4.5 Genexpressie

4.5 Genexpressie
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

4.5 Genexpressie

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

doel van genregulatie
* variatie in intensiteit van genexpressie 

enzymen nodig voor basisfunctie cel                    altijd expressie
enzymen voor specifieke functie cel             niet altijd expressie

* voorkomen van verspilling grondstoffen en energie

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Prokaryoten

OPERON: 
- stuk DNA waarin regulatorgen, promotor en structuurgenen liggen alle genen die vorming van eiwit reguleren 
- bij prokaryoten codeert het regulatorgen voor een repressor
- bij eukaryoten codeert het regulatorgen voor transcriptiefactoren


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

genregulatie in een prokaryoot 
(structuur)-genen staan uit
genregulatie in een prokaryoot 
(structuur)-genen staan aan
structuurgenen bevatten de informatie voor eiwitten

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld van genexpressie: Lac-operon
  1. Inductor lactose bindt repressor
  2. repressor kan operator niet meer blokkeren
  3. RNA polymerase leest structuurgenen z, y, a transcriptie van mRNA eiwitsynthese van enzymen (B-galactosidase) voor vertering lactose

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

structuurgenen
Regulatorgen
Lactose
Transcriptie
Translatie
Repressor
Lactase

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een mogelijke functie van een regulatorgen bij prokaryoten?
A
Het codeert voor een stof die RNA-polymerase blokkeert
B
Het codeert niet voor een stof maar bindt transcriptie factoren
C
Het leidt RNA-polymerase naar promotor
D
Het codeert voor stofwisselingsenzymen

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Hiernaast staat het lac-operon schematisch weergegeven. Elk onderdeel is genummerd. Geef aan wat elk onderdeel moet voorstellen door de naam naar het juiste nummer te slepen.
Repressor
Operator
LacA
LacZ
RNA polymerase
Promotor
LacY
Lactose

Slide 9 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Genregulatie door: Activator / repressor
RNA-polymerase heeft de hulp nodig van transcriptiefactoren om de transcriptie te kunnen beginnen.

-Activators binden aan een specifieke DNA-sequentie genaamd enhancer. --> AAN

-Repressors binden aan bepaalde sequenties in het DNA en blokkeren daardoor RNA-polymerase.  --> UIT

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noem je transcriptiefactoren die leiden tot meer genexpressie?
A
enhancer
B
repressor
C
activator

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

.... cel heeft ... DNA en ... genexpressie
A
Elke - hetzelfde - andere
B
Elke - ander - andere
C
Bijna elke - hetzelfde - andere
D
Bijna elke - ander -andere

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Paragraaf 1 Dierenwelzijn
 Genregulatie

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stamcellen
Alle +/- 220 celtypen in een volwassen mens zijn ontstaan uit stamcellen 

Slide 15 - Tekstslide

Bij eukaryoten is de regulatie van genexpressie ingewikkelder. Wij hebben als mens ongeveer 220 verschillende celtypen, die allemaal zijn ontstaan uit één zygote. Om zoveel verschillende celtypen te kunnen vormen is complexe regulatie nodig.
Genregulatie eukaryoot  stamcellen
Stamcellen - cellen die nog niet (volledig) zijn gespecialiseerd en zich onbeperkt kunnen delen. 

Stamcellen (en kanker-,  zaadcelmoeder-  en eicelmoedercellen)  kunnen zich onbeperkt blijven delen door het enzym telomerase, wat een telomeer weer langer kan maken.

Typen: Omnipotent/totipotent, pluripotent, multipotent 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Telomerase
  • Telomerase maakt telomeer weer lang
  • Gebruikt RNA-deel om DNA te vormen
  • In meeste cellen onderdrukt

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Genregulatie en celdifferentiatie in embryonale stamcellen

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Apoptose
= Geprogrammeerde celdood. 

Wanneer een cel ongewenst is, zullen enzymen de cel doden. Elke cel cel bevat deze enzymen, die hun werk doen zodra ze worden geactiveerd. 

Het cytoskelet wordt afgebroken en het DNA van de cel wordt in stukjes geknipt.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden apoptose

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Genregulatie door: Alternatieve splicing
Er verschillende mogelijkheden voor splicing van een pre-mRNA-molecuul. 

Hierdoor kunnen verschillende mRNA-moleculen worden gevormd en kan één gen coderen voor verschillende eiwitten. 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Genregulatie door:
RNA-interferentie (RNAi)
  • Kort type RNA: micro-RNA (miRNA) 
  • miRNA bindt eiwitcomplex en vormt miRNA-eiwit complex
  • miRNA-eiwitcomplex remt genexpressie door het afbreken of blokkeren van mRNA-moleculen zodat geen translatie kan plaatsvinden.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de juiste definitie naar de juiste uitleg....
Aan- of uitzetten van genen in een cel
DNA - RNA - eiwit
Cellen die zich kunnen ontwikkelen tot elk celtype
Geprogrammeerde celdood
Bestudeert omkeerbare veranderingen in DNA  zonder verandering in  nucleotiodevolgorde
Genregulatie
Genexpressie
Apoptose
Stamcellen
Epigenetica

Slide 24 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Video

Deze slide heeft geen instructies