TH Imperative + articles

WELCOME TO ENGLISH CLASS!
Imperative + articles (the/ a / an)
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

WELCOME TO ENGLISH CLASS!
Imperative + articles (the/ a / an)

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

A / An / The

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

wat weet je nog van het verschil tussen a/an?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

A
AN
table
house
egg
chicken
island
phone
orange

Slide 4 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

A/An
In het Nederlands: een
voor niet specifieke dingen.

It looks like a palace
We live in an appartment

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Listen!!!
Do you hear a vowel (klinker)?  AN
Do you hear a consonant (medeklinker)?  A

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

The
in het Nederlands: de/het
Je gebruikt het voor specifieke mensen, dieren, dingen

The president gave a speech.
The book is on the table.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fill in the correct article:
Where's ________
USB drive I lent you last week?
A
the
B
an
C
a

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Fill in the correct article:
Their car does 150 miles
___________ hour.
A
the
B
an
C
a

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Fill in the correct article:
I like _________ blue T-shirt over there better than ________red one.
A
the - a
B
the - the
C
a - the
D
a - a

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Fill in the correct article:
Is your mother working in ________ old office building?
A
the
B
an
C
a

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

School children in England have to wear ... uniform.
A
the
B
a
C
an

Slide 12 - Quizvraag

6
Where did you park ... car?
A
a
B
an
C
the

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

My aunt is ... RAF pilot. (Royal Air Force)
A
the
B
a
C
an

Slide 14 - Quizvraag

4
I watched ... movie about dinosaurs yesterday.
A
a
B
an
C
the

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Great Britain is still ... European country.
A
a
B
an
C
the

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Do you have ... one-penny coin?
A
the
B
a
C
an

Slide 17 - Quizvraag

8
Fill in the correct article:
After this tour you have ________ whole afternoon free to explore the city.
A
the
B
an
C
a

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik snap de articles (the / a/ an) en weet wanneer ik ze moet gebruiken
A
Ja, ik snap het!
B
Bijna, met de opdrachten moet het lukken.
C
Bijna, graag een keer herhalen.
D
Nee, ik wil graag hulp bij de opdrachten

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

GET TO WORK!
E (writing & grammar) ex 29,30,31

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Imperative (Gebiedende wijs)
Je gebruikt de gebiedende wijs (in het Engels dus imperative) wanneer je iemand vertelt wat diegene moet doen. 
 
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Imperative (Gebiedende wijs)
You want to tell someone they have to do something.
 
Sit down!
 Stop !
 Come here!
Look out!
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Imperative (Gebiedende wijs)
Je gebruikt don't als iemand iets niet moet doen.  



Sit down!
Open your books!
Be quiet!
Don't sit down! 
Don't open your books!
Don't be quiet!

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Je mag niet drinken hier!
A
Drink here!
B
Does not drink here.
C
Drink not here.
D
Don't drink here.

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schiet op!
A
Shoot up
B
Hurry up
C
Hurry on
D
No hurry

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vertaal: Niet praten!
(to talk)

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wees op tijd!
A
Take your time.
B
Are on time.
C
Be on time.
D
Come in the right time.

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Which sentence is written in the imperative?
A
Run away! As fast as you can!
B
Can you run away, please?
C
My mother never told me to run.
D
Did he run away?

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vertaal: Lees jouw boek.
(to read)

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ga naar boven!
A
Turn up
B
Go upstairs
C
Go down
D
Up stairs

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vertaal: Loop naar school.
(to walk)

Slide 31 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vertaal: Eet je appel.
(to eat)

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vertaal: Sla rechts af.
(to turn)

Slide 33 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vertaal: Val niet in het water.
(to fall)

Slide 34 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vertaal: Niet lopen op het gras.
(to walk)

Slide 35 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik snap the imperative en weet wanneer ik het moet gebruiken en hoe ik het moet gebruiken.
A
Ja, ik snap het!
B
Bijna, met de opdrachten moet het lukken.
C
Bijna, graag een keer herhalen.
D
Nee, ik wil graag hulp bij de opdrachten

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

GET TO WORK!
  E (writing & grammar) ex 32,33,34

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

End of the lesson
Do 

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies