A1c - Ma- Grammar revision

GRAMMAR
Chapter 4 - Grammar Revision + writing
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

GRAMMAR
Chapter 4 - Grammar Revision + writing

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stepping Stones Chapter 4

  • Articles - a, an, the, and zero article. 
  • Present Continuous vs. present simple
  • Imperatives

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Grammar check
Fill the correct answer and keep your score!

Dit is belangrijk voor het zelfstandig werken straks

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

THE/A/AN

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

a of an?
..... banana
A
a
B
an

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

a of an?
.... apple
A
a
B
an

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

a of an?
.... uniform
A
a
B
an

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

a of an?
.... hour
A
a
B
an

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Come and look at ____ children over there!
A
a
B
an
C
the
D
-----

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

He wants ____ scooter for his birthday.
A
a
B
an
C
the
D
-----

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

I live in ______ Canada.
A
a
B
an
C
the
D
-----

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Score
Check your scores to see what you have to do after this


4 or more --> do worksheet by yourself
Less than 4 --> explanation + worksheet

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De / Het
'De' en 'Het' vertaal je allebei naar "the"
Je gebruikt "the" als je  naar iets specifieks verwijst (the bike = de fiets)

"The" heeft 2 uitspraken:
(thuh - ðə) bij medeklinkers: the boy
(thie - ðiː) bij klinkers: the apple

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een
'Een' vertaal je naar "a" of "an"

An gebruik je wanneer het woord in de uitspraak begint met een klinker:
An hour, An apple

A gebruik je wanneer het woord in de uitspraak begint met een medeklinker:
A boy, A university 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geen Lidwoord 
Soms gebruik je geen a of an

Dit is bijvoorbeeld bij:
  • Namen (England, Christmas) 
  • play + een spel (play football, play tennis)
  • meervouden (dogs, boys) 


Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geen Lidwoord 
Bij instellingen als hospital, school, prison, college, university, church gebruik je geen 'the' als je denkt aan het gebruik van de gebouwen, en niet aan de gebouwen zelf:
- We go to church every week.
- Do you go to school?
- He is in hospital now.
- He is in prison. 

Je gebruikt wel "the" als je echt het gebouw bedoelt:
- We have been waiting at the hospital all morning.
- I am at the school. I am visiting my uncle. 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

A or AN?

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitspraak

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present Continuous 
vs. 
Present Simple

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

We ________ the dishes right now.
(to do)

A
are doing
B
do
C
is doing
D
doing

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Look! They _______ him his present.
(to give)
A
is giving
B
give
C
are giving
D
giving

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Olivia ________ her uncle every weekend.
A
is visiting
B
are visiting
C
visits
D
visit

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

I ________ a book for school right now.
(to read)
A
am reading
B
are reading
C
read
D
reading

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

She _____ her bag all by herself as we speak. (to carry)
A
carrying
B
carries
C
are carrying
D
is carrying

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

He _______ to his friend at the moment.
(to talk)
A
talks
B
are talking
C
is talking
D
talking

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

We often _______ letters at our school.
A
is writing
B
are writing
C
writes
D
write

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Look! Tommy and Amy______ to catch the train.
A
running
B
is running
C
are running
D
are runing

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Score
Check your scores to see what you have to do after this

5 or more --> do worksheet by yourself
3-5 correct --> only yellow slides
less than 3 --> full explanation with practise sentences

Slide 30 - Tekstslide

The/a/an --> https://test-english.com/grammar-points/a1/a-an-the-no-article/

Present contintuous vs. present simple --> https://test-english.com/grammar-points/b1/present-simple-present-continuous/

Imperative --> https://test-english.com/grammar-points/a1/imperative-sit-dont-talk/
Present continuous
De present continuous is  een tegewoordige tijd.

Wanneer gebruik je de present continuous?
Je gebruikt de present continous als iets nu gebeurt.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present Continuous
  • We gebruiken de present continuous wanneer we het hebben over NU.
  • Actie die langer duurt.

  • Ik ben nu aan het werken.
  • I am working now.

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present Continuous
Let op!
  • Change -e to -ing when the verb ends with -e.
Ride --> riding
  • Verdubbel de medeklinker (vowel) aan het einde als een werkwoord 1 lettergreep is (sit, run, swim, etc.)
Sit --> sitting
Run --> running

Slide 33 - Tekstslide

Voeg extra oefening toe
Imperative
use interpunction!!!

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ga naar boven!
A
Turn up
B
Go upstairs
C
Go down
D
Up stairs

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Je mag niet drinken hier!
A
Drink here!
B
Not drink here!
C
Drink not here!
D
Don't drink here!

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Vertaal: Lees jouw boek.
(to read)

Slide 37 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Vertaal: Poets je tanden.
(to brush)

Slide 38 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Vertaal: Niet praten!
(to talk)

Slide 39 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Score
Check your scores to see what you have to do after this


3 or more --> do worksheet + online link by yourself
less than 3 --> full explanation with worksheet

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Imperative (Gebiedende wijs)
You want to tell someone they have to do something.
Sit down!
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

Je gebruikt de gebiedende wijs (in het Engels dus imperative) wanneer je iemand vertelt wat diegene moet doen. 
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

 The Imperative
De Gebiedende Wijs

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Imperative (Gebiedende wijs)
You want to tell someone they have to do something.
Sit down!
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

Sit down!                            Ga zitten!
Open your books!            Doe je boeken open!
Be quiet!                             Wees stil!
Eat your meal!                   Eet je maaltijd op!
The Imperative
De Gebiedende Wijs

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Imperative (Gebiedende wijs)
You want to tell someone they have to do something.
Sit down!
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

The Imperative
De Gebiedende Wijs
Je gebruikt don't als iemand iets niet moet doen.
Sit down! 
Open your books!
Be quiet!
Don't sit down! 
Don't open your books!
Don't be quiet!

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Well done!








Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Writing
Practise writing in preparation of test

  • Choose 1 of the prompts (voorstel)
  • Write 80-120 words
  • Use grammar chapter 4
  • Share on Padlet + review other students work using the 10 points grid - How to check

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Writing practise - prompts
  1. Look out the window. Write about what you see as if you were seeing it for the first time.
  2. Pick something inconvenient (onaangenaams) that has happened to you and write about it as if it is the end of the world.
  3. Write the instructions for living as you

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Self-study
Study vocab
Study grammar
Practise writing using exercises chapter 4

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies