H8. Allerlei verbanden. §8-1 Exponentiële groei

§8-1 exponentiële groei
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

§8-1 exponentiële groei

Slide 1 - Tekstslide

Planning
  • Werkwijze
  • Voorkennis module 5b
  • Leerdoelen
  • Uitleg §8-1
  • Zelfstandig werken
  • Leerdoelcheck
  • Afsluiten 

Slide 2 - Tekstslide

Werkwijze
  • Werktempo gaat omhoog
  • Iedere les huiswerk
  • Iedere les controle
  • Iedere les een check
  • Plan veel tijd in voor jezelf!

Slide 3 - Tekstslide

(Voorkennis)
Bij welke grafiek(en) zie je een lineair verband?

Slide 4 - Open vraag

(Voorkennis)
Bij welke grafiek(en) zie je een exponentieel verband?

Slide 5 - Open vraag

Wat is een exponent?

Slide 6 - Open vraag

Leerdoelen


Ik kan bij een gegeven context de formule van exponentiële verandering opstellen en hiermee rekenen (§8.1);

Slide 7 - Tekstslide

Geef een voorbeeld van een lineaire formule.

Slide 8 - Open vraag

Geef een voorbeeld van een formule voor exponentiële groei.

Slide 9 - Open vraag

Exponentiële groei
N=bgt

Slide 10 - Tekstslide

Exponentiële groei
.
b = beginwaarde
g = groeifactor per tijdseensheid
N=bgt

Slide 11 - Tekstslide

In Zutphen wonen op 1 januari 2005 46200 inwoners. Elk jaar wordt dit aantal vermenigvuldigd met 1,023.
Stel de formule op van N inwoners in t jaren.

Slide 12 - Open vraag

Uitleg
In Zutphen wonen op 1 januari 2005 46200 inwoners. Elk jaar wordt dit aantal vermenigvuldigd met 1,023.

Stel de formule op van N inwoners in t jaren.

Slide 13 - Tekstslide

In Zutphen wonen op 1 januari 2005 46200 inwoners. Elk jaar wordt dit aantal vermenigvuldigd met 1,023.
Hoeveel inwoners telt Zutphen in 2024? Rond af op duizendtallen.

Slide 14 - Open vraag

Uitleg
In Zutphen wonen op 1 januari 2005 46200 inwoners. Elk jaar wordt dit aantal vermenigvuldigd met 1,023.

Hoeveel inwoners telt Zutphen in 2024? Rond af op duizendtallen.

Slide 15 - Tekstslide

In Zutphen wonen op 1 januari 2005 46200 inwoners. Elk jaar wordt dit aantal vermenigvuldigd met 1,023.
Onderzoek in welk jaar Zutphen voor het eerst meer dan 60.000 inwoners heeft op 1 januari.

Slide 16 - Open vraag

Uitleg
In Zutphen wonen op 1 januari 2005 46200 inwoners. Elk jaar wordt dit aantal vermenigvuldigd met 1,023.

Onderzoek in welk jaar Zutphen voor het eerst meer dan 60.000 inwoners heeft op 1 januari.

Slide 17 - Tekstslide

Een sportschool heeft 1240 leden op 1 maart 2020. Door de populariteit van hardlopen, neemt het aantal leden iedere maand af met een vermenigvuldigingsfactor van 0,92
Stel de formule op van het aantal leden N in t maanden.

Slide 18 - Open vraag

Uitleg
Een sportschool heeft 1240 leden op 1 maart 2020. Door de populariteit van hardlopen, neemt het aantal leden iedere maand af met een vermenigvuldigingsfactor van 0,92

Stel de formule op van het aantal leden N in t maanden.

Slide 19 - Tekstslide

Een sportschool heeft 1240 leden op 1 maart 2020. Door de populariteit van hardlopen, neemt het aantal leden iedere maand af met een vermenigvuldigingsfactor van 0,92
Hoeveel leden heeft de sportschool op 1 december 2020?

Slide 20 - Open vraag

Uitleg
Een sportschool heeft 1240 leden op 1 maart 2020. Door corona neemt het aantal leden iedere maand af met een vermenigvuldigingsfactor van 0,92

Hoeveel leden heeft de sportschool op 1 december 2020?

Slide 21 - Tekstslide

Een sportschool heeft 1240 leden op 1 maart 2020. Door de populariteit van hardlopen, neemt het aantal leden iedere maand af met een vermenigvuldigingsfactor van 0,92
Met hoeveel neemt het aantal leden af in de maand januari 2021?

Slide 22 - Open vraag

Uitleg
Een sportschool heeft 1240 leden op 1 maart 2020. Door de populariteit van hardlopen, neemt het aantal leden iedere maand af met een vermenigvuldigingsfactor van 0,92

Met hoeveel neemt het aantal leden af in de maand januari 2021?


Slide 23 - Tekstslide

Zelfstandig werken
  • Wat?
    - Voorkennis opg. 1 t/m 3
    - §7/1 Opg. 2, 3, 4, 6, 7 + nakijken
  • Hoe?
    - Zelfstandig, in je schrift
  • Vragen?
    - 1) Eigen aantekening bekijken; 2) Theorie in je boek lezen; 3) Fluisteren met je groepje; 4) Vinger opsteken
  • Klaar?
    - Verder met de moduleomschrijving

Slide 24 - Tekstslide

(Leerdoelcheck)
Waar staat de 'g' voor in de formule


N=bgt

Slide 25 - Open vraag

Afsluiten
  • Huiswerk voor woensdag:
    - Voorkennis opg. 1 t/m 3
    - §7/1 Opg. 2, 3, 4, 6, 7 + nakijken
  • Huiswerk voor volgende week vrijdag:
    - Opg. 12, 13, 14, 17, 19, 20, 22 + nakijken

    Fijne dag! :-) 

Slide 26 - Tekstslide