leaves
C
is going to leave
D
will leave
Slide 41 - Quizvraag
Future tenses: Wanneer gebruik je de present simple?
A
Als je van plan bent iets te doen.
B
Als je iets belooft of voorspelt.
C
Als iets volgens een schema/rooster verloopt.
Slide 42 - Quizvraag
We use ¨will¨ for sudden decisions.
A
true
B
false
Slide 43 - Quizvraag
We use Present Continuous for future predictions (voorspellingen).
A
true
B
false
Slide 44 - Quizvraag
I____________my friends at 7 this evening. (arrangements)
A
will meet
B
am meeting
C
am going to meet
D
meet
Slide 45 - Quizvraag
Pick the sentence that uses the future continuous correctly.