Link herhaling thema 20

Lesplan
1.  Wat heb je in het weekend gedaan? 
2. Herhalen: thema 20.
3. Schrijven.  


1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 20 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 165 min

Onderdelen in deze les

Lesplan
1.  Wat heb je in het weekend gedaan? 
2. Herhalen: thema 20.
3. Schrijven.  


Slide 1 - Tekstslide

Na deze les...
 ... kun je  tips geven om te bezuinigen (taak 1)
 ... kun je praten en lezen over gespreid betalen (taak 2)
 ... kun je bellen over een betalingsregeling (taak 3)
 ... kun je praten en schrijven over belastingen (taak 4)

Slide 2 - Tekstslide

Een mening geven: 
Ik vind dat (geen) goed idee.
Ik denk dat  het (niet zo) handig is.



  Advies geven: 
 Je kunt beter gespreid betalen.
Je kunt het beste in een keer betalen.

Het kan handig zijn om gespreid te betalen als je alles niet in een keer kunt betalen. 
Het is vaak goedkoper om in één keer te betalen omdat je dan geen rente en extra kosten hoeft te betalen. 




Slide 3 - Tekstslide

1) Werk in groepje van drie. 
2) Cursist A vertelt zijn situatie en vraagt om advies. 
Cursist B en Cursist C geven hun meningen en adviezen. 
3) Daarna wisselen jullie van rol. 

Slide 4 - Tekstslide

Herhaalvragen
1) Stel je vraag aan een andere cursist. 
2) Beantwoord de vraag van de andere cursist. Maak een hele zin. 
3) Wissel van vragen. 

Slide 5 - Tekstslide

Dictee
1) Kijk twee minuten naar de foto’s;
2) Probeer de juiste woorden erbij te bedenken en die te onthouden;
3) Schrijf daarna de woorden op. 

Slide 6 - Tekstslide

We gaan in het boek/online  werken: 

20.4 
Doe de taak 
oefening 5.


Slide 7 - Tekstslide

Praktijkopdracht
Link
thema 20
Slot
praktijkopdracht 2

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Link

A: Met .... Hoe kan ik u helpen? 

A: Wat is uw klantnummer?
A: Wat is uw vraag?


A: Ja hoor, dat kan. U kunt in tien termijnen betalen. Dan betaalt u € .... per maand.
A: Nee hoor, dat hoeft niet.
A: Geen probleem. Heeft u verder nog vragen?
A: Tot ziens!



B: Met ..... Ik heb een vraag over een rekening.

B: Dat is .... .
B: Ik heb een rekening van ... euro, maar ik kan dat niet betalen. Kan ik in termijnen betalen?

B: En moet ik dan extra kosten betalen? Of rente?
B: Fijn, dank u wel.
B: Nee, bedankt. 
B: Dag!

Slide 10 - Tekstslide

A: Goedemorgen. Hoe kan ik u helpen? 

A: Wat is uw vraag?




A: Ja hoor, dat kan. U kunt dat volgende maand betalen. 

A: Geen probleem. Heeft u verder nog vragen?
A: Tot ziens!



B: Goedemorgen. Ik heb een vraag over een bedrag voor het schoolreisje.
B: Ik heb een brief ontvangen waar staat dat ik volgende week 45 euro voor het schoolreisje moet betalen , maar ik kan dat volgende week niet betalen. Kan ik uitstel van betaling krijgen? 


B: Fijn, dank u wel.
B: Nee, bedankt. 
B: Dag!

Slide 11 - Tekstslide

A: Met .... Hoe kan ik u helpen? 

A: Wat is uw klantnummer?
A: Wat is de datum van de rekening? En wat is het bedrag? 
A: Wat is uw vraag?



A: Ja hoor, dat kan. U kunt dat over vier weken betalen.
A: Nee hoor, dat hoeft niet.
A: Geen probleem. Heeft u verder nog vragen?
A: Tot ziens!



B: Met ..... Ik heb een vraag over een rekening.

B: Dat is .... .
B: Het is de rekening van 14 januari en het totale bedrag is ...... euro. 
B: Ik heb een rekening van ... euro, maar ik kan dat niet betalen. Kan ik uitstel van betaling krijgen? 

B: En moet ik dan extra kosten betalen? Of rente?
B: Fijn, dank u wel.
B: Nee, bedankt. 
B: Dag!

Slide 12 - Tekstslide

Huiswerk: 

Huiswerk voor woensdag:
1) thema 20 online afmaken;
2) KNM: thema 6 "Instanties" - 6.3  Belasting betalen;
3) Neem je laptop en oortjes mee naar school - toets thema 20. 



Slide 13 - Tekstslide

Gebiedende wijs
  • Gebruik je als je instructies geeft.
  • Als je zegt wat iemand moet doen
  • In een recept gebruik je ook de gebiedende wijs.

Slide 14 - Tekstslide

Gebiedende wijs
De gebiedende wijs schrijf je als de ik-vorm van het werkwoord.


Voorbeelden:

  • Ruim je kamer op!
  • Geef dat boek terug!
  • Houd afstand!

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Link

Schrijf een e-mail

U gaat verhuizen. 
Schrijf een e-mail naar uw moeder. 
U schrijft haar naar welke stad u gaat verhuizen en wanneer u gaat verhuizen. 
Schrijf ook waarom u gaat verhuizen. 

Slide 17 - Tekstslide

Schrijf een e-mail
Lieve mama, 
Ik ga verhuizen. Ik ga in Groningen wonen. 
In mei of juni ga ik verhuizen. 
Mijn huis is Heerhugowaard is te oud en te klein. 
Het huis in Groningen is groot en nieuw.
Tot gauw, mama!
Veel liefs,
Marina. 

Slide 18 - Tekstslide

Wat heb je vandaag geleerd? 

Slide 19 - Tekstslide

Goed gedaan!

Slide 20 - Tekstslide