In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
WELKOM BIJ NEDERLANDS!
Inloggen in LessonUp ;
Pak verder je boek, schrift en schrijfgerei.
Slide 1 - Tekstslide
Planning
Uitleg werkwoordspelling
Zelfstandig met de oefeningen aan de slag
P L A N N I N G
Cursus 4 - Taal
1. Lesdoelen
2. Huiswerkcontrole
3. Terugblik vorige les
4. Taalverandering: tekst lezen + vragen
5. Opdrachten
6. Evalueren en afsluiten
Slide 2 - Tekstslide
Je leert wat het begrip 'taalverandering' betekent;
Je leert wat het begrip 'taalverloedering' betekent;
Je leert hoe 'leenwoorden' ontstaan
Lesdoelen
Slide 3 - Tekstslide
Er volgen nu wat herhalingsvragen
Slide 4 - Tekstslide
Wat is een klemtoon?
A
Een toonhoogte bij muziek.
B
De nadruk die je op woorden en lettergrepen legt als je spreekt.
C
Je kan een woord vaak in stukken hakken, dit doe je door er streepjes tussen te zetten.
D
Is een soort wielklem voor fietsers.
Slide 5 - Quizvraag
Wat is een uitdrukking?
A
Dat is een artikel die gedrukt staat in de krant.
B
Dat je precies wil weten hoe is zit, vaak met een vast antwoord.
C
vaste combinatie van woorden met een figuurlijke betekenis.
D
onveranderlijke zin in de tegenwoordige tijd met een figuurlijke betekenis.
Slide 6 - Quizvraag
§3 Taalverandering
Blz. 94-95
Slide 7 - Tekstslide
Slide 8 - Video
Nederlands = een levende taal
Een levende taal betekent dat er steeds nieuwe woorden bij komen en dat oude woorden verdwijnen.
Slide 9 - Tekstslide
Theorie over taal
Taalverloedering = schade door taalverandering aan de taal.
Leenwoorden = het lenen van woorden uit een andere taal.
Slide 10 - Tekstslide
Het lenen van woorden uit andere talen gebeurt al heel lang. Dit heeft te maken met verschillende culturen en veranderingen in onze maatschappij. Ook straattaal speelt een rol. De meeste straattaalwoorden komen uit het Surinaams, Marokkaans Turks of Engels.
Leenwoorden
Slide 11 - Tekstslide
Voorbeelden van leenwoorden in het Nederlands
Slide 12 - Woordweb
Wat is het meest uitgeleende Nederlandse woord en komt terug in 57 andere talen?
A
Boot
B
Baas
C
Aardappel
D
Tulp
Slide 13 - Quizvraag
Uit welke taal hebben wij het woord 'Humor' geleend?
A
Duits
B
Pools
C
Frans
D
Engels
Slide 14 - Quizvraag
Uit welke taal hebben wij het woord 'Robot' geleend?
A
Tsjechisch
B
Duits
C
Amerikaans
D
Russisch
Slide 15 - Quizvraag
Slide 16 - Tekstslide
ivdnt.org
Slide 17 - Link
Ontlening. We nemen een woord volledig over uit een andere taal.
Samenstelling. Twee woorden worden samengevoegd tot één.
Een hele nieuwe vorm. Dit komt niet heel vaak meer voor.
Hoe ontstaan nieuwe woorden dan?
Slide 18 - Tekstslide
Dat betekent dat mensen de nieuwe woorden maar voor een korte periode gebruiken. Wordt het woord wel langer gebruikt? Dan komt het woord in het woordenboek. Denk maar eens aan de woorden die tijdens covid zijn ontstaan:
raamvisite, hoestschaamte.
Nieuwe woorden zijn trendgevoelig
Slide 19 - Tekstslide
Een nieuw woord uit 2024: Eclipsmania
A
Dat de zon achter de maan verdwijnt.
B
schaduwjacht
C
Een gekte rondom een zonsverduistering
D
zonnejacht
Slide 20 - Quizvraag
Een nieuw woord uit 2024: Doemuitgave =
A
Geld dat je weggeeft.
B
Geld uitgeven maakt niet gelukkig.
C
Geld dat je eigenlijk niet kan uitgeven, omdat je te weinig hebt.
D
Geld dat je op een spaarrekening zet.
Slide 21 - Quizvraag
Het nieuwe woord van 2025: vergisduiker =
A
zwemplannen die nog niet gelukt zijn.
B
een duiker die zich vergist heeft
C
zwemplannen die geslaagd zijn.
D
een duiker die naar geld duikt.
Slide 22 - Quizvraag
Wat?
Cursus 7, paragraaf 3: Taalverandering
Maken: opdracht 1 (deze mag je samen opzoeken op internet) en 2
Verminderde opgaven: 1 en 2
Hoe?
Zelfstandig. Zet de antwoorden in je schrift.
Hulp
De 4 B's. (brein, boek, buur, bureau)
Tijd
Tot de laatste paar minuten van de les.
Klaar?
Maak puzzel 12 op blz. 271. Klaar? Maak puzzel 1 t/m 5
Aan de slag
Slide 23 - Tekstslide
Je leert wat het begrip 'taalverandering' betekent;
Je leert wat het begrip 'taalverloedering' betekent;