BS 14.1: Een constant inwendig milieu

BS 1 Een constant inwendig milieu
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo k, gLeerjaar 4

In deze les zitten 10 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

BS 1 Een constant inwendig milieu

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoel
  • Je kunt beschrijven hoe bij de mens een vrij constant inwendig milieu wordt gehandhaafd

Slide 2 - Tekstslide

Uitwendig en  inwendig milieu
Uitwendig: alles wat in 'contact' staat met de buitenlucht. 
  • Hierbij zijn schimmels, bacteriën en virussen aanwezig.
  • Ook je lucht in long en je darminhoud hoort hierbij.

Inwendig: weefselvloeistof en bloedplasma

Slide 3 - Tekstslide

Inwendig milieu
Weefselvloeistof en bloedplasma
  • Constant houden van de samenstelling van het inwendige milieu vindt plaats door opname, opslag en uitscheiding van stoffen.
  • Hormonen, zintuigen en zenuwcellen spelen hierin een belangrijke rol


Slide 4 - Tekstslide

Constant houden van inwendige milieu:

Slide 5 - Tekstslide

Opname
Een tekort aan bepaalde stoffen wordt voorkomen, doordat regelmatig stoffen worden opgenomen uit het uitwendige milieu.
Bijvoorbeeld:
  • Darmkanaal: opname voedingsstoffen
  • Longen: opname van zuurstof

 

Slide 6 - Tekstslide

Opslag
Stoffen waarvan een teveel aanwezig is in het inwendige milieu, worden in bepaalde organen opgeslagen:
  • In lever: glucose, mineralen, vitamines.
  • In spieren: glucose (wordt omgezet in glycogeen).
  • Onder de huid: vet.
  • In geel beenmerg (lange beenderen): vet.

Slide 7 - Tekstslide

Uitscheiding
Overtollige en/of schadelijke stoffen worden aan het inwendige milieu onttrokken en uit het lichaam verwijderd.

  • Nieren: water en afvalstoffen
  • Lever: afvalstoffen
  • Longen: koolstofdioxide

Slide 8 - Tekstslide

Waarbij hoort poep?
A
Inwendig milieu
B
Uitwendig milieu

Slide 9 - Quizvraag

Welk orgaan doet aan uitscheiding?
A
Spieren
B
Dunne darm
C
Nieren
D
Geel beenmerg

Slide 10 - Quizvraag