NSG Duits open dag

1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Wer seid ihr? 
Ich bin David van den Broek
Schreibe deinen Namen auf dem Papier. 
Frage 1: Wie heißt du? →hoe heet jij?
Antwort: Ich heiße…………………………
Frage 2: Wo wohnst du? → Waar woon je? 
Antwort: Ich wohne in Lisse 

Slide 2 - Tekstslide

Wie sagt man das auf Deutsch?
Combineer de juiste betekenissen met elkaar.
Hallo!
Guten Morgen!
Tschüss!
Auf Wiedersehen!
Guten Tag!
Hallo!
Tot ziens!
Doei!
Goedemorgen!
Goedendag!

Slide 3 - Sleepvraag

Duitsland

Slide 4 - Woordweb

Wat is de hoofdstad van Duitsland?
A
Bonn
B
Berlijn
C
München
D
Bremen

Slide 5 - Quizvraag

Hoeveel mensen wonen er ongeveer in Duitsland?
A
10 miljoen
B
30 miljoen
C
80 miljoen
D
150 miljoen

Slide 6 - Quizvraag

Slide 7 - Tekstslide

Bij welk antwoord staan 3 Duitse automerken?
A
Opel, Peugeot, Saab
B
Audi, Porsche, Citroën
C
Audi, Mercedes, Volkswagen
D
Renault, BMW, Volvo

Slide 8 - Quizvraag

Welke rivier stroomt door Duitsland?
A
Seine
B
Dommel
C
Maas
D
Rhein

Slide 9 - Quizvraag

Slide 10 - Tekstslide

Welke naam hoort bij een Duitse voetbalclub?
A
Anderlecht
B
Schalke04
C
Liverpool
D
FC Basel

Slide 11 - Quizvraag

Fußball spielen
Schlittschuh laufen
reiten
joggen
schwimmen
Fahrrad fahren

Slide 12 - Sleepvraag

der Fisch
der Elefant
die Fliege
der Frosch
der Hund
die Katze
das Pferd
der Stier

Slide 13 - Sleepvraag







        Mein Name ist ...
        Ich heiße ...
        Ich bin ...

Slide 14 - Tekstslide

Leeftijd in het Duits
Ich bin ... Jahre alt.

11: elf
12: zwölf

Ich bin zwölf Jahre alt.

Slide 15 - Tekstslide

Wat is de vertaling van fünfzehn?
A
14
B
15
C
16
D
17

Slide 16 - Quizvraag

Wat is de vertaling van der Schüler?
A
de leerling
B
de broer
C
de zus
D
de vriendin

Slide 17 - Quizvraag

Je weet niet hoe je iets in het Duits moet zeggen.
Je wilt een vraag stellen.
Je snapt de oefening in het boek niet...
Je bent je spullen vergeten.
Je moet nodig naar de wc!
Je bent te laat.
Je komt binnen en begroet je lerares Duits.
Wie sagt man das auf Deutsch?
Ich habe eine Frage....
Können Sie diese Aufgabe bitte erklären?
Ich habe mein Buch/ mein Heft vergessen.
Darf ich bitte zur Toilette?
Entschuldigung,dass ich so spät bin!
Guten Morgen / Guten Tag !

Slide 18 - Sleepvraag