Oefenexamen Schrijven A2

Oefenen Schrijven A2
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Oefenen Schrijven A2

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel
  • Je gaat aan de slag met het maken van een examen schrijven op papier, zoals je straks ook met jouw eigen examen gaat doen. 
  • Mensen met (aangetoonde) dyslectie mogen het examen op de computer maken (zonder spellingscontrole).
  • Het echte examen bestaat uit formulier invullen, informele brief/email schrijven en een kaartje schrijven.
  • Aan het einde van deze les weet je wat er van jou verwacht wordt bij het schrijven van een informele brief/email voor het examen schrijven A2.

Slide 2 - Tekstslide

Hoe zeg je in het Engels: Beste Rob,
Schrijf dit goed met hoofdletters en punten.

Slide 3 - Woordweb

Hoe kun je in het Engels vragen hoe het met iemand gaat? Schrijf dit goed met hoofdletters en punten.

Slide 4 - Woordweb

Hoe kun je in het Engels vertellen hoe het met jou gaat? Schrijf dit goed met hoofdletters en punten.

Slide 5 - Woordweb

Hoe kun je in het Engels iemand bedanken voor hun e-mail? Schrijf dit goed met hoofdletters en punten.

Slide 6 - Woordweb

Je wilt in het Engels zeggen: "Ik hoop snel van u te horen."
Schrijf dit goed met hoofdletters en punten.

Slide 7 - Woordweb

Hoe ziet een mail er uit?
Je begint altijd met het invullen van het e-mailadres van de ontvanger.

Dan vul je het onderwerp in. Laat dit niet leeg!

Begin met een groet, daarna de reden waarom je schrijft, dan eventueel vragen/verzoeken, dan een bedankje, en dan de afsluiting met naam.

Slide 8 - Tekstslide

Aan de slag met oefenen
Op de volgende dia's vind je 4 opdrachten die het uit het officiële schrijfexamen Engels komen van MBO niveau  4. 

Je kiest 1 van de opdrachten uit en maakt deze als oefening op papier. 
Klaar? Laat deze dan aan mij zien. 

Als ik ze goedkeur voor inleveren, lever je ze bij mij in.

Volgende week ontvangen jullie feedback.




Slide 9 - Tekstslide

timer
10:00
-Lees de opdracht eerst goed door.
-Naar wie schrijf je? (Dear .....,)
-Welke onderdelen moet je er in zetten?
-Hoe begin en eindig je deze mail?
-Waar moeten hoofdletters, komma's, punten en/of vraagtekens?
-Maak deze opdracht nu op papier.

Slide 10 - Tekstslide

timer
10:00
-Lees de opdracht eerst goed door.
-Naar wie schrijf je? (Dear .....,)
-Welke onderdelen moet je er in zetten?
-Hoe begin en eindig je deze mail?
-Waar moeten hoofdletters, komma's, punten en/of vraagtekens?
-Maak deze opdracht nu op papier.

Slide 11 - Tekstslide

timer
10:00
-Lees de opdracht eerst goed door.
-Naar wie schrijf je? (Dear .....,)
-Welke onderdelen moet je er in zetten?
-Hoe begin en eindig je deze mail?
-Waar moeten hoofdletters, komma's, punten en/of vraagtekens?
-Maak deze opdracht nu op papier.

Slide 12 - Tekstslide

-Lees de opdracht eerst goed door.
-Naar wie schrijf je? (Dear .....,)
-Welke onderdelen moet je er in zetten?
-Hoe begin en eindig je deze mail?
-Waar moeten hoofdletters, komma's, punten en/of vraagtekens?
-Maak deze opdracht nu op papier.
timer
10:00

Slide 13 - Tekstslide