3M - RYV - grammar

Today:
Grammar Raise Your Voice

If you don't join & participate I will mark you absent in Magister

1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Today:
Grammar Raise Your Voice

If you don't join & participate I will mark you absent in Magister

Slide 1 - Tekstslide

Hi class! How are you doing today?
Please answer using a meme, picture or gif.

Slide 2 - Open vraag

Today:
Grammar Raise Your Voice: 
- could/should/would
- adverbs 
- comparatives
- word order

Slide 3 - Tekstslide

could-should-would
1) could: 
kon, zou kunnen - bij verleden tijd kunnen, een mogelijkheid in de toekomst of een beleefd verzoek
Could you lend me some cash? (verzoek)
I couldn't see anything, it was dark. (verleden tijd van can) 👀
You could visit Buckingham Palace when you go to London. (mogelijkheid)

Slide 4 - Tekstslide

could-should-would


2) should:
zou moeten - bij een advies
I shouldn't eat so much chocolate, it's bad for me. 
You should talk to your Mom first before getting a tattoo. 😱

Slide 5 - Tekstslide

could-should-would


3) would:
zou willen - beleefd iets aanbieden, zeggen wat je zou doen als..
Would you live on an island if you could? (Wat je zou doen als...)
I wouldn't pet that cat, it looks angry. 😾
Would you like some tea or coffee while you wait? (beleefd aanbod)

Slide 6 - Tekstslide

Wat is een lettergreep?
A
als je een woord verdeeld in kleinere stukjes door te klappen
B
als een woord je in zijn greep houdt
C
een soort lidwoord
D
een soort van bijvoeglijk naamwoord

Slide 7 - Quizvraag

Comparatives
Wat is een lettergreep
big 🦛- bigger 🐘- the biggest🐋
lange woorden (2 of meer lettergrepen): 
popular - more popular - the most popular
uitzonderingen: 
good - better - the best / bad - worse - the worst
net zo ... als: 
as ... as - It's as cold as it was yesterday. 

Slide 8 - Tekstslide

Comparatives
1) korte woorden (1 lettergreep): 
big 🦛- bigger 🐘- the biggest🐋 / 🐈‍⬛ small  🦔- smaller  🪳- the smallest

2) lange woorden (2 of meer lettergrepen - klappen met je handen!): 
popular - more popular - the most popular / difficult - more difficult - the most difficult

3) uitzonderingen (uit je hoofd leren!): 
good - better - the best / bad - worse - the worst / little - less - least
als eindigt op Y: pretty - prettier - the prettiest / ugly - uglier - the ugliest
> as ... as< - It's as cold as it was yesterday. 

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Link

Je deed een Kahoot over comparatives (vergelijkingen). Hoe ging die?

Slide 11 - Open vraag

Adverbs (bijwoorden)
Bijwoorden zeggen iets over HOE het gebeurt en krijgen meestal -ly. 
She was walking very quickly. He draws beautifully. 

Uitzonderingen: good -> well, fast, long + hard blijven hetzelfde
You speak English well. We run fast. He works hard. 

Na een vorm van be, look, taste, sound geen -ly:
She is nice. That looks good. 

Slide 12 - Tekstslide

The dog barked ___ at the postman.
A
quietly
B
loudly
C
silent
D
loud

Slide 13 - Quizvraag

Who does what where when?
De woordvolgorde in het Engels is altijd hetzelfde: 
WHO DOES WHAT WHERE WHEN
John is doing his homework at home this afternoon.

Slide 14 - Tekstslide

Which sentence has
the right word order?
A
Gerard this afternoon goes shopping.
B
James is stopping by our school later today.
C
Runs Kim at 15:00 o'clock a race.
D
To Ibiza at 6 a.m. my parents are flying.

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Link

Je deed een Kahoot over adverbs (bijwoorden) en woordvolgorde (who does what where when).
Zet hier je score (mag opmerking of foto).

Slide 17 - Open vraag

Heb je een tip of top over deze grammatica-les?

Slide 18 - Open vraag