In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.
Lesduur is: 35 min
Onderdelen in deze les
Thema 5 Stevigheid en beweging
Slide 1 - Tekstslide
Welke functie van het skelet zie je het beste terug bij de schedel?
A
Het skelet geeft vorm aan het lichaam
B
Het skelet beschermt kwetsbare organen
C
Het skelet maakt het lichaam stevig
D
Het skelet zorgt dat het lichaam kan bewegen
Slide 2 - Quizvraag
Goed of fout , het skelet geef stevigheid, vorm, beweging en bescherming
A
Goed
B
fout
Slide 3 - Quizvraag
Welke functies heeft ons skelet?
A
Vormgeven, bescherming en stevigheid
B
Vormgeven, stevigheid en beweging
C
Beweging,
vormgeven, stevigheid en bescherming
D
het skelet heeft geen functie
Slide 4 - Quizvraag
Wat is de functie van de tussenwervelschijven? (meerdere antwoorden)
A
Schokdemper
B
Geeft stevigheid
C
Aanmaak van bloedcellen
D
Maken beweging mogelijk
Slide 5 - Quizvraag
Wat is de functie van gewrichtssmeer?
A
Het houdt de botten stevig
B
het zorgt dat botten soepel kunnen bewegen
C
het is tegen slijtage van de botten
D
geeft vorm aan de botten
Slide 6 - Quizvraag
Lees de tekst ‘Nieuwe heup’.
Over welke functie van het skelet gaat het in de tekst?
A
bescherming van organen
B
beweging mogelijk maken
C
stevigheid geven aan het lichaam
D
vorm geven aan het lichaam
Slide 7 - Quizvraag
Wat is GEEN functie van ons skelet?
A
Het skelet maakt je lichaam stevig
B
Je skelet zorgt ervoor dat we kunnen denken
C
Het skelet beschermt organen
D
Het skelet zorgt ervoor dat je kunt bewegen
Slide 8 - Quizvraag
Kraakbeen zorgt ervoor dat
A
een gewricht kan bewegen
B
het bot niet zo snel slijt en botten soepel kunnen bewegen
C
een bot stijf is
D
stevigheid van een gewricht
Slide 9 - Quizvraag
Wat is de functie van gewrichtbanden?
A
soepel bewegen van het gewricht
B
houdt de 2 botten bij elkaar
C
zorgt voor extra stevigheid van het gewricht
Slide 10 - Quizvraag
schedel
Schouderblad
Opperarmbeen
Heupbeen
ribben
ellepijp
spaakbeen
lendenwervels
halswervels
dijbeen
knieschijf
scheenbeen
Kuitbeen
sleutelbeen
Slide 11 - Sleepvraag
In de afbeelding hiernaast staat het skelet van de mens weergegeven. Een aantal botten staat aangegeven met cijfers.
Sleep de namen van de botten (linkerkant) naar het juiste cijfer.
7
5
6
8
9
10
1
2
3
4
dijbeen
lendenwervel
schouderblad
knieschijf
borstwervel
scheenbeen
heiligbeen
staartbeen
borstbeen
heupbeen
Slide 12 - Sleepvraag
Bevat veel lijmstof
Bevat weinig lijmstof
Bevat veel kalk
Is buigzaam
Bevat weinig kalk
Beenweefsel
Kraakbeenweefsel
Geeft stevigheid
Slide 13 - Sleepvraag
Kogel-
gewricht
scharnier-
gewricht
rol-
gewricht
Slide 14 - Sleepvraag
timer
0:30
spier
spierbundel
pees
spiervezel
Slide 15 - Sleepvraag
Bestaat een baby skelet uit meer botten als een volwassen skelet?
Slide 16 - Open vraag
Waarom heeft het skelet als functie beschermen
timer
1:00
Slide 17 - Open vraag
Hoe heet het deel van het skelet dat hier is afgebeeld?
Slide 18 - Open vraag
Tijdens een warming-up worden de spieren warmer en krijgen ze meer zuurstof.
Wat is het voordeel van meer zuurstof voor de spieren?
Slide 19 - Open vraag
Twee verschillende blessures aan de spieren zijn kneuzing en verzwikking. Een verschil tussen een kneuzing en een verzwikking is dat een verzwikking van binnenuit ontstaat en een kneuzing van buitenaf. Leg dit uit.