B4 + B5

Neem je boek voor je blz. 201
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo g, t, havoLeerjaar 3

In deze les zitten 29 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Neem je boek voor je blz. 201

Slide 1 - Tekstslide

Herhaling

Slide 2 - Tekstslide

Oog
Traanvocht:
1. Voorkomt uitdroging
2. Doodt ziekteverwekkers
3. Neemt stof en vuiltjes op

Slide 3 - Tekstslide

De bouw van de ogen
In het netvlies ligt de gele vlek: hiermee kun je het scherpst zien

De plek waar de oogzenuw het oog verlaat is de blinde vlek

Slide 4 - Tekstslide

Thema 11 Zintuigen
Basisstof 1 Het zintuigenstelsel
Basisstof 2 Tien zintuigen van de mens
Basisstof 3 De ogen
Basisstof 4 De iris en de ooglens
Basisstof 5 Het netvlies
Basisstof 6 De oren

Slide 5 - Tekstslide

10 minuten stil lezen B4
Lees de theorie op blz. 201-203
Als je klaar bent vul je alvast de samenvatting in op blz. 205

Slide 6 - Tekstslide

Leerdoelen B4
- Je kunt hoe de pupilreflex de grootte van de pupil regelt
- Je kunt beschrijven hoe op het netvlies een scherp beeld ontstaat

Slide 7 - Tekstslide

11.4 De iris en de ooglens

Slide 8 - Tekstslide

Werking van het oog

Slide 9 - Tekstslide

Pupilreflex

Slide 10 - Tekstslide

scherp zien
    bolle lens
    voorwerp van dichtbij scherp
    platte lens: 
    voorwerp van veraf scherp

    accommoderen:
    het platter en boller maken van de ooglens


    Slide 11 - Tekstslide

    Scherp zien

    Slide 12 - Tekstslide

    Bijziend & Verziend
    Bijziend: ziet dichtbij scherp. De lens is te bol of de oogbol is te lang. Veraf niet scherp. Heeft platte lens (bril/lenzen) nodig = negatief (-)

    Verziend: ziet in de verte scherp. De lens is te plat of de oogbol te kort. Dichtbij niet scherp. Heeft bolle lens (bril/lenzen) nodig = positief (+)

    Slide 13 - Tekstslide

    Oefenen
    Maak opdrachten 1 t/m 10 van 11.4
    Opdracht 4 maak je in je boek 

    Eerste 5 minuten stil, daarna fluisterniveau
    Klaar? Start met de test jezelf van 11.4

    Slide 14 - Tekstslide

    Neem je boek voor je blz. 208

    Slide 15 - Tekstslide

    Herhaling

    Slide 16 - Tekstslide

    Oog
    Traanvocht:
    1. Voorkomt uitdroging
    2. Doodt ziekteverwekkers
    3. Neemt stof en vuiltjes op

    Slide 17 - Tekstslide

    De bouw van de ogen
    In het netvlies ligt de gele vlek: hiermee kun je het scherpst zien

    De plek waar de oogzenuw het oog verlaat is de blinde vlek

    Slide 18 - Tekstslide

    Pupilreflex

    Slide 19 - Tekstslide

    scherp zien
      bolle lens
      voorwerp van dichtbij scherp
      platte lens: 
      voorwerp van veraf scherp

      accommoderen:
      het platter en boller maken van de ooglens


      Slide 20 - Tekstslide

      Scherp zien

      Slide 21 - Tekstslide

      Bijziend & Verziend
      Bijziend: ziet dichtbij scherp. De lens is te bol of de oogbol is te lang. Veraf niet scherp. Heeft platte lens (bril/lenzen) nodig = negatief (-)

      Verziend: ziet in de verte scherp. De lens is te plat of de oogbol te kort. Dichtbij niet scherp. Heeft bolle lens (bril/lenzen) nodig = positief (+)

      Slide 22 - Tekstslide

      Thema 11 Zintuigen
      Basisstof 1 Het zintuigenstelsel
      Basisstof 2 Tien zintuigen van de mens
      Basisstof 3 De ogen
      Basisstof 4 De iris en de ooglens
      Basisstof 5 Het netvlies
      Basisstof 6 De oren

      Slide 23 - Tekstslide

      5 minuten stil lezen B5
      Lees de theorie op blz. 208- 209
      Als je klaar bent vul je alvast de samenvatting in op blz. 210/211

      Slide 24 - Tekstslide

      Leerdoel B5
      Je kunt de bouw en de werking van het netvlies beschrijven

      Slide 25 - Tekstslide

      Basisstof 5 Netvlies

      Slide 26 - Tekstslide


      Staafjes

      1. extreem gevoelig voor licht
      2. lage drempelwaarde
      3. contrasten in zwart/wit
      4. hele netvlies, maar niet in gele vlek



      Kegeltjes

      1. reageren op kleur
      2. hoge drempelwaarde
      3. werken alleen in volle licht
      4. vooral in gele vlek en eromheen

      Slide 27 - Tekstslide

      Slide 28 - Tekstslide

      Oefenen
      Maak opdrachten 1 t/m 10 van 11.5
      Opdracht 4 maak je in je boek 

      Eerste 5 minuten stil, daarna fluisterniveau
      Klaar? Start met de test jezelf van 11.5

      Slide 29 - Tekstslide