§3 Taalverandering

WELKOM BIJ NEDERLANDS!
Inloggen in LessonUp ;
Pak verder je boek, schrift en schrijfgerei.
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

WELKOM BIJ NEDERLANDS!
Inloggen in LessonUp ;
Pak verder je boek, schrift en schrijfgerei.

Slide 1 - Tekstslide

Planning

Uitleg werkwoordspelling 

Zelfstandig met de oefeningen aan de slag
P L A N N I N G
Cursus 4 - Taal
1. Lesdoelen
2. Huiswerkcontrole
3. Terugblik vorige les
4. Taalverandering: tekst lezen + vragen
5. Opdrachten
6. Evalueren en afsluiten

Slide 2 - Tekstslide

  • Je leert wat het begrip 'taalverandering' betekent;
  • Je leert wat het begrip 'taalverloedering' betekent;
  • Je leert hoe 'leenwoorden' ontstaan
Lesdoelen

Slide 3 - Tekstslide

Er volgen nu wat herhalingsvragen

Slide 4 - Tekstslide

Wat is moedertaal?

Slide 5 - Open vraag

Wat is een klemtoon?
A
Een toonhoogte bij muziek.
B
De nadruk die je op woorden en lettergrepen legt als je spreekt.
C
Je kan een woord vaak in stukken hakken, dit doe je door er streepjes tussen te zetten.
D
Is een soort wielklem voor fietsers.

Slide 6 - Quizvraag

Wat is figuurlijk taalgebruik?

Slide 7 - Open vraag

Wat is een uitdrukking?
A
Dat is een artikel die gedrukt staat in de krant.
B
Dat je precies wil weten hoe is zit, vaak met een vast antwoord.
C
vaste combinatie van woorden met een figuurlijke betekenis.
D
onveranderlijke zin in de tegenwoordige tijd met een figuurlijke betekenis.

Slide 8 - Quizvraag

§3 Taalverandering
Blz. 94-95

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Nederlands = een levende taal
Een levende taal betekent dat er steeds nieuwe woorden bij komen en dat oude woorden verdwijnen.

Slide 11 - Tekstslide

Theorie over taal
Taalverloedering = schade door taalverandering aan de taal.
Leenwoorden = het lenen van woorden uit een andere taal.

Slide 12 - Tekstslide

Het lenen van woorden uit andere talen gebeurt al heel lang. Dit heeft te maken met verschillende culturen en veranderingen in onze maatschappij. Ook straattaal speelt een rol.
De meeste straattaalwoorden komen uit het Surinaams, Marokkaans Turks of Engels.  
Leenwoorden

Slide 13 - Tekstslide

Voorbeelden van leenwoorden in het Nederlands

Slide 14 - Woordweb

Wat is het meest uitgeleende Nederlandse woord en komt terug in 57 andere talen?
A
Boot
B
Baas
C
Aardappel
D
Tulp

Slide 15 - Quizvraag

Uit welke taal hebben wij het woord 'Humor' geleend?
A
Duits
B
Pools
C
Frans
D
Engels

Slide 16 - Quizvraag

Uit welke taal hebben wij het woord 'Robot' geleend?
A
Tsjechisch
B
Duits
C
Amerikaans
D
Russisch

Slide 17 - Quizvraag

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Link

  • Ontlening. We nemen een woord volledig over uit een andere taal.
  • Samenstelling. Twee woorden worden samengevoegd tot één.
  • Een hele nieuwe vorm. Dit komt niet
    heel vaak meer voor. 
Hoe ontstaan nieuwe woorden dan?

Slide 20 - Tekstslide

Dat betekent dat mensen de nieuwe woorden maar voor een korte periode gebruiken. Wordt het woord wel langer gebruikt? Dan komt het woord in het woordenboek. Denk maar eens aan de woorden die tijdens covid zijn ontstaan:
raamvisite, hoestschaamte.
Nieuwe woorden zijn trendgevoelig

Slide 21 - Tekstslide

Een nieuw woord uit 2024:
Eclipsmania
A
Dat de zon achter de maan verdwijnt.
B
schaduwjacht
C
Een gekte rondom een zonsverduistering
D
zonnejacht

Slide 22 - Quizvraag

Een nieuw woord uit 2024:
Doemuitgave =
A
Geld dat je weggeeft.
B
Geld uitgeven maakt niet gelukkig.
C
Geld dat je eigenlijk niet kan uitgeven, omdat je te weinig hebt.
D
Geld dat je op een spaarrekening zet.

Slide 23 - Quizvraag

Het nieuwe woord van 2025:
vergisduiker =
A
zwemplannen die nog niet gelukt zijn.
B
een duiker die zich vergist heeft
C
zwemplannen die geslaagd zijn.
D
een duiker die naar geld duikt.

Slide 24 - Quizvraag

Wat?
Cursus 7, paragraaf 3: Taalverandering
Maken: opdracht 1 en 2
Verminderde opgaven: 1 en 2
Hoe?
Zelfstandig. Zet de antwoorden in je schrift.
Hulp
De 4 B's (kijk op de poster naast het whiteboard
Tijd
Tot de laatste vijf minuten van de les.
Klaar?
Maak puzzel 12 op blz. 271. Klaar? Maak puzzel 1 t/m 5
Aan de slag

Slide 25 - Tekstslide

  • Je leert wat het begrip 'taalverandering' betekent;
  • Je leert wat het begrip 'taalverloedering' betekent;
  • Je leert hoe 'leenwoorden' ontstaan
Lesdoelen

Slide 26 - Tekstslide