Infecties en infectieziekten



Infecties en infectieziekten
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 22 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les



Infecties en infectieziekten

Slide 1 - Tekstslide

        Lesdoelen


  • Je kunt verschillende infectieziekten onderscheiden
  • Je kunt richtlijnen en maatregelen toepassen om infecties te voorkomen en te bestrijden
  • Je kunt verschillende micro-organismen onderscheiden 
  • Je kunt het verloop en behandeling van bacteriële en virale infectieziekten toelichten 
  • Je kunt richtlijnen en protocollen gebruiken om bloed- en seksueel overdraagbare ziektes te voorkomen 
  • Je weet welke isolatiemaatregelen worden toegepast om verspreiding van infectieziekten te voorkomen 

Slide 2 - Tekstslide

Micro-organismen 
Micro-organismen zijn de kleinste levensvormen die er zijn. Er zijn ontelbaar verschillende soorten. Grofweg kunnen we ze onderscheiden in vier soorten:
  1. Virussen
  2. Schimmels en gisten
  3. Bacteriën
  4. Wormen
De overeenkomst tussen deze micro-organismen is dat ze alleen met een microscoop te zien zijn. 

Slide 3 - Tekstslide

Ziekteverwekkers
Micro-organismen kunnen a-pathogeen, opportuun pathogeen of pathogeen zijn

A-pathogeen: niet-ziekmakend

Opportuun pathogeen: alleen ziekmakend wanneer het micro-organisme daar ruimschoots de tijd voor krijgt

Pathogeen: ziekmakend, veroorzaken specifieke ziekten

Slide 4 - Tekstslide

Ziekmakende factoren

Of iemand ziek wordt van een micro-organisme hangt af van verschillende factoren:
  1. Het aantal micro-organismen
  2. De eigenschappen van het micro-organisme
  3. De kwaliteit van de lichamelijke afweer 

Slide 5 - Tekstslide

Het overleven van ziekteverwekkers 
De meeste micro-organismen:
  • gedijen het best op lichaamstemperatuur of kamertemperatuur
  • hebben vocht nodig om te overleven
  • hebben voeding nodig: vooral suikers en eiwitten

Sommige ziekteverwekkers gaan buiten het lichaam snel dood. Veel soorten kunnen buiten het lichaam wel enige tijd overleven of zich zelfs vermeerderen

Slide 6 - Tekstslide

Sporen
Sporen kunnen tientallen jaren tot eeuwen overleven en zelfs tegen extreme omstandigheden zoals droogte, hitte en vorst

Zodra zij in gunstige omstandigheden komen, nemen zij hun oorspronkelijke gedaante weer aan

Bijvoorbeeld: de tetanusbacterie

Slide 7 - Tekstslide

Wanneer micro-organismen op plekken komen waar ze eerst niet waren is er sprake van besmetting. De plek waar ze vandaan komen is de besmettingsbron.


Menselijke besmettingsbronnen

  • De anus (ontlasting)
  • De neus (slijm)
  • De mond (speeksel, sputum)
  • Wonden (bloed, wondvocht, pus)
  • Een puist (pus)





Niet-menselijke besmettingsbronnen

  • Douches, kranen, afvoerputten (water)
  • Toiletten (urine, ontlasting)
  • Voorraadbussen (besmette voorraad)
  • Vaatdoeken, handdoeken (besmette materialen)

Slide 8 - Tekstslide

Infectie

We spreken pas van infectie wanneer micro-organismen zich vermenigvuldigen in het lichaam en daar ziekteverschijnselen veroorzaken

Slide 9 - Tekstslide

Bacteriële infectieziekten
Voor de ontdekking van penicilline en andere antibiotica stierven veel mensen aan beruchte ziektes zoals:
  • Tuberculose 
  • Tyfus
  • Longontsteking
  • Kraamvrouwenkoorts 
  • Nekkramp (meningitis) 
  • Pest (Zwarte Dood) 
Inmiddels is antibioticaresistentie een steeds groter probleem. Waarom en hoe ontstaat dit?

Slide 10 - Tekstslide

Bacteriële infectieziekten

Bacteriële infectieziekten waar we nu nog veel mee te maken hebben zijn:
  • Tuberculose
  • Streptokokken A infecties (kraamvrouwenkoorts, wondroos, keelontsteking, roodvonk)
  • Hersenvliesontsteking (meningitis)

Slide 11 - Tekstslide

Virale infectieziekten
Virussen zijn micro-organismen die levende cellen van andere organismen nodig hebben om zich te kunnen vermenigvuldigen 

Onder virussen tref je veel kinderziektes aan. Deze ziektes krijg je meestal maar één keer, waarom is dat zo?

Slide 12 - Tekstslide

Virale infectieziekten
Virale infectieziekten waar we veel mee te maken hebben zijn:
  • Influenza
  • Aids
  • Hepatitis B
  • Herpes
  • Norovirus
  • COVID-19

Slide 13 - Tekstslide

Bloed en lichaamsvocht

Bloedoverdraagbare aandoeningen (boa's) zijn: 
  • hepatitis B
  • aids
Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's) zijn:
  • syfillis
  • gonorroe
  • herpes
  • chlamydia

Slide 14 - Tekstslide

Opdracht 
  • Waaruit bestaat de behandeling van een bacteriële infectie?
  • Waaruit bestaat de behandeling van een virale infectie?
  • Wat wordt er gedaan aan preventie?
  • Kies één infectieziekte uit en beschrijf hiervan de geschiedenis: wanneer en hoe ontstaan, hoe gaat het nu?
  • Welke isolatiemaatregelen zijn er en wanneer wordt welke maatregel ingezet?

Slide 15 - Tekstslide

Soorten isolatie
  • Contact isolatie 
  •  Contact-druppel isolatie
  • Aërogene isolatie
  • Strikte isolatie

Het soort isolatie wordt bepaald door hoe het micro-organisme zich verspreid

Slide 16 - Tekstslide

Contactisolatie
  • Overdracht micro-organisme via direct contact, meestal via de handen
  • Patiënt meestal op 1-persoons kamer, deur mag open
  • Personeel draagt handschoenen en bij intensief contact een schort

Slide 17 - Tekstslide

Contact-druppel isolatie
  • Overdracht micro-organisme via direct contact óf via druppels (hoesten/niezen)
  • Patiënt op 1-persoons kamer, deur mag open
  • Personeel draagt handschoenen, chirurgisch mondneusmasker, spatbril en bij intensief contact een schort

Slide 18 - Tekstslide

Aërogene isolatie
  • Overdracht micro-organisme via aërosolen (hele kleine druppels in de lucht) na hoesten/niezen
  • Patiënt op 1-persoons kamer met sluis, deur blijft dicht
  • Personeel draagt FFP-2 maker 

Slide 19 - Tekstslide

Strikte isolatie
  • Overdracht micro-organisme via zowel direct contact als via de lucht over grotere afstand
  • Patiënt op 1-persoons kamer met sluis, deur blijft dicht
  • Personeel draagt handschoenen, schort, muts, spatbril en mondneusmasker (chirurgisch of FFP-2)

Slide 20 - Tekstslide

        Lesdoelen


  • Je kunt verschillende infectieziekten onderscheiden
  • Je kunt richtlijnen en maatregelen toepassen om infecties te voorkomen en te bestrijden
  • Je kunt verschillende micro-organismen onderscheiden 
  • Je kunt het verloop en behandeling van bacteriële en virale infectieziekten toelichten 
  • Je kunt richtlijnen en protocollen gebruiken om bloed- en seksueel overdraagbare ziektes te voorkomen 
  • Je weet welke isolatiemaatregelen worden toegepast om verspreiding van infectieziekten te voorkomen 

Slide 21 - Tekstslide

Learnbeat

In de studieplanner op Learnbeat staan opdrachten waarmee je deze lesweek kunt afsluiten

Slide 22 - Tekstslide